Opinie

Hoe Philips-dochters beleggers verwennen

Menno Tamminga

Het ene record is het andere niet. De toonaangevende graadmeter van Wall Street, de Dow Jones-index, vestigt record op record. Vrijdag piekte de Dow voor het eerst boven de 28.000 punten. Maar aan het Beursplein is het behelpen. De graadmeter in Amsterdam, de AEX-index, brak wel even door de 600 punten en bereikte de hoogste stand in achttien jaar. Maar dat is niet de ‘magische’ bijna 702 punten van 4 september 2000.

Bij de records kun je je schouders ophalen: scorebordeconomie. Typisch Amerikaans om overal een wedstrijdje van te maken. Maar toch: het beurskapitalisme in de VS is dus ondanks alle kritiek nog springlevend.

De AEX heeft er in de ‘strijd’ met de Dow last van dat aan beleggers uitgekeerd dividend voor de Amsterdamse index niet meetelt. Terwijl het effect van dividend op dividend, net als van rente op rente, fenomenaal is.

Niks aan de hand dus, gaat u allen rustig slapen?

Hoho, niet te snel. De beursgraadmeter zegt ook iets over de Nederlandse economie. Niet over de conjunctuur, zeg maar: de stand van productie en banen. Wel over de structuur. De samenstelling van de AEX illustreert de kracht en de zwakte van de economie.

Hét grote verschil tussen Wall Street en Beursplein: de groeikanonnen. De Amerikanen grossieren erin, van Amazon tot Google. In de AEX-index met 25 ondernemingen zit er één: ASML, de chipmachinefabrikant uit Veldhoven. En die is in z’n eentje al een beursdynamo. Kun je nagaan wat er gebeurt als er meer zijn. De stijging van de AEX dit jaar met ruim 23 procent komt voor bijna de helft (42 procent) op conto van ASML, becijferde Het Financieele Dagblad onlangs.

De AEX en de Nederlandse beurs zijn vooral het domein van vertrouwde, rustig groeiende bedrijven: Shell, Unilever, de financiële sector (ABN Amro, Aegon, ASR, ING, NN), AