Opinie

Cadeau

Ellen Deckwitz

Zaterdagavond gingen mijn zus en ik met een club vrienden naar Doctor Sleep, het vervolg op The Shining. Zoals wel meer leden van onze generatie hebben we The Shining veels te vroeg gezien, waardoor onze tienernachtmerries doorspekt waren met bloedwatervallen, rottende oma’s en een bijlzwaaiende Jack Nicholson. En waardoor we ook totaal geobsedeerd waren door deze film, want de dingen die we vrezen fascineren tegelijkertijd mateloos (op de Belastingdienst na).

Doctor Sleep bleek uiteindelijk niet zozeer een horrorfilm te zijn als wel een verhaal over loskomen van je verleden, en het worstelen met verslavingen om maar niet stil te hoeven staan bij wat je geworden bent. In The Shining probeert Jack Torrance van zijn alcoholisme af te komen voor hij uiteindelijk toch voor de drank zwicht met alle kapotgehakte deuren van dien. In Doctor Sleep is zijn zoon Danny, nu zonder driewieler maar met baard, ook een alcoholist geworden. Op een zeker moment ontmoet Danny de geest van zijn vader, die hem uitlegt waarom hij zoveel dronk: het hebben van een gezin vrat aan hem, slokte de tijd op die hij wilde besteden aan het volgen van zijn dromen. Je drinkt om dat te vergeten, zegt Jacks geest, om de haat jegens je kinderen te vergeten, dat ze een deel van je leven afpakken.

Tijdens deze scène ontstond er een beladen stilte in onze groep. R., die naast mij zat, groeide op met een alcoholistische vader. Het heeft haar bergen wilskracht gekost om hem te vergeven, en om zelf ook bij de fles vandaan te blijven.

Na afloop zag ze bleek. „Dat hakte er wel in zeg”, zei ze. Iedereen knikte. „Stephen King schreef eens dat horror ons de donkere kanten van de mens toont, in de veilige omgeving van de fictie”, zei mijn zus.

„Nou, deze donkere kant heb ik in het echt al vaak genoeg meegemaakt”, mompelde R. Ze draait aan haar trouwring.

„Ik vond het echt vreselijk”, fluisterde ze, „de suggestie dat een ouder drinkt om de haat tegen zijn kinderen te vergeten. Ik herinner me mijn vader alleen maar dronken. Ik kan me niet heugen of hij mij ooit nuchter heeft gezien.” Ze bestelde een cola.

„Misschien is dat wel je cadeau aan jouw kinderen”, zei mijn zus, „dat je ze altijd nuchter ziet.”

„Dat ik hun aanwezigheid nooit probeer te verzachten met drank”, zuchtte R. „Nu alleen nog de neiging om mijn éígen aanwezigheid via alcohol te willen onderdrukken.”

Haar cola bruiste. Uit het zwart stegen belletjes op, glanzende bolletjes licht die aan de oppervlakte uiteen spatten, verdwenen zonder een spoor achter te laten.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.