Leden van de Mobiele Eenheid bij station Bijlmer in 1997, bij de aankomst van een trein met Feyenoordfans voor het duel tegen Ajax in de Arena.

Foto Ed Oudenaarden/ANP

Interview

Politiechef Frank Paauw: ‘Veiligheid is verbeterd, maar stadions zijn nog geen nonnenkloosters’

Voetbalgeweld Er zijn minder agenten aanwezig bij voetbalduels, maar politiechef Frank Paauw maakt zich zorgen over ‘professionele’ vechters buiten het stadion. „Vooral als de afspraken op plekken zijn waar ook gewone mensen zijn.”

Toen Frank Paauw in 1999 districtschef werd van de wijk Feijenoord in Rotterdam, werd hem meteen duidelijk dat de wedstrijden in de Kuip alles vergden van zijn politiekorps. Hij herinnert zich wedstrijden tussen Feyenoord en Ajax. Op het drukste moment, vlak voor de wedstrijd, moesten zijn agenten honderden Ajax-fans dwars over het drukste plein voor het stadion begeleiden naar het vak voor uitsupporters. Met pelotons van de Mobiele Eenheid werden supporters van beide clubs gescheiden. Bier en vuurwerk vlogen door de lucht, ouders met kinderen konden op dat moment beter niet langslopen.

Nu Paauw politiechef in Amsterdam is geworden en landelijk portefeuillehouder voetbal van de Nationale Politie, zien voetbalmiddagen er totaal anders uit. Bij wedstrijden tussen Feyenoord en Ajax mag überhaupt geen uitpubliek meer komen. Veel stadions hebben bovendien speciale sluizen gekregen, een soort tunnels, waar toeschouwers van het bezoekende team rechtstreeks van bus of trein naar het uitvak kunnen. Bij de ingangen is er digitale controle voor kaartjes, soms met gezichtsherkenning om fans met een stadionverbod eruit te pikken.

Lees ook: de hooligan is uit het stadion gedreven.

De veiligheid, zegt Paauw, is verbeterd in voetbalstadions. Dat is ook te zien in de cijfers. Maandag werden de nieuwste cijfers over voetbalvandalisme bekend. Er zijn minder mishandelingen en vechtpartijen in stadions en rond wedstrijden, al zeggen die cijfers niet alles omdat daaruit niet blijkt hoe heftig een geweldsincident is. De belangrijkste graadmeter is daarom dat de politie steeds minder aanwezig hoeft te zijn bij voetbalwedstrijden. NRC analyseerde politiecijfers over de afgelopen tien jaar. Daaruit blijkt: in tien jaar tijd is de politie-inzet rond voetbalwedstrijden gedaald met 20 procent.

Waarom heeft de politie zich teruggetrokken uit de stadions?

„Het was natuurlijk wonderlijk dat er zo veel agenten in stadions waren. Het gaat om privéterrein waar commerciële partijen, de clubs, geld aan het verdienen zijn. In de tijd dat Henk Kesler directeur betaald voetbal was van voetbalbond KNVB, van 2000 tot 2010, hebben we samen gezegd: de clubs moeten zelf voor de veiligheid gaan zorgen. Dat is voor een groot deel gelukt. Bestaande stadions zijn veiliger geworden en nieuwe stadions beter. Stewards zijn ook professioneler. Het is inmiddels zoveel veiliger dat de politie zich inderdaad grotendeels heeft teruggetrokken. Wij zijn verantwoordelijk voor de veiligheid buiten stadions.”

Zijn het niet juist de harde maatregelen die de veiligheid hebben verbeterd, zoals stadion- en gebiedsverboden?

„Dat is zeker zo. De ‘Voetbalwet’ uit 2010 heeft geholpen om dit soort maatregelen door te voeren. Al wíl je natuurlijk iets anders. Het doel blijft dat supporters gemengd naar het stadion kunnen. Bij sommige clubs gaat dat al goed. Maar we moeten niet naïef zijn: voetbalstadions zijn nog steeds geen nonnenkloosters. Er is nog winst te behalen, bijvoorbeeld in het sluitend krijgen van het systeem met stadionverboden.”

Bij Feyenoord keerde een veroordeelde hooligan terug op de tribune.

„Stadionverboden zijn niet altijd makkelijk op te leggen. De meldplicht bijvoorbeeld, dat mensen met een stadionverbod zich tijdens wedstrijden op het politiebureau melden, krijgen we niet altijd voor elkaar bij de rechter. Je hoort dan vaak: in Engeland lukt dat wel. Dat komt ook doordat in Engeland de geschiedenis veel heftiger is. Daar zijn honderden doden gevallen bij veiligheidsincidenten zoals het Hillsborough-drama of de Bradford-ramp. De maatregelen die daar zijn getroffen zijn veel harder, maar ook veel duurder. Dat is hier soms een probleem. We hebben niet 100 procent digitale gezichtscontrole, ook omdat het voor clubs vaak te duur is. Als je dat zou hebben, dan pikte je alle mensen met een stadionverbod eruit. Maar dat vraagt weer veel van de opvolging, want die mensen moeten dan worden opgehaald door de politie. Er zitten mazen in het systeem, maar dat wil niet zeggen dat het niet goed gaat. We hebben bijvoorbeeld vaak wijkagenten in het stadion, die herkennen voetbalvandalen of mensen met een stadionverbod. Die gasten hebben echt wel in de gaten dat wij ze zien, dus ze vertrekken vaak meteen. Ze kunnen nooit meer rustig in een stadion zitten en uiteindelijk is dat ons doel: mensen die zich misdragen van het voetbalpodium halen.”

U schrijft in het jaarverslag over voetbalvandalisme dat u zich zorgen maakt over ‘vechtafspraken’ buiten de stadions.

„Ik maak me zorgen over vechtafspraken, maar ook over racisme, vuurwerk en de weerbaarheid van voetbalclubs. Clubs kunnen kwetsbaar zijn omdat ze onder druk van dubieuze eigenaren, sponsoren of de harde kern beslissingen nemen die niet per se goed zijn voor de club. Situaties zoals afgelopen weekend in Den Bosch zijn vreselijk. Nederland moet zich kapot schamen voor zoiets. Dit soort uitingen van racisme zijn alleen uit te bannen met keiharde straffen. Wat betreft de vechtafspraken zien we dat supporters het beter buiten sociale media weten te houden, waardoor wij er minder zicht op hebben. We merken ook een bepaalde geoefendheid in het vechten, vechtsportjongens die zich mengen met voetbalsupporters. Soms spreken die mensen ook af in binnensteden, in plaats van ergens in de bossen bij Epe. Soms richt het geweld zich dan ook op agenten of burgers, dat mag nooit gebeuren.”

Wat kan de politie doen als het zicht op zulke afspraken vermindert?

„We scannen natuurlijk sociale media en supportersfora, we doen onderzoek naar zulke groeperingen. Vooral als de afspraken op plekken zijn waar ook gewone mensen zijn. Kijk, het heeft ook met prioriteit te maken. Ik stuur mijn agenten liever naar een woningoverval dan naar een paar gasten die elkaar zo nodig op de bek willen slaan. Als ze gewond raken zou ik ze niet eens slachtoffers willen noemen. Maar als burgers of agenten gevaar lopen ligt dat natuurlijk anders.”

Lars van den Brink