Opinie

Kabinet en gemeenten laten kwetsbare kinderen in de steek

De aanpak van de diepe crisis in de jeugdzorg van het kabinet is nog onvoldoende, maar tenminste een begin, schrijft . Onbegrijpelijk dat de gemeenten meteen op de rem staan.
Foto iStock

De Rotterdamse jeugdzorg heeft te maken met grote systeemproblemen, bleek in maart van dit jaar na onderzoek van NRC en de Rotterdamse website Vers Beton. In Rotterdam-Rijnmond, waar voormalig wethouder Hugo de Jonge (CDA), tegenwoordig minister van Volksgezondheid, indertijd met de nodige tamtam voorop had gelopen bij de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten, werden fatsoensgrenzen overschreden en werkten instanties langs elkaar heen. Anderhalve maand later concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat het gebrek aan samenwerking tussen de verantwoordelijke instellingen in deze jeugdzorgregio zo ernstig was, dat dit leidde tot ernstige veiligheidsrisico’s voor kinderen. Uitgerekend de verantwoordelijke Rotterdamse bestuurder van de Jeugdbescherming hield vorige week in deze krant sans gêne een zalvend pleidooi voor samenwerking in de jeugdzorg!

Helaas is dit soort schaamteloosheid niet uitzonderlijk, maar lijkt dit de laatste jaren gemeengoed onder verantwoordelijke beleidspersonen op dit terrein. Op de recente snoeiharde kritiek van de gezamenlijke Inspecties (Gezondheid en Jeugd, en Justitie en Veiligheid) op de gang van zaken in de jeugdzorg volgden reacties van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het stedennetwerk G40 en voorstellen van de ministers De Jonge en Sander Dekker (Rechtszekerheid, VVD) en ook hier zag je: schaamteloosheid. Let wel, in de aanloop naar de decentralisatie deed De Jonge samen met zijn collega-wethouders en zorgstaatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) de prangende zorgen vanuit het veld botweg af als „angsthazerij”, en drong hij aan op onverkort doorzetten. Ook de afgelopen jaren hield hij stug vol dat het allemaal goed zou komen.

Lees ook: Minister overtuigt nog niet met nieuwe plannen jeugdzorg

Nu de jeugdzorg onmiskenbaar in een diepe crisis is beland, komt De Jonge tenminste met enkele bescheiden voorstellen om weer enige nationale verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg te nemen en de zwaardere vormen regionaal te organiseren. Er kunnen serieuze vraagtekens worden gezet bij de inhoud en uitvoerbaarheid van deze voorstellen, er moet veel meer geld bij en er moet sowieso veel meer gebeuren om de jeugdzorg te redden, maar er wordt tenminste een opening gemaakt.

Zijn oud-collega-wethouders liggen echter meteen dwars: „Niet vanaf de Haagse tekentafel”, geen „onzekere top-down stelselwijziging”, „niet direct het hele systeem weer gaan verbouwen”. Je moet maar durven. Immers, het meest bittere is dat van meet af aan is gewaarschuwd voor alle elementen van de crisis waarin we nu zijn terechtgekomen. De commissie-Geluk die in 2014 de voorbereidingen onderzocht voor de nieuwe Jeugdwet, die op 1 januari 2015 in zou gaan, wees er toen al op dat instellingen hun deuren moesten sluiten en anderen zouden volgen, met langere wachttijden als gevolg. Ouders van een kind dat jeugdzorg ontving vanuit een financieel kwetsbare instelling moesten zich serieus zorgen maken. De koepelorganisaties in de jeugdzorg waarschuwden voor een drama. Vlak voor de invoering bleek driekwart van de gemeenten de continuïteit van de zorg niet te kunnen garanderen. De rekenkamers van de vier grote gemeenten gaven aan dat een goede infrastructuur voor het beoogde jeugdbeleid ontbrak en nog jarenlang zou ontbreken. Deskundigen voorspelden een administratieve chaos.

Aangekondigde problemen deden zich voor

Al deze zorgen werden in de daarop volgende jaren voortdurend bewaarheid. Al in het eerste jaar concludeerde de Kinderombudsman dat de gemeenten bewust financiële afwegingen maakten ten koste van kinderen. In het voorjaar van 2017 stelde de Transitie Autoriteit Jeugd dat de decentralisatie van de jeugdhulp compleet dreigde vast te lopen vanwege de gigantische administratieve rompslomp die de gemeenten hadden veroorzaakt. Instellingen waren omgevallen en talloze vrijgevestigden gestopt met jeugdzorg omdat ze het financieel niet langer konden bolwerken. Afdelingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie moesten sluiten; kinderen met ernstige acute psychische problemen belandden maandenlang op wachtlijsten, zelfs bij de crisisopvang.

Alom luidde de kritiek dat de gemeente op de stoel van de behandelaar plaatsnam. De evaluatie van de Jeugdwet vorig jaar maakte opnieuw duidelijk dat het gaat om structurele tekortkomingen in het nieuwe stelsel. Door enkele duizenden jeugdzorgmedewerkers werd dat bij een demonstratie in Den Haag in september nog eens krachtig verwoord.

Maar de bureaucraten van de grote gemeenten durven na al die jaren van neergang nog woorden in de mond te nemen als „niet direct het hele systeem weer gaan verbouwen”! Terecht concludeerde emeritus hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga een half jaar geleden dat juist VNG de gemeenten „in het pak heeft genaaid en de miljoenentekorten heeft ingerommeld”.

Dit stelsel moet op de schop

Zoals gezegd is het geld dat het kabinet beschikbaar stelt volstrekt ontoereikend om de zorg voor de meest kwetsbare kinderen te redden. Maar daarvoor moet er in elk geval ook veel meer nationale regie komen en moet het huidige stelsel op de schop. Kortom, ondanks het harde oordeel van de inspecties zorgen kabinet en gemeenten voor een patstelling, met als uitkomst dat talloze kinderen in de jeugdzorg nog steeds in de steek worden gelaten.

Lees ook: Te vaak is het de jeugdzorg zélf die kinderen beschadigt

Ten slotte nog dit: wat had het allemaal anders kunnen lopen als de zorg voor de meest kwetsbare kinderen gewoon via de ggz was blijven lopen. Gezien de huidige opstelling van de bestuurders valt echter te vrezen dat zij niet in staat zullen zijn dat ooit nog toe te geven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.