De vrienden Tim Krabbé en Ferdi E.

Zap In ‘De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw’ zien we hoe Tim Krabbé wordt meegevoerd door een fascinatie voor de man die Gerrit Jan Heijn ontvoerde en vermoordde.
Tim Krabbé in De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw.
Tim Krabbé in De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw. Beeld BNNVARA

Je kunt het gerust een obsessie noemen: 142 keer ging schrijver Tim Krabbé in de gevangenis op bezoek bij Ferdi E., de werkloze huisvader uit Landsmeer die in september 1987 Gerrit Jan Heijn ontvoerde en vermoordde. Bovendien sloot Krabbé een innige vriendschap met Els Hupkes, de vrouw van de ontvoerder – ze kregen zelfs een verhouding.

Zo luiden de bizarre feiten uit de documentaire De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw die BNNVARA maandag uitzond. Ik heb met grote verbazing zitten kijken. De film bestaat hoofdzakelijk uit een in de Bijlmerbajes gefilmd interview met Krabbé door Twan Huys, afgewisseld met oude fragmenten. Daar zitten behalve veel oude stukken Journaal en Opsporing verzocht ook beelden in van de reconstructie die de politie met E. maakte.

De moordenaar toont zich een vriendelijk en coöperatief man, met af en toe een grapje voor de agenten, terwijl hij netjes zijn misdaad naspeelt. „Nou zo… en dan schieten.” Het afsnijden van de pink van de juist vermoorde Heijn viel reuze mee. Tussen het eerste en het tweede kootje: „Ik heb de afgelopen twee jaar gekookt. Bij een kip kan ik dat ook feilloos.”

Veel meer dan een film over de ontvoering is het er een over Tim Krabbé. Wie zijn boeken een beetje kent – waarin de verhouding tussen plan en daad een centrale rol speelt – begrijpt waarom de solist Ferdi E. (1942-2009) hem zo fascineerde. Bovendien was E. geen penose. Hij en zijn vrouw waren „ontwikkelde, veellezende mensen”. Zoals Krabbé (1943) zelf.

De jongensachtige opwinding gloeit in de ogen van de schrijver als hij vertelt. Hij noemt de misdaad „gruwelijk” en vergoelijkt niets, maar dat sneeuwt onder in het enthousiasme van de romanschrijver over het avontuur dat hij in het echte leven beleefde.

Dikke enveloppen post werden uitgewisseld met Hupkes. Hun eerste telefoongesprek duurde een paar uur, midden in de nacht. Krabbés vrouw (die is dat inmiddels niet meer) zag de obsessie van haar man met lede ogen aan. Ergens in de film zegt Krabbé: „Ik had de juiste bron aangemoord”. Het is de verspreking van het jaar.

Details buitelen over elkaar heen. Ik vermoord je als je iets verkeerds over me schrijft, zei E. in het eerste gesprek met Krabbé. Later maakte hij een schaakspel voor hem. Na de vrijlating van de moordenaar verwachtte Krabbé, de 142 gevangenisbezoekjes indachtig, eigenlijk wel een uitnodiging voor „een pilsje” of een etentje, maar dat bleef uit. De vriendschap met Hupkes hield aan tot haar dood in 2016.

Prachtig zie je in De schrijver, de moordenaar en zijn vrouw hoe een schrijver wordt meegevoerd door een bezeten fascinatie. Als het gaat over een afpersingsbrief die E. aan de familie Heijn stuurde, wordt Krabbé afgeleid door het feit dat deze zo goed was geschreven. Dat schuurt. Uiteindelijk vindt hij E. ‘een zielige schoft’, een man die te onbuigzaam was om goed te functioneren. „Te integer”, concludeert Krabbé. Dat is ongelukkig geformuleerd: integriteit toont zich juist in het betrekken van de gevolgen voor anderen in je handelen.

Ook interviewer Twan Huys blijkt vaak bij E. op bajesbezoek te zijn geweest (nu geen grappen over College Tour maken). In de film beperkt Huys zich tot vragen stellen, maar één vraag miste ik. Want pas nu publiceert Krabbé het 800 bladzijden dikke boek Vrienden. Waarom heeft Krabbé, die een tijd dag en nacht aan zijn boek werkte, dat boek dertig jaar lang níet geschreven?

Het is een omissie in een fascinerend en verwarrend verslag van wat een misdadiger kan losmaken in een obsessiegevoelige schrijver als die de juiste bron heeft, eh, aangemoord.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.