Ex-minister Ernst Hirsch Ballin: ik heb me niet bemoeid met zaak-Poch

Dodenvluchten Op verzoek van voormalig Transavia-piloot Julio Poch worden betrokkenen gehoord in de zaak die leidde tot zijn berechting in Buenos Aires.

Oud-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin arriveert bij de rechtbank voor de openbare verhoren in de zaak tegen Julio Poch, dinsdag.
Oud-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin arriveert bij de rechtbank voor de openbare verhoren in de zaak tegen Julio Poch, dinsdag. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Ernst Hirsch Ballin, minister van Justitie tussen 2006 tot 2010, zegt geen inhoudelijke bemoeienis te hebben gehad met de vervolging van de voormalige Transavia-piloot Julio Poch. Hij heeft zich als bewindsman alleen af en toe door het Openbaar Ministerie laten informeren over de strafzaak tegen Poch om invulling te kunnen geven aan zijn politieke verantwoordelijkheid voor het handelen van de staande magistraten.

Dit verklaarde Hirsch Ballin dinsdag in een voorlopig getuigenverhoor voor de rechter-commissaris in Rotterdam. Op verzoek van de Nederlands/Argentijnse Poch worden betrokkenen gehoord in de zaak die leidde tot zijn berechting in Buenos Aires wegens deelname aan zogeheten ‘dodenvluchten’ in Argentinië tussen 1976 en 1980.

Opgepakt in Valencia

Poch werd in 2009 na tips van het Nederlandse OM opgepakt in Valencia en uitgeleverd aan Argentinië. Na acht jaar voorarrest werd hij in 2017 vrijgesproken van de verdenking als piloot voor het Argentijnse militaire regime dodenvluchten te hebben uitgevoerd. Hij eist nu vijf miljoen euro schadevergoeding van de Nederlandse staat. Voor de onderbouwing van zijn claim wil hij getuigen horen om bewijs te verzamelen waaruit zou blijken dat hij het slachtoffer zou zijn van een politiek spelletje, zoals Poch en zijn advocaat Geert-Jan Knoops denken.

Lees alles over de zaak-Poch

Hirsch Ballin zei dat hij enkele weken voordat Poch in Spanje werd gearresteerd, van het OM te horen kreeg dat de Spaanse justitiële autoriteiten zouden worden geïnformeerd over het vluchtschema van Poch, die voor Transavia op zijn laatste vlucht naar Valencia vloog. De toenmalige bewindsman zei dat hij „niet onmiddellijk overtuigd was van de juistheid van de gang van zaken”. Toch stemde hij later in met de ‘uitlevering’ van Poch via Spanje aan Argentinië, omdat dit volgens het OM de beste oplossing was. Het verzoek om rechtshulp van Argentinië kon niet worden geweigerd en berechting in Argentinië lag ook het meest voor de hand omdat Poch verdacht werd van ernstige misdrijven in dat land. Hirsch Ballin zei zich niet te hebben verdiept in de vraag of er eigenlijk ook wel bewijsmateriaal was tegen Poch. Dat was aan het OM.

‘Hogere belangen’

Toenmalig teamleider van het OM Guus Schram werd dinsdag ook verhoord. Hij bleek zich nauwelijks nog iets te kunnen herinneren van de Nederlandse justitiële betrokkenheid bij de vervolging van Poch. Een dag eerder zei voormalig Transavia-directeur Michiel Meijer destijds van Schram te hebben begrepen dat de uitlevering van Poch „hogere belangen” diende. In ruil voor Poch zouden de Argentijnen de vader van koningin Máxima, voormalig staatssecretaris van de junta Jorge Zorreguieta, met rust hebben gelaten.

Schram sprak dit tegen. Hij zou met Meijer alleen hebben gesproken over de hoge commerciële belangen, de economische schade die de vervolging van een Transavia-piloot met zich mee bracht.

Knoops gaat de rechter-commissaris nog vragen om officier van justitie Ward Ferdinandusse te horen. Hij was destijds de zaaksofficier van justitie en bedacht met Argentijnse collega's de constructie om Poch via een omweg in handen van Argentinië te spelen.