Profiel

Patricio Guzmán: chroniqueur van Chili

IDFA: Patricio Guzmán Guzmán, chroniqueur van Chili voor en na de coup van 1973, is eregast op IDFA met een retrospectief en een top-10 van films die hem inspireren.

In zijn latere werk kiest Patricio Guzmán een meer persoonlijke en poëtische manier om met thema’s als tijd en herinnering om te gaan.
In zijn latere werk kiest Patricio Guzmán een meer persoonlijke en poëtische manier om met thema’s als tijd en herinnering om te gaan.

Zijn hele leven draait maar om één datum concludeert de Chileense filmmaker Patricio Guzmán (1941) aan het einde van zijn meest recente film The Cordillera of Dreams (2019). Zijn 9/11.

Hij bedoelt natuurlijk 11 september 1973, toen een staatsgreep in Chili een einde maakte aan het bewind van de democratisch gekozen socialistische president Salvador Allende en met steun van de Amerikaanse CIA de militaire junta van Augusto Pinochet werd geïnstalleerd. Dictatuur en ‘desaparecidos’ (verdwijningen) volgden.

Guzmáns beroemdste film is waarschijnlijk het driedelige The Battle of Chile (1974-1979) waarin hij nauwgezet de aanloop en de nasleep van de staatsgreep documenteert, simpelweg door er met zijn camera bij te zijn. Het retrospectief dat IDFA nu aan zijn werk wijdt, draait om hoe getuigen met de herinnering aan die datum omgaan, en om de collectieve vergeetachtigheid van zijn land en de wereld.

Guzmán begon eind jaren zestig films te maken. Direct al uit zijn eerste kortfilm On Torture and Other Forms of Dialogue (1968) en met name El primer año (1972) over het eerste jaar van Allendes regering spreekt een groot sociaal engagement. Maar de grote omslag komt met The Battle of Chile, een collage van reportageachtige straatscènes en interviewtjes in de losse handheld-stijl van die tijd. Met een later toegevoegde voice-over legt Guzmán zo de gebeurtenissen in hoofdstad Santiago en rond het presidentiële paleis vast, waar Allende een speech houdt op het moment dat de militairen de stad overnemen (Allende: „We kunnen de geschiedenis hier voelen”). Maar hij reflecteert er tegelijkertijd op.

Lees ook, op IDFA: D.A. Pennebaker, Direct Cinema-legende

Guzmán wordt na de coup als zovelen gevangengehouden in het nationale voetbalstadium, maar het lukt hem om het land uit te vluchten. Zijn hele leven blijft hij in ballingschap, al keert hij na de val van Pinochet in 1988 wel terug om films te maken. Zoals Chile, Obstinate Memory (1997), een verslag van het trauma van zijn landgenoten. Indringend zijn de beelden van een vertoning van The Battle of Chile op een meisjesschool, waar er tijdens een discussie achteraf onder de geprivilegieerde tieners genoeg voorstanders van Pinochet blijken te zijn. Maar dan spreekt hun lerares uit eigen ervaring, en komen de tieners voor de camera tot inkeer.

In zijn latere werk kiest Guzmán een meer persoonlijke en poëtische manier om met thema’s als tijd en herinnering om te gaan. Dan graaft hij ook naar een geschiedenis van onderdrukking die verder teruggaat dan 1973, en bewijst hij zijn status als de belangrijkste chroniqueur van Chili.