Recensie

Memoires uit ‘De tolk van Java’ knap vertaald naar theaterstuk

Recensie ‘De tolk van Java’ van Theaterbureau Hummelinck Stuurman is gedurfd sober theater, dat op integere wijze de confrontatie met het verleden aangaat.

Scène uit De Tolk van Java
Scène uit De Tolk van Java Foto Annemieke van der Togt

„Elke les van een Indo gaat met een tik op je smoel gepaard”, zei Alans vader altijd. In De tolk van Java, naar de gelijknamige, autobiografische bestseller van Alfred Birney uit 2016, probeert de hoofdpersoon een verklaring te vinden voor zijn eigen door angst en geweld getekende jeugd.

In 1949 kwam Alans vader naar Holland, na een reeks wrede misdaden die hij onder meer als tolk tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië beging; de lijst aan geweldplegingen die we horen is eindeloos. Zijn vader heeft er nooit over gezwegen, integendeel: vol trots kon hij erover vertellen.

Ignace Cornelissen comprimeerde en herstructureerde de ruim vijfhonderd pagina’s tellende roman tot een krappe twee uur theater. Hij versneed de memoires van Alans vader met de herinneringen van de hoofdpersoon en diens omgeving, waardoor er onderzoekende dialogen en confrontaties ontstaan.

Alan (Benja Bruijning) komt op met een metershoge stapel papieren: zijn vaders memoires, waaruit hij een verklaring hoopt te destilleren voor zijn getroebleerde jeugd. De confrontaties die op de toneelvloer plaatsvinden, spelen zich dus eigenlijk in Alans hoofd af. Op die manier kan er snel geschakeld worden tussen tijden en locaties, en kan Alan bovendien meteen op de situaties reflecteren.

Door die slimme vorm ontstijgt de voorstelling de anekdote: Alan probeert, door het verleden te reconstrueren en te bevragen, te ontdekken waarom zijn vader is geworden wie hij was – en in het verlengde daarvan zichzelf te begrijpen.

Regisseur Olivier Diepenhorst koos voor een sobere enscenering, met veel frontaal spel en een aantal slimme beeldende vondsten. Alans vader (Martijn Apituley) zit aanvankelijk, streng zwijgend, op het achtertoneel, als onontkoombare aanwezigheid in Alans hoofd.

Als Alan wil weten waarom zijn vader als tolk tijdens ondervragingen vele Japanners martelde, dwingt hij hem op zijn knieën en perst de gewenste informatie uit hem. Een wrange scène, waarin we ineens een glimp van zijn vaders grillige fanatisme in Alan terugzien.

Ook de rol van Alans moeder (mooi gespeeld door Marie Louise Stheins), die zichzelf aanvankelijk vooral als slachtoffer positioneert, wordt op haast onnadrukkelijke wijze geproblematiseerd, als blijkt hoe zij stelselmatig wegkijkt, de schuld verlegt of haar man subtiel aanzet tot zijn gewelddadige uitspattingen. Ondertussen vermeerderen de spoken in Alans hoofd, verbeeld in een decor van met angstaanjagende silhouetten beschilderde panelen.

Denise Aznam maakt als Alans grootmoeder indruk met één vurige scène, maar is verder vooral een wat plichtmatige aanwezigheid op het podium. Dat is jammer: haar onuitgewerkte personage staat in schril contrast met de rest.

Niettemin levert De tolk van Java intelligent en gedurfd theater op. De voorstelling gaat op integere wijze de confrontatie met het verleden aan en laat zien hoe die onontkoombaar doorwerkt op het heden.

Bruijning speelt een consequent beheerste Alan. De emotionele distantie waarmee hij alle informatie verwerkt, wordt nergens doorbroken, hij raakt geen moment uit evenwicht. Die rationele benadering voelt aanvankelijk wat oppervlakkig, totdat je ook daar een spiegel van Alans afstandelijke vader in herkent, die in zijn memoires ook zonder blijk van enige emotie op zijn gewelddadige karakter reflecteert. En dan wordt pijnlijk duidelijk hoezeer Alan per saldo lijkt op de man tegen wie hij zich zo vastbesloten afzet.