Henk Wolthof (links) en Cor de Lange hebben te maken met steeds terugkerende ‘veiligelanders’. „Het is een voortdurend schaakspel met die gasten, ze kennen de regels.”

Interview

‘Imago van vreemdeling lijdt onder rotzakjes’

Ketenmariniers Zo’n 250 overlastgevende asielzoekers in Noord-Nederland krijgen te maken met drie ‘ketenmariniers’. „Er past maar één aanpak: een keiharde.”

Cor de Lange begint nog voor de koffie ingeschonken is met praten en stopt pas als hij wordt onderbroken. Zijn verhaal begint met een ‘veiligelander’ die hij bij de vreemdelingenpolitie zag, een man uit Marokko. „‘Wat doe je hier eigenlijk?’, vroeg ik hem. Ik wist dat hij het afgelopen jaar in vijf Europese landen was geweest. ‘Je wéét toch dat je geen kans op een verblijfsvergunning hebt?’ Een collega hield me tegen. ‘Straks maak je deze man boos’, zei hij, ‘en hij moet toch nog de asielprocedure in.’ Henk zei ook al een tijdje tegen me…”

Henk Wolthof: „…dat we hier elke keer last hebben van die etters. Die niet met vrouwen praten, op de grond spugen, jatten wat los- en vastzit. En iedereen doet alsof het normaal is.”

De mannen, allebei vijftigers, zitten in een kaal kantoor op het terrein van het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Ze zijn door het ministerie Justitie en Veiligheid aangesteld om overlastgevende asielzoekers in Noord-Nederland aan te pakken. De asielwereld kenden ze al, toen ze in mei als ‘ketenmarinier’ in Noord-Nederland begonnen. Cor de Lange was veertig jaar politieagent en sectorhoofd bij de vreemdelingenpolitie, Henk Wolthof was directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) Noord-Nederland.

Het gaat om 250 mensen, mannen vooral, „die zich misdragen en misbruik maken van het systeem”. Ze komen uit veilige gebieden, maken geen kans op een verblijfsvergunning, maar doorlopen wel de asielprocedure. De laatste jaren melden zich voornamelijk Marokkanen, Algerijnen, Albaniërs. „Ze weten dondersgoed dat ze kansloos zijn”, zegt De Lange. Maar in de opvang krijgen ze onderdak, kleding en 59 euro per week om van te leven. „Tegen de tijd dat hun asielaanvraag aan de beurt is, vertrekken ze. En dan duiken ze weer op in het volgende Europese land.”

Lees ook: Het is weer heibel in de bus naar Ter Apel

Ondertussen halen ze „rottigheid” uit, vooral winkeldiefstal. Maar ook: zakkenrollen, zwartreizen, vechten. De 250 mannen van Wolthof en De Lange hebben méér dan vijf aantekeningen op hun naam staan. Wolthof: „Het imago van de vreemdeling heeft te lijden onder deze rotzakjes.” De Lange zegt dat hij „gedreven” wordt door de oorlogsvluchtelingen die hij nu met gebogen hoofd door Ter Apel ziet lopen omdat ze het „gevoel hebben niet welkom te zijn”. „Dat hebben we aan deze groep te danken.”

Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Cor de Lange: „In de opvang zijn we zo ver afgegleden dat zelfs een asielzoeker die iemand naar de keel heeft gegrepen, nog onderwerp van discussie is. Moeten ze hem waarschuwen? Overlastgevers werden er niet meer uitgegooid. De burgemeester en gemeenteraad vreesden ellende en overlast. Onterecht. Als ik bij zo’n discussie sta, zeg ik: ‘Hallo, eruit met die vent. Nooit meer binnenlaten. Wegwezen.’ De medewerkers antwoorden dan: de politie komt toch niet als we bellen. De politie zegt weer dat het Openbaar Ministerie toch seponeert. En de gemeente wijst naar het COA. Als je incidenteel kijkt, hebben ze allemaal gelijk. Maar wij willen dat dat structureel verandert. We moeten allemaal een stapje harder lopen, dan kan het best.”

Henk Wolthof: „Deze groep is onhandelbaar. Er past maar één aanpak: een keiharde. Dat zeggen die gasten zelf ook: ‘Als je effect wil hebben, moet je ons slaan, dat doen ze thuis ook.’ Voor de rest lachen ze ons uit.”

