Martin Eden (Luca Marinelli): slachtoffer van de cultuurindustrie of querulant en stokebrand?

Foto Francesca Errichiello

Interview

Martin Eden, de arthouse-Joker

Interview Pietro Marcello ‘Martin Eden’ gaat over een jongeman van eenvoudige komaf die via de literatuur een autoriteit wordt en zich ontpopt als populist en querulant. Regisseur Pietro Marcello over Martin: „Ik haat hem. Hij is een negatieve held, niet eens een antiheld.”

‘Martin Eden is een klassiek personage, zo’n beetje een Hamlet of een Faust”, stelde de Italiaanse regisseur Pietro Marcello (1976) in september op het filmfestival van Toronto. Zijn hoofdrolspeler Luca Marinelli won een week eerder in Venetië de Coppa Volpi voor beste acteur. Dat was het festival van de film Joker.

Er zijn parallellen tussen Joker en Martin Eden: beide films zijn portretten van mannen die in de waan leven dat ze voor iets beters zijn voorbestemd. „Het verhaal van Martin Eden kun je op verschillende manieren lezen”, aldus Marcello. „Aan de ene kant is het een klassieke ‘Künstlerroman’: het verhaal van een zeeman die de literatuur omarmt, zich een weg naar boven schrijft, maar wiens politieke ideeën over individuele vrijheid geen enkel compromis toelaten. Een analfabeet ziet alleen het liefdesverhaal dat de motor van de ontwikkeling vormt. Iemand die politiek geëngageerd is, ziet de worsteling met de vraag waar de grenzen van persoonlijke vrijheid liggen. En dan is er nog de vraag wie Martin Eden is. Is hij een libertariër or een populist? Een slachtoffer van de cultuurindustrie of een querulant en stokebrand?”

Marcello haalt een tamelijk ingenieuze truc uit om een verhaal van Jack London uit 1909, dat de opkomst van het totalitarisme voorzag, naar het nu te halen en ook een geschiedenis te laten zijn over hoe de 20ste eeuw dat heden beïnvloedt. Hij verplaatste het verhaal naar het Napels van voor de Tweede Wereldoorlog. „Dat is mijn thuisgrond. Napels is complex en open, heeft altijd mensen van allerlei pluimage verwelkomd. Martin is ook zo iemand: Europeaan, Italiaan, een Latijnse held, een kind van de Middellandse Zee, de mare nostrum die hem aan land werpt en uiteindelijk weer opslokt.”

De film ziet eruit als een melodrama uit de jaren vijftig, accentueert het verzadigde blauw van het water, het goud van de zon, in de bruinverbrande huid en de ogen van de jonge Martin. En Marcello weefde een schat aan archiefmateriaal, uit speelfilms, documentaires door zijn eigen 16mm-beelden. „Dat is een manier om de film in te bedden in de geschiedenis van de cinema en de geschiedenis van onze eeuw. Voor mij zijn die beelden wat woorden voor Martin zijn. De film begint bijvoorbeeld met beelden van Errico Malatesta. Hij kwam uit Caserta, niet ver van waar ik vandaan kom, en was de leider van de Italiaanse anarchisten. Malatesta is mijn held.”

Martin Eden is dat niet per se. „Integendeel, ik haat hem. Hij is een negatieve held, niet eens een antiheld. Het boek van Jack London is lange tijd verkeerd begrepen. Ik zie cultuur ook als een middel tot verheffing, ik ben ook een libertariër en een autodidact. Martin is een slachtoffer van de cultuurindustrie en van zijn eigen biografie. Omdat hij het in zijn eentje denkt te hebben gemaakt, moet iedereen dat zo doen. Maar hij heeft eigenlijk hulp gehad, anderen gebruikt. Individualisme en socialisme samen zijn mogelijk, maar individualisme zonder socialisme is niets. De prijs daarvan is neoliberalisme, is kapitalisme, is barbarij. Dat is wat we nu in Europa overal om ons heen zien. We leven in een tijdperk van hedonisme en narcisme, van fascisme in de straten. En niemand is verbaasd. Dat is wat Martin moet ontdekken.”