Reportage

Met Grapperhaus mee op werkbezoek: ‘Sjezus jongens, kom eens kijken’

Ondermijning Minister Ferdinand Grapperhaus wil ondermijnende criminaliteit bestrijden. Maar hoe lastig dat is, blijkt op werkbezoeken waar NRC meeliep.

Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) op werkbezoek in Amsterdam-Noord.
Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) op werkbezoek in Amsterdam-Noord. Foto Kick Smeets/rijksoverheid 2019

Ferdinand Grapperhaus loopt langs een autogarage met golfplaten op het dak en rondslingerend gereedschap op de vloer. Plotseling houdt de minister van Justitie en Veiligheid (CDA) – in pak, das met juridische weegschaal – stil. Hij kijkt naar binnen, wijst en zegt: „Sjezus jongens, kom eens kijken”.

Voor hem staat een nieuwe Mercedes G-klasse. „Met een kenteken uit Verweggistan nog wel”, zegt Grapperhaus terwijl hij de garage inloopt – de nummerplaat is Tsjechisch. De politieagenten die Grapperhaus begeleiden, lachen, de monteur kijkt zenuwachtig en zegt niet te weten van wie de auto precies is. Of nee, herstelt hij zich: het is een huurauto van zijn zoon. De agenten vragen om de autopapieren; op dit industrieterrein zou veel ondermijnende criminaliteit zijn, en wat doet zo’n auto hier? Met zijn handen op zijn rug kijkt de minister toe.

Grapperhaus is op dit industrieterrein in Amsterdam-Noord om te zien hoe politie en gemeente hier criminaliteit aanpakken. De aanpak van drugscriminaliteit is dé prioriteit van Grapperhaus’ ministerschap. Woensdag en donderdag debatteert de Tweede Kamer met Grapperhaus over zijn plannen tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie.

Het is al helemaal zijn prioriteit geworden sinds de moord op de Amsterdamse advocaat Derk Wiersum, half september. „Een aanslag op de rechtsstaat”, noemde Grapperhaus die moord op de advocaat van kroongetuige Nabil B., met natte ogen en overslaande stem. „De moord was voor mij het bewijs dat drugscriminelen de rechtsstaat omver aan het trekken zijn”, zegt hij later tegen NRC.

Lees ook: Het doorleefde gezicht van een geschokte rechtsorde

Hij beloofde na de moord een speciale antidrugseenheid, er kwam nog eens eenmalig 110 miljoen euro voor de aanpak van drugscriminaliteit, boven de dit jaar al uitgegeven eenmalige 100 miljoen euro. Grapperhaus’ ambitie is groot: de drugscriminaliteit weg uit Nederland, de productie van synthetische drugs naar „nagenoeg nul” en Rotterdam niet meer als dé invoerhaven van drugs.

Meer nodig van alles

Die ambities botsen op de realiteit. NRC volgde Grapperhaus dit jaar tijdens vier werkbezoeken, in Amsterdam, Breda, Groningen en op Schiphol. Er is meer van alles nodig, hoort hij overal. Dinsdag bleek bovendien dat een ruzie binnen de Landelijke Eenheid van de politie inlichtingenwerk belemmert.

Zelden is ondermijning diréct zichtbaar: er is vaak twijfel, als opsporingsdiensten wel vermoeden dat drugscriminaliteit zich vermengt met de bovenwereld, maar het niet direct hard te krijgen is. Sluipenderwijs neemt de ondermijning toe, tot in een ogenschijnlijk verlaten boerenstal een drugslab blijkt te zitten, tot een jongen in een achterstandswijk in een paar jaar van fietsendief naar drugsdealer naar huurmoordenaar blijkt te zijn gegroeid.

Zelden is ondermijning diréct zichtbaar: er is vaak twijfel

Dat vermoeden van ondermijning is er ook op het industrieterrein in Amsterdam-Noord, waar Grapperhaus in april is. Financieel rechercheurs zien te veel verdachte geldstromen en verdachte personen. Maar de link met de garagebedrijven bewijzen is moeilijk. Om witwassen te voorkomen, moeten ondernemers hier sinds een jaar de aan- en verkoop van tweedehandsgoederen registreren. Voor wie het niet doet, dreigt sluiting.

Maar opgelost is het probleem niet. De garagedeur van een bedrijf waar op de gevel staat dat je bij ‘bandenkoning Ali’ zonder afspraak een APK kunt laten doen, is volgens agenten al maanden niet omhoog geweest. Toch zien rechercheurs dat het bedrijf inkomsten opgeeft. Het vermoeden is dat er witgewassen wordt.