De Lange: „In onze eerste week hebben we hier in Ter Apel er tien op straat gezet. ‘Ja, pak je koffer maar, als jij niet met me wilt praten. Jij vraagt toch asiel aan?’ Ze gingen er gewoon van uit dat ze recht hadden op opvang.”

Waar gaan ze naartoe als jullie ze buiten zetten?

De Lange: „Wie blijft nou in Ter Apel als hij toch het asielzoekerscentrum is uitgezet? Bijna niemand.”

Wolthof: „Het enige wat we hoorden, is dat de burgemeester van het Duitse Haren zich afvroeg waar al die Marokkanen in zijn straten opeens vandaan kwamen. Maar daar verdwenen ze ook weer. We hebben noch cijfermatig, noch op naam kunnen vinden waar ze blijven.”

In Amsterdam zegt de politie dat ze steeds mensen met Ter Apel-pasjes oppakken.

De Lange: „Dat is logisch, alle asielzoekers komen via Ter Apel het land binnen. Amsterdam staat altijd in de toptien van plekken waar misdrijven door asielzoekers worden gepleegd. Asielzoekers die naar Amsterdam reizen en vervelend doen, moeten daar opgepakt worden.”

Wolthof: „De rest van het probleem is dat uitgeprocedeerden vaak naar een onbekende bestemming vertrekken. We weten dat het ruimhartige beleid van Amsterdam natuurlijk een aanzuigende werking heeft. Als je illegaal bent en ergens in Nederland naartoe wil, zou ik ook naar Amsterdam gaan.”

De Lange begint te vertellen over zijn eyeopener. „Als mensen hier binnenkomen, bekijken we ook hun telefoons, voor de veiligheid. Een collega zag in de telefoon van een Marokkaanse jongen hoe hij contact met een vriend in Spanje had. Het was een mooie jongen, die vriend. Hij stuurde een foto met twee studentes om hem heen. Hij vertelde ook hoeveel geld hij al van die vrouwen had gejat. De Marokkaanse man in Nederland stuurde terug: „Als het je daar te warm wordt, moet je hierheen komen. Je krijgt hier 59 euro per week. Dan moet je wel dat horloge van die vrouw meenemen.” Nou, besluit De Lange, „twee weken later was die jongen uit Spanje hier”.

Bandietengroepen in Europa

De Lange denkt dat de jongens in „bandietengroepen” door Europa trekken. Hij kent verhalen over een groep die in Barcelona toeristen beroofde en daar weer verdween. „Hier komen veel Marokkanen en Algerijnen binnen met een telefoon die is ingesteld op Spanje.” Het gaat om „tien tot vijftien” mannen, zegt hij. „ En stel, mijn theorie klopt, dan zitten hier, in elk geval gedeeltelijk, ook de mannen tussen die op die oudejaarsavond in 2015 veel vrouwen aanrandden in Keulen. „Nee, dat is niet concreet”, zegt hij, maar de buschauffeurs, agenten en winkeliers rondom Ter Apel vertellen hem hetzelfde: „Dat ze om de paar jaar dezelfde groep mensen langs zien komen.”

Door de privacywetgeving kunnen ze de strafdossiers van de mannen pas inzien als ze in Nederland opnieuw een strafbaar feit plegen, „en dan ben je anderhalf jaar verder”, zegt Wolthof.

Alleen na die oudejaarsavond, zeggen De Lange en Wolthof, konden de Europese systemen plots wel open. Wolthof: „Een deel van die groep, die dat gedonder had uitgehaald, bleek hier geregistreerd. Iedereen maakte zich zorgen. De Grote Markt in Groningen zag elke zaterdag blauw van de politie. De raddraaiers werden gearresteerd en zwaar gestraft. Voor beroving met geweld kregen sommigen een half jaar cel. Maar een paar jaar later zien we ze terug. Het is een voortdurend schaakspel met die gasten, ze kennen de regels.”

