Opinie

Temidden van vrolijk protest kiepert Libanon de afgrond in

In Libanon zijn burgers massaal in opstand tegen wanbeleid en corruptie. Hoe breng je een systeem ten val? Carolien Roelants is op straat in Beiroet.

Dwars

Welkom hier in Libanon-in-opstand, waar het aan de ene kant ontzettend leuk is en aan de andere heel somber stemmend.

Wie ik ook maar aanspreek doet mee aan de dagelijkse demonstraties en blokkades die een einde moeten maken aan een systeem dat alleen maar wanbeleid en corruptie voortbracht. Libanon balanceert economisch op de rand van de afgrond; rijken worden rijker (top 1 procent verdient 25 procent van het nationaal inkomen) en voor jongeren is er geen werk of uitzicht daarop (35 procent werkloosheid). De ellende verenigt de religies en de generaties, want het falen van de overheid komt elke dag bij elke burger thuis. Behalve de rekening van de Electricité du Liban moet hij zich blauw betalen aan generatoren omdat dertig jaar na het einde van de burgeroorlog nog altijd de stroom dagelijks urenlang uitvalt. De generator-maffia betaalt de juiste politici om het zo te houden. Volgens een recent rapport van het adviesbureau McKinsey is maar 15 procent van de wegen in goede conditie, waardoor de automobilist 50 procent langer dan nodig zou zijn over zijn reis doet. En iederéén is automobilist, want er is nauwelijks openbaar vervoer. De invoering van een whatsappbelasting – en gewoon telefoneren kost hier goud! – was de druppel.

Die belasting is snel weer ingetrokken; premier Hariri is afgetreden. Maar de mensen willen nu grote schoonmaak. Jonge meisjes die ik sprak, een gesettelde man in een dure Lexus, middelbare vrouwen met verlichte ballonnen op weg naar protest, de barbediende die alleen maar in Libanon blijft om zijn ouders te helpen overleven, een paar toeristengidsen, een politicologiestudente, allemaal doen ze mee. Ze zijn heel open en enthousiast en dat tekent de sfeer. Op het centrale Plein van de Martelaren, in de burgeroorlog (1975-1990) de frontlijn tussen christelijk Oost- en islamitisch West-Beiroet, is het beeld van de (Ottomaanse) martelaren omgord met een wand met vrolijke straatkunst: „Je me révolte donc je suis.” Koffie-, ballonnen- en Libanese-vlaggenverkopers verdienen een centje bij aan het protest.

De regering reageert ongelooflijk inadequaat. President Aoun zei donderdag in een rechtstreeks uitgezonden tv-interview dat „wie de regering niet vertrouwt, kan vertrekken”. Met een tot dusverre ongekend aantal wegblokkades lieten de betogers zien hoe kwaad ze waren. Direct daarop stelde de regering een 75-jarige miljardair voor als nieuwe premier – wiens naam in verband wordt gebracht met verdachte landtransacties. Met nieuwe wegblokkades stemden de betogers hem af, en hij heeft inmiddels bedankt voor de eer. De wegblokkade is het wapen van de betogers. Vanuit de files over sluipwegen kan ik persoonlijk getuigen dat de Libanese automobilist met engelengeduld reageert.

Hoe nu verder met het protest dat de meeste mensen „de revolutie” noemen? Alles moet anders, zeggen de demonstranten. Hun eisen gaan van ontmanteling van het systeem van machtsverdeling en ontwapening van Irans vriend Hezbollah, naar nationalisering van jachthavens en hotels die illegaal zijn gebouwd op publiek land. Hoe gaat een voorlopig leiderloos (want leiders zijn uit den boze) protest dat verwezenlijken? Intussen glijdt Libanon van de rand de afgrond in door de blokkades en stakingen. Vrijdag is het Onafhankelijkheidsdag en die moet een gi-gan-tisch protestspektakel worden. Maar dan? Hoe moet die revolutie zich voltrekken? Niemand heeft een idee.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.