Opinie

Ben je een schurk, dan liefst een grote

IDFA: Coen van Zwol Wat definieert een schurk? Het aantal doden dat hij of zij veroorzaakt? De denkbeelden, de bloeddorst? Maakt het uit of de schurk berouw betoont? Coen van Zwol vraagt het zich af bij het bijprogramma ‘Villains’ van IDFA.

Coen van Zwol

Schurken fascineren ons mateloos, zie het mondiale succes van speelfilm Joker. Ook in documentaires: ‘Villains’, een ijzersterk bijprogramma van IDFA 2019, gaat over de confrontatie van filmmaker en schurk. Wat is een schurk? Is Robert McNamara dat in Errol Morris’ klassieker The Fog of War (2003)? Als minister van Defensie leidde hij de VS met zijn technocratische optimisme de Vietnamoorlog in: hij is medeschuldig aan miljoenen doden. Maar McNamara erkent zijn falen en trekt er elf wijze lessen over oorlog. Pleit dat hem vrij? En de populistische stokebrand Steve Bannon dan? In The Brink (2019) probeert hij extreem-rechts Europa te verenigen. Een aimabele sloddervos en scherp debater: maken denkbeelden dan de schurk?

Tijd speelt ook een rol. In The Man With the Golden Soles (2000) debatteert filmmaker Omar Amiralay met zijn linkse vrienden of hij wel in gesprek mag met de odieuze Rafik Hariri, selfmade bouwtycoon, miljardair en Libanees premier. Hun steekspel eindigt onbeslist, maar over Hariri, in 2004 gedood bij een bomaanslag, is het oordeel nu mild: een sluw oliemannetje dat Libanon na vijftien jaar burgeroorlog stabiliseerde en – door zijn dood – het vertrek van Syrië bewerkstelligde.

‘Villains’ heeft gelukkig ook bona fide, perfide schurken: zie General Idi Amin Dada: A Self Portrait (1974). De bloeddorstige dictator van Oeganda oogt voor Barbet Schroeders camera als Donald Trump in overdrive: narcistisch, leugenachtig en onwetend in het rond beuzelend. Een trol is hij ook: zie Amin grinnikend voedselhulp inzamelen voor de Britse ex-kolonisator. Zijn invasieplannen in Israël met soldaten die trainen in een speeltuin ogen kluchtig, maar het lachen vergaat je als Amin een minister de mantel uitveegt wiens lijk even later in de Nijl drijft. You’re fired had volstaan.

The Kingmaker (2019) focust op Imelda Marcos, de gewezen Filippijnse first lady met 3.000 paar schoenen wiens dynastie een comeback maakt onder haar bondgenoot, president Duterte. Ook die maakt het kwaad heel zichtbaar: een theatrale drakenmoeder vol gif, intrige en zelfbeklag die haar land kaal plunderde, maar zich filantroop waant door geld naar straatkinderen te strooien.

Marcos lijkt te geloven in haar missie: grote schurken hebben het gemakkelijker dan kleine. Zij kunnen zichzelf wijsmaken dat ze het allemaal doen voor volk, vaderland of familie. Die luxe mist de door wroeging verteerde moordenaar die in El Sicario, Room 164 uitlegt hoe de bloedige machinerie van Mexicaanse drugskartels werkt: in de finale stort hij huilend in.

Lees ook, op IDFA: Patricio Guzmán, chroniqueur van Chili

Dat gebeurt ook in het briljante The Look of Silence (2014), waar een snoevende beul van de Indonesische massamoord van 1965 kokhalst als hij naspeelt hoe hij iemand met ijzerdraad wurgde. Met concreet bloed aan je handen knaagt het geweten, laat IDFA-programma ‘Villains’ zien. Ook wanneer je dat daderstrauma woedend overschreeuwt, zoals die leuke, flamboyante tante Adriana in Adriana’s Pact (2017) wanneer haar nichtje weet dat tante als agent van de Chileense geheime dienst DINA deelnam aan martelingen. Ben je een schurk, dan kan je maar beter een heel grote zijn.

Coen van Zwol is filmrecensent.