Voor hun probleemgroep werken Wolthof en De Lange nu aan een top-250-aanpak. Het plan is afgekeken van de Amsterdamse top-600-aanpak, die jonge criminelen in de hoofdstad in het gareel moet houden. Wolthof en De Lange willen dat overlastgevers per asielzoekerscentrum worden bijgehouden. Bij binnenkomst krijgen ze te horen dat ze in de gaten worden gehouden. Als ze buiten het asielzoekerscentrum voor overlast zorgen, riskeren ze een gebiedsverbod.

Lees ook een interview met Abdeluheb Choho, directeur van VluchtelingenWerk

Ook onderdeel van de plannen: een sobere opvang. „Geen luxe”, zegt De Lange. „Een bed, eten, tandenborstel, scheermesjes. Maar geen leefgeld, wat mij betreft.” De Lange citeert de burgemeester van de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel onder valt: „Op TripAdvisor zou het aanmeldcentrum in Ter Apel nu vier sterren krijgen. Dat willen we terug naar nul.”

Hoe zit het met die duizenden andere veiligelanders?

Wolthof: „Er zijn ook veiligelanders die geen overlast veroorzaken, dat zijn vaak de gelukszoekers. Voor hen is het asielbeleid in Nederland niet bedoeld. Zij worden ook afgewezen en keren terug naar land van herkomst. Al dienen sommigen telkens weer nieuwe verzoeken in.”

De Lange: „Je mag in Nederland oneindig asiel aanvragen. Wanneer zeg je: tot hier en niet verder? Ik zou zeggen: je krijgt hier twee kansen. Daarna heb je alleen nog maar recht op de versoberde opvang.”

Wolthof: „Sommige mensen uit veilige landen krijgen wel een verblijfsvergunning. Ze kunnen aantonen dat ze als homoseksueel achtervolgd worden. Of vervolgd en bedreigd, vanwege hun geloof. Het is wel goed dat ze asiel kunnen aanvragen. Maar het merendeel wil misbruik maken van de procedure om gewoon een half jaar onderdak te hebben.”

Dus zijn er meer plannen gemaakt. De burgemeester van Westerwolde en het COA kondigden aan dat ze een aparte opvang en aanmeldcentrum voor veiligelanders willen. Daar kunnen hun aanvragen snel afgehandeld worden, nu duurt dat vaak maanden. En Wolthof en De Lange proberen alle asielzoekers die van land naar land reizen aan te pakken: ze laten mensen die ook al in een ander Europees land een asielverzoek hebben uitstaan, vastzetten.

De Lange: „Ze worden in bewaring gesteld via het vreemdelingenrecht. Volgens de regels moeten ze hun asielverzoek afwachten in het land waar ze geregistreerd staan, zo is dat afgesproken in het Dublinverdrag. De regels hebben we lang niet consequent uitgevoerd, ook omdat we hard aan het werk waren. Tijdens de vluchtelingencrisis stonden hier ’s ochtends soms zeshonderd mensen voor de deur.”

Mag je deze mensen opsluiten?

Wolthof: „Juristen zeiden: ‘Je gaat op je bek, de rechter geeft je nooit gelijk.’ Maar het lukte toch.”

De Lange: „Vanaf mei, toen we begonnen, zijn er 76 veiligelanders in bewaring gesteld. 54 daarvan zijn al teruggestuurd naar het land waar ze nog een asielaanvraag hadden uitstaan.

Wolthof: „Ze willen allemaal meewerken, ze hebben geen zin om hier een half jaar vast te zitten. Een perfect resultaat.”

Gaan jullie de duizenden andere asielzoekers die al in een ander land een asielverzoek hebben uitstaan ook allemaal vastzetten?

De Lange: „We kunnen dit probleem niet zelf oplossen. Het ministerie moet er uiteindelijk voor zorgen dat deze mensen teruggaan naar land van herkomst. En op Europees niveau is er ook een aanpak nodig.”

Wolthof: „In Duitsland zitten weer mensen die al bij ons zijn geweest. Hoe kunnen we voorkomen dat ze steeds van land ruilen? We hebben al eens mensen teruggebracht, over de grens. Maar waarom kan dat niet in een dag, als we zien dat ze toch al in een ander land asiel hebben aangevraagd?”

We waren het allemaal maar gaan accepteren, zegt Wolthof, als hij later langs de kleine nieuwbouwhuisjes van het asielzoekerscentrum in Ter Apel loopt. „Ik zie dat medewerkers zich hier nu weer veilig voelen. ”