Langdurig werklozen geen baan door Participatiewet

Evaluatie SCP De Participatiewet uit 2015 heeft voor de grootste doelgroep geen effect gehad. De kans op werk steeg nauwelijks.

Langdurig werklozen komen ondanks de Participatiewet niet sneller aan werk.
Langdurig werklozen komen ondanks de Participatiewet niet sneller aan werk. Foto Bart Maat/ANP

De Participatiewet, die bijna vijf jaar geleden werd ingevoerd om mensen met een uitkering sneller aan het werk te helpen, is tot nu toe geen succes. Dat blijkt uit een evaluatie die het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft gemaakt in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Voor mensen met een bijstandsuitkering is de kans om een baan te krijgen nauwelijks groter geworden. En voor gehandicapten die vroeger in aanmerking zouden zijn gekomen voor een baan bij een sociale werkplaats daalde de kans op werk. Zij hebben vaker een uitkering. Jonggehandicapten hebben onder de nieuwe regels wel vaker een baan, maar ook een lager inkomen. Bovendien zijn de banen die ze krijgen vaker tijdelijk.

Lees ook: Jonggehandicapte werkt nu, maar is wel armer geworden

„Het positieve effect op baankansen geldt slechts voor een kleine groep: de jonggehandicapten. Het gaat om ruim 30.000 personen in 2018”, schrijft het SCP. „De klassieke bijstandsgerechtigden, met ruim 440.000 personen in 2018 veruit de grootste groep, merken nauwelijks verbetering.” De onderzoekers komen tot een hard eindoordeel: „Ondanks enkele positieve resultaten moeten we concluderen dat de Participatiewet de komende jaren nog flink wat werk behoeft om succesvol te kunnen zijn.”

De vakcentrales FNV en CNV hopen dat het kabinet lessen zal trekken uit de SCP-evaluatie. Zij vinden dat de Participatiewet „van geen kanten deugt” (Kitty Jong, vicevoorzitter van FNV) en „faliekant is mislukt” (CNV-bestuurder Willem Jelle Berg). Zij roepen het kabinet op om de „afbraak” van de sociale werkvoorziening terug te draaien.

Decentraliseringsoperatie

De invoering van de Participatiewet, per 1 januari 2015, was een van de grote decentraliseringsoperaties van de overheid. Gemeenten kregen de taak om mensen die niet op eigen kracht aan het werk kunnen komen, ondersteuning te bieden bij het vinden van een baan. Ze zouden bij voorkeur bij een gewone werkgever moeten worden geplaatst. Er mochten geen nieuwe mensen meer instromen in de sociale werkplaatsen en de toegang tot de uitkering voor jonggehandicapten, de Wajong, werd beperkt.

Lees ook: De inclusieve werkvloer blijft een verre droom

Werkgevers spraken af dat zij voor deze doelgroep 100.000 extra banen zouden creëren. De rijksoverheid zou er zelf 25.000 voor haar rekening nemen. Er kwamen ook nieuwe instrumenten om deze groep aan het werk te helpen, zoals subsidies voor wie een gehandicapte in dienst neemt. Mensen bij wie het ook daarmee nog niet lukt om aan de slag te komen, komen in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Gemeenten kunnen in ruil daarvoor een tegenprestatie eisen, zoals verplicht vrijwilligerswerk.

Volgens het SCP zijn de tegenvallende resultaten van de Participatiewet deels te wijten aan verkeerde aannames bij de invoering. Zo werd ervan uitgegaan dat iedereen in de doelgroep in staat was om te werken. In de praktijk was dat niet zo. Mensen die langdurig werkloos zijn kampen vaak nog met andere problemen, zoals een verslaving, schulden, huiselijk geweld of psychische problemen. Als die niet opgelost worden, lukt het deze mensen vaak niet om aan het werk te gaan.

Ook is de regelgeving voor werkgevers niet minder complex geworden, zoals wel de bedoeling was. Dat komt doordat er naast de nieuwe wet nog een aantal oude regelingen bleef bestaan. Het aantal werkgevers dat mensen uit de doelgroep in dienst neemt, is niet toegenomen sinds 2015. Twee op de drie werkgevers zijn hier wel toe bereid, maar in de praktijk blijkt slechts één op de drie werkgevers dat voornemen uit te voeren.

Lees ook: SCP: werkgever zet zich weinig in voor inclusieve arbeidsmarkt

Forse bezuiniging

De decentralisatie ging in 2015 gepaard met een forse bezuiniging van 1,7 miljard euro op het budget voor uitkeringen en begeleiding. Voor gemeenten is het daarom van belang zo zuinig mogelijk met het beschikbare geld om te springen.

Het SCP merkt op dat de Participatiewet het voor gemeenten financieel aantrekkelijk heeft gemaakt om eerst de mensen te helpen die de grootste kans maken op werk. Als ze die aan een baan helpen, mogen de gemeenten het geld dat ze besparen op de uitkering besteden aan andere dingen.

Werkgevers blijken voornamelijk geneigd een kans te geven aan mensen met lichamelijke beperkingen. Gemeenten richten hun begeleiding dan ook vooral op die kansrijke groep. Zo valt de grootste groep mensen die onder de Participatiewet valt, met psychische en verstandelijke beperkingen, buiten de boot.