Verzet tegen andere financiering van podiumkunsten, minister onderzoekt gevolgen

Kamerdebat De Tweede Kamer wil weten wat de gevolgen zijn van een andere manier om de podiumkunsten te subsidiëren. Tegen die verandering is groot verzet, Kamerleden ontvingen honderden verontruste mails.

Minister Van Engelshoven (Cultuur, D66), eerder dit jaar in de Tweede Kamer.
Minister Van Engelshoven (Cultuur, D66), eerder dit jaar in de Tweede Kamer. Foto Sem van der Wal

Minister Van Engelshoven (Cultuur, D66) kan doorgaan met haar vernieuwing en verbreding van het rijkssubsidiestelsel voor cultuur. Maar ze moet wel „inzicht geven in de gevolgen” van het overhevelen van 8,6 miljoen euro van het Fonds Podiumkunsten naar het rijkssubsidiestelsel voor cultuur.

Dat was maandag de uitkomst van het Tweede Kamerdebat over de cultuurbegroting. Eerder dit jaar ging de Kamer in meerderheid akkoord met de overheveling van de 8,6 miljoen, al waren er ook toen bezwaren. Samengevat vreesde de Kamer dat „vernieuwen en verjongen vaak klein en tijdelijk is, kan dat wel samengaan met vierjarige rijkssubsidie?”, zoals SP-Kamerlid Peter Kwint het toen verwoordde. Bedoeling van de overheveling is dat in het rijkssubsidiestelsel meer geld wordt uitgetrokken voor eigentijdse cultuurvormen als urban arts, ontwerpen en festivals.

Afgelopen maand riepen culturele belangenverenigingen hun achterban op tegen de overheveling te protesteren. Zij rekenden in een voorbeeldmail voor dat het Fonds Podiumkunsten straks „nog maar 50 tot 60 gezelschappen en ensembles meerjarig zal kunnen financieren, nu zijn dat er 113”. Behalve dat ze mails stuurden – Kamerleden zeiden dat ze er „honderden hadden ontvangen” – waren vele tientallen betrokkenen maandagmiddag ook aanwezig bij het begrotingsdebat.

Bij de tijd houden

Minister Van Engelshoven herhaalde haar reden om 8,6 miljoen van het Fonds Podiumkunsten over te hevelen naar het rijkssubsidiestelsel voor cultuur: „Ik wil dit stelsel bij de tijd houden, het moet een afspiegeling zijn van de cultuur van nu.” Ook wees ze erop dat de subsidie niet verdwijnt, maar dat de aanvragen op een andere plek, met voor een deel andere criteria, zullen worden beoordeeld. Tegelijk zei de minister te „begrijpen dat de Kamer een beeld van de gevolgen wil”. De „resultaten van deze verkenning” komen in het voorjaar. Een motie van de SP om de hele overheveling ongedaan te maken, haalde het niet.

Een betoog van de VVD om op toegangskaartjes voor culturele instellingen te zetten hoeveel subsidie zo’n kaartje heeft gekost, stuitte op veel weerstand in de Kamer. PvdA-Kamerlid Lodewijk Asscher: „Zetten we daar dan ook op: deze violiste verdient minder dan het minimumloon? Of: deze beeldend kunstenaar loopt een krantenwijk om rond te kunnen komen?”

Zelf diende Asscher een motie in waarin hij vraagt te onderzoeken of rijksmusea elke maand een dag gratis open kunnen gaan, „bijvoorbeeld de eerste zaterdag van de maand, zodat je weet: dat is een mooie, feestelijke dag”.  Bedoeling is om zo mensen met cultuur in aanraking te brengen die anders een museum te duur vinden. De minister zegde toe te bekijken of zo’n gratis dag mogelijk is.