Reportage

De verpleegkundige moet op vijf plekken tegelijk zijn

Ziekenzorg Het werk in een ziekenhuis wordt steeds zwaarder, zegt een verpleegkundige. Ze moeten meer doen voor meer patiënten met mínder collega’s. Hoe hou je dat vol?

Senior verpleegkundige Loes Gehring en haar collega’s aan het werk in het Tergooi Ziekenhuis in Blaricum: „Een stervende patiënt, daar ben je niet ‘even’ klaar mee.”
Senior verpleegkundige Loes Gehring en haar collega’s aan het werk in het Tergooi Ziekenhuis in Blaricum: „Een stervende patiënt, daar ben je niet ‘even’ klaar mee.” Foto’s Lars van den Brink

Loes Gehring laat een bed zien met een tent van gaasdoek erover heen. Het bed voor delirante (acuut verwarde) patiënten. Onlangs moesten ze met zijn drieën een vrouw erin tillen. Ze kwam net binnen, na een tweede herseninfarct, en ze ging door het lint. „Je moet iemand dan tegen zichzelf beschermen”, zegt Gehring. Patiënten kunnen in een delier het infuus uit hun arm trekken of zichzelf echt bezeren.

Het dagelijks werk in het ziekenhuis is steeds zwaarder geworden, zegt Gehring, een stevige vrouw van 56 jaar. Ze is senior verpleegkundige op de afdeling neurologie van het Tergooi Ziekenhuis in Blaricum. De patiënten worden, in alle ziekenhuizen, sneller dan vroeger naar huis gestuurd. Dat heet een ‘hoge patiënten-turnover’. Maar daardoor hebben de patiënten díe er liggen gemiddeld meer zorg nodig dan voorheen. En de patiënten zijn ouder, dus ze hébben meer. Hartklachten, diabetes, delier, en hier op de afdeling sowieso iets neurologisch – een beroerte, een bloeding, epilepsie, een hersentumor of ernstige auto-immuunziekten.

Lees ook dit interview met een ziekenhuisdirecteur: Maar ja. Wie gaat al dat personeel meer betalen?

Ludieke acties

Deze woensdag staakt Gehring op haar vrije dag, net als 150.000 andere verpleegkundigen. Ze gaat met twee andere collega’s die vrij zijn naar de manifestatie in Utrecht. Ze willen meer loonsverhoging dan de 4 procent per jaar die ziekenhuizen voor 2020 en 2021 bieden. Op haar afdeling zijn alleen ludieke acties, wat ballonnen en spandoeken. Een zondagsdienst draaien – zoals afdelingen in 90 procent van de ziekenhuizen doen – kan niet op een neurologie-afdeling met acute zorg.

Gehring werkt al twintig jaar in dit ziekenhuis, waarvan elf jaar op de neurologie. Fulltime, met twee nachtdiensten per vier weken. Meer nachtdiensten kan ze op deze leeftijd niet meer aan. Ze heeft drie kinderen opgevoed, een (goed) huwelijk en een hond.

Foto Lars van den Brink

Een dienst – van 07.00 tot 15.30 of van 15.00 tot 23.30 – is voor Gehring luisteren, handelen, rennen, ziekmeldingen oplossen. En registreren. Zelfs in een acute situatie, als iemand achteruit gaat, moeten de verpleegkundigen direct alles in de computer vastleggen. De tijden, de handeling, de medicatie – alles. Waarom? „Om verantwoording af te leggen. Je moet altijd kunnen aantonen wat er wanneer gebeurd is.”

Sowieso moeten haar collega’s van alles registreren. En het is ze een doorn in het oog. Dingen als het ‘restvolume’ in een infuuszak. Of de vele vragen in de anamnese die er eigenlijk niet toe doen. „Waarom?” , vraagt Gehring zich af. „Er gebeurt níets met die informatie.”

Epileptische aanval

Je moet op de neurologie altijd opletten, zegt Gehring; zeker bij de acht brain care-bedden. Daar houden haar collega’s de bloeddruk, hartslag en ademhaling van de patiënt continu in de gaten. Want de patiënt kan opnieuw een hersenbloeding krijgen of een epileptische aanval. Maar hij kan ook vallen. Gehring: „Als je opeens halfzijdig verlamd bent, door een hersenbloeding, dan ben je dat nog niet gewend. Je wilt tóch gaan staan en kunt dan vallen.”

Lees ook: Verpleegkundigen ziek van de werkdruk

Daarnaast zijn er op de neurologie-afdeling veertien ‘gewone’ bedden. De ouderen die hier komen, liggen soms langer in het ziekenhuis dan eigenlijk hoort, zegt ze. Omdat kinderen en partners de zorg niet meer aankunnen en omdat ze „heel lang moeten wachten op een plek in een verpleeghuis. Ze liggen soms wel drie weken bij ons”. Die patiënten krijgen ook vaak de ziekenhuiscomplicaties waardoor het verblijf nóg langer duurt.

Dubbele diensten

Eén dag in de week doet Gehring ook ‘senior-taken’. Klachten en incidenten afhandelen en oplossingen bedenken voor nieuwe problemen. Elk ‘valincident’ moet gemeld worden om verbeteringen te organiseren. En dan zijn er de screeningsformulieren die over de patiënt moeten worden ingevuld als ze een MRI-scan krijgen. Of er metaal in het lichaam zit (pacemaker, prothese), en of de patiënt claustrofobisch is. Soms vergeet een verpleegkundige dat formulier in te vullen, in alle drukte, en dan krijgt Gehring daar een interne klacht over.

Foto Lars van den Brink

Er moet meer personeel komen, vinden Gehring en haar collega’s. De werkdruk is hoog, ze moeten op vijf plaatsen tegelijk zijn. „Patiënten bellen voor het toilet, of ze hebben pijn of ze zijn misselijk of verward, of er valt iemand of er hangt iemand half uit bed. Wij willen die mensen goed en aandachtig helpen maar dat is onmogelijk.”

Met zijn tweetjes

Basiszorg moet op onze afdeling eigenlijk altijd met z’n tweetjes, zegt Gehring. „Omdat de patiënten te zwaar aangedaan zijn en de zorg (belastbaarheid voor de verpleegkundige) daarmee dus te zwaar wordt.” ’s Avonds staan ze met drie verpleegkundigen op twintig patiënten. Als een bed naar beneden gaat, om snel een foto te laten maken bijvoorbeeld, moeten er altijd twee verpleegkundigen mee – alleen gaat niet. Maar dan blijft er dus één achter op de afdeling. „Dat kan eigenlijk niet”.

Lees ook: Meeste personeel ouderenzorg kampt met stress en schuldgevoel

In de late dienst zaterdag, had Gehring een stervende patiënt op de afdeling. „Daar is aandacht voor nodig, om te doen wat je moet doen. Daar ben je niet ‘even’ mee klaar.”

Laatst werkte Gehring een dubbele dienst omdat een collega zich ziek meldde. Van 7.00 tot 15.30 draaide ze een seniordagdienst. Om 14.00 kwam haar man haar halen om even met de hond een wandeling te maken, om drie uur was ze weer op de afdeling, tot half twaalf ’s avonds. „Dat kan eigenlijk niet. Maar ik voel me verantwoordelijk en wil mijn twee collega’s er niet alleen voor op laten draaien.”