Vijfhonderd kapperszaken

Hoe winkels onderdeel zijn van de criminele infrastructuur ziet Grapperhaus ook in de stad Groningen, half september. Maar hij ziet ook een inventieve aanpak. Met Grapperhaus’ geld doen ze hier iets wat in de rest van Nederland navolging kan krijgen. Met data van onder meer politie, gemeente, FIOD en Belastingdienst is een ‘dynamische misdaadkaart’ gemaakt, waarop criminele stromen zichtbaar worden. De overheden onderzoeken er vooral bedrijfstakken mee die kwetsbaar zijn voor criminaliteit.

Ze deden het hier al met kapperszaken, een paar jaar terug had Groningen er bijna vijfhonderd, op 200.000 inwoners – Grapperhaus grinnikt als burgemeester Peter den Oudsten het hem vertelt. En nu met growshops, waar je middelen kunt kopen om thuis wietplanten te telen. Teams van agenten en ambtenaren van gemeente en de Belastingdienst gaan vandaag growshops langs en willen álles zien: de administratie, wie er werkt en onder welke voorwaarden, wat er verkocht wordt.

Lees ook deze reportage over ondermijning in Rotterdam-Zuid: Een lege winkel vol trouwjurken met een peuter spelend op de grond.

En wat er niet verkocht wordt. Want voor de deur van de growshop vertelt een agent dat het aanbod van de winkel verdacht is. Amper zaden, vooral flacons met groeimiddelen. Aan de muur hangen vergeelde affiches. Er staan een motor, een lege tv-doos. „Geen lampen te koop, geen elektriciteit om het aan te leggen”, constateert de agent. „Met wat ze hier verkopen, kun je niet zelf gaan telen.”

Growshops zijn vaak eigenlijk een soort aanneembedrijven van criminelen, legt de agent uit. Wie als klant aanklopt om zélf een illegale kwekerij – niet de in de praktijk gedoogdevijf plantjes, maar veel grootschaliger – te beginnen, krijgt een timmerman en elektricien langs die de infrastructuur bouwen. De eerste twee oogsten zijn voor de growshop.

De actiedag slaagt, zegt projectleider van de gemeente Arjan Hof tegen Grapperhaus, terwijl op de achtergrond belastingambtenaren de administratie van de growshop bekijken. Er zijn al vier growshops bezocht, bij drie daarvan legde de Belastingdienst beslag op goederen. Bij deze winkel wordt onderzocht of de jongen die achter de kassa stond er niet zwart werkt. Grapperhaus, tevreden: „Een voorbeeld voor de rest van Nederland, deze moderne aanpak.”

Het zijn werkbezoeken zoals Grapperhaus ze het liefste heeft. Hij wil de werkvloer op: praten met agenten, douaniers, wie dan ook, en zien hoe drugscriminaliteit aangepakt wordt.

Grapperhaus is er serieus, maar losjes, zoals hij dat inmiddels ook in de Tweede Kamer vaak is. Als nieuwkomer in de politiek stuntelde hij in zijn eerste jaar nog met versprekingen over IS-kinderen en het beknotten van de vrijheid van meningsuiting. Tijdens debatten was hij gespannen en soms amper verstaanbaar.

Op Schiphol, eind april, moeten zijn ambtenaren lachen als Grapperhaus een geel hesje aan moet – hij staat tussen de vliegtuigen met gierende motoren. „Maak even een foto voor Mark Rutte”, gebiedt hij een ambtenaar. De premier heeft dan net aangekondigd met de actiegroep in gesprek te gaan.

Drugssmokkel op Schiphol

Grapperhaus ziet op Schiphol hoe criminelen via het vliegveld drugs proberen te smokkelen. Daar werken zo’n 65.000 mensen, sommigen werken op één dag voor verschillende bedrijven met verschillende taken en kunnen daarom óveral op Schiphol komen. Een slimme crimineel weet er zo een paar uit te pikken om te smokkelen: het zijn vaak mensen met lage inkomens die kwetsbaar kunnen zijn voor het geld dat drugscriminelen hun bieden.

Die gasten, zegt de marechaussee die hem rondleidt, „spelen met ons”. De minister zit gebukt in het crew’s nest van een groot KLM-vliegtuig, een benauwde ruimte boven de cabine waar piloten en stewardessen kunnen slapen. Op het bed naast Grapperhaus zitten ambtenaar van Justitie Esther van Dijk, projectleider aanpak ondermijning, en de marechaussee die hen rondleidt.

„Wie zijn die gasten dan?” vraagt Van Dijk.

„Het kan iedereen zijn. Een douanier, een schoonmaker”, antwoordt de marechaussee.

Een douanier laat in het vliegtuig overal verborgen vakjes zien. Achter de wc kan een schot weggehaald worden en drugs worden verstopt. In ruimtes achter stoelen kan zómaar vijf kilo coke verstopt worden.

„Het is net Jackie Brown”, zegt Grapperhaus, verwijzend naar de Tarantino-film waarin een stewardess drugsgeld smokkelt. Soms, zegt een marechaussee, „krijgen wij de tip dat er in een vliegtuig iets móét liggen. Dan zoeken, zoeken, zoeken we, tot we iets vinden.” Elke twee weken is het wel raak, zegt hij. Meestal relatief kleine vondsten, verstopt in de kleine vakjes. „Maar twee jaar terug ineens 34 kilo coke.” Straatwaarde: ruim 1 miljoen euro.

Een slimme crimineel weet er zo een paar mensen uit te pikken om te smokkelen

Zo verschillend als ondermijning is – een growshop in Groningen, smokkel op Schiphol – zo verschillend is de aanpak ook, ziet Grapperhaus. Hier gaat het om het ontregelen van die criminele infrastructuur. Zomaar kort voor een dienst een rooster veranderen zodat iemand nét die ene vlucht uit Zuid-Amerika kan schoonmaken, mogen bedrijven op Schiphol bijvoorbeeld niet meer doen.

Elk werkbezoek stelt Grapperhaus dezelfde vraag aan politieagenten, ambtenaren, officieren van justitie: wat heb je van mij nodig? En vrijwel altijd is het antwoord hetzelfde. Er kan al veel, maar er is véél meer nodig: méér agenten, méér geld, méér wettelijke bevoegdheden. Grapperhaus luistert en legt uit wat hij al doet.

Bijvoorbeeld dat de wet al minder in de weg staat. De afgelopen twee jaar zijn er wetten aangenomen die het burgemeesters gemakkelijker maken panden te sluiten als drugs gevonden zijn.

Lees ook over de personele problemen bij de politie: ‘Strijd tegen drugsmaffia holt politie in regio uit’

Tekort aan geld en agenten

Moeilijker zijn de tekorten aan geld en agenten: dat lost een wetswijziging niet op. Deze kabinetsperiode gaat er eenmalig 210 miljoen euro extra naar de strijd tegen ondermijning. Maar alleen de antidrugseenheid die Grapperhaus na de moord op advocaat Wiersum aankondigde, gaat de politie al ruim 50 miljoen euro per jaar kosten.

„Er móét structureel geld bij”, erkent Grapperhaus in een interview na afloop van alle werkbezoeken. Die bezoeken leerden hem dat, maar vooral ook de moord op advocaat Derk Wiersum. Hij wil dat het ondermijningsfonds structureel wordt. „Daar ga ik me in het kabinet hard voor maken bij de onderhandelingen voor de Voorjaarsnota. We trekken al geld uit voor 1.100 extra agenten de komende jaren. Maar bedenk: er is de laatste tien jaar flink bezuinigd. Bij de politie, de FIOD, het OM… alle diensten die we nu nodig hebben, moesten mensen ontslaan. Bij de politie gingen er 3.500 agenten af.”

De politie kampt al jaren met tekorten, die ook Grapperhaus niet oplost. Voor de antidrugseenheid zullen zo’n driehonderd agenten vrijgesteld moeten worden. Het beveiligen van tientallen rechters, officieren van justitie en advocaten sinds de moord op Wiersum gebeurt óók grotendeels door agenten. Burgemeesters waarschuwden eind vorige maand dat de strijd tegen drugscriminaliteit agenten opslokt die ze hard nodig hebben om politiebureaus te bemannen, overvallers op te sporen, om, kortom, het normale politiewerk te blijven doen.

Grapperhaus hoort dezelfde klachten vaak, onder meer op een jaarlijkse conferentie over ondermijning in de koepelgevangenis in Breda. In de zaal zitten politieagenten, officieren van justitie, burgemeesters, ambtenaren. De voorhoede van de strijd tegen criminelen. Een jaar eerder had Grapperhaus hier het nummer ‘We can work it out’ van The Beatles aangehaald, om te benadrukken dat overheidsorganisaties meer moeten samenwerken tegen ondermijning. Dit keer gebruikt hij een ander Beatles-nummer: „Dames en heren, het is een ‘Long and Winding Road’”.

Correctie (25-11-2019): in een eerdere versie stond dat vijf wietplantjes „wettelijk toegestaan” zijn. Dat klopt niet: maar in de praktijk wordt die hoeveelheid gedoogd.