Minister overtuigt nog niet met nieuwe plannen jeugdzorg

Minister Hugo de Jonge kreeg maandag kritiek op zijn plannen om in te grijpen in de jeugdzorg. De Kamer vindt het te vaag, gemeenten voelen zich overvallen.

Wethouders onderweg naar de Tweede Kamer voor het debat over de jeugdzorg. Meer dan honderd kwamen er langs, omdat ze zich zorgen maken.
Wethouders onderweg naar de Tweede Kamer voor het debat over de jeugdzorg. Meer dan honderd kwamen er langs, omdat ze zich zorgen maken. Foto Jerry Lampen/ANP

Het is een zeldzaamheid, Tweede Kamerlid Fleur Agema (PVV) die minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) een compliment geeft. Ze was in eerste instantie zo blij geweest met het plan van De Jonge en minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) in te grijpen de organisatie van de jeugdzorg, zei ze maandag in de Tweede Kamer. „Een minister die de leiding neemt, die doet wat hij moet doen.”

Maar die blijheid duurde niet lang. Agema: „En dan zegt hij nu ineens: alles ligt nog op tafel. Met welke intentie heeft hij de brief nu geschreven?” Het was een vraag die meer partijen hadden in het debat over de toekomst van de jeugdzorg: wat willen de ministers precies?

De Jonge overviel gemeenten en aanbieders van jeugdzorg ruim een week geleden door in NRC aan te kondigen dat hij de jeugdzorg opnieuw anders wil inrichten. Door het stelsel te „ordenen” moet duidelijker worden wie waarvoor verantwoordelijk is. De sector kampt met problemen: er is te weinig personeel en veel gemeenten – sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering – komen fors geld tekort. De kwetsbaarste jongeren in Nederland krijgen op dit moment niet of niet op tijd hulp, constateerden de inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid in een zeer kritisch rapport.

Lees ook het interview met minister Hugo de Jonge: ‘Ik durf niet te zeggen dat het goed gaat in de jeugdzorg’

Noodzaak

Wethouder Hilda Mulder uit de Drentse gemeente De Wolden noemt het onbegrijpelijk dat de plannen niet met gemeenten zijn overlegd. „De vorige stelselwijziging is pas net een beetje geland en dan komt opeens dit bericht. Het geeft veel onrust.” Samen met ruim honderd verontruste collega’s was de wethouder maandag aanwezig in de Tweede Kamer. Vanwege de grote belangstelling werd het debat in andere zalen live uitgezonden.

In de Kamer klonk lof dat De Jonge de problemen in de jeugdzorg wil aanpakken, maar hij moest vooral reageren op de verschillende soorten kritiek. Wat met name opviel was dat zijn eigen coalitiepartijen de noodzaak van een stelselwijziging in twijfel trokken. Is dat wel „proportioneel”, vroeg Joël Voordewind (ChristenUnie). D66 wil „een second opinion” om te onderzoeken of een nieuw stelsel wel echt nodig is. En voor VVD’er Martin Wörsdörfer is de grote vraag „of de plannen de problemen wel gaan oplossen. Kan de minister de gemeenten en eigenlijk iedereen gerust stellen dat er niet zomaar een systeem op de schop gaat?”

Lees ook: Waarom jongeren als Delano zo in de knel komen

Minder regio’s

De Kamer vond de plannen ook vaag. Het kabinet schreef dat sommige complexe vormen van jeugdzorg straks regionaal georganiseerd moeten worden, maar van het „terugdraaien” van decentralisatie is volgens De Jonge geen sprake. „Gemeenten zijn en blijven verantwoordelijk”, benadrukte hij in het debat, „ik wil geen taken weghalen”. Wel wil hij betere samenwerking tussen gemeenten afdwingen in regio’s waar dat niet goed gaat. „In de Jeugdwet komt voor gemeenten te staan: voor deze delen van de jeugdzorg moet u samenwerken en wel in deze regio.” De Jonge wil minder jeugdzorgregio’s, maar denkt nog na over een nieuwe indeling.

Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) concludeerde dat „de minister het nog niet weet”. „Had hij niet beter samen met gemeenten en de jeugdzorg om tafel kunnen gaan om te komen met een plan? In plaats van nu onrust te zaaien en in algemeenheden te blijven hangen?”

Kamerbreed klonk de kritiek dat de jeugdzorg anders inrichten tijd kost, en de problemen op de korte termijn niet oplost. Dat De Jonge blijft herhalen dat alleen meer geld niet helpt, noemde Kamerlid Maarten Hijink (SP) „cynisch”. De Jonge benadrukte dat het kabinet de komende jaren al extra geld voor de jeugdzorg uittrekt en beloofde dat er na 2021 structureel geld bij komt. „Dat het nodig zal zijn, daar ga ik vanuit. Maar hoeveel is nu nog niet duidelijk.”

Lees ook dit opiniestuk: Kabinet en gemeenten laten kwetsbare kinderen in de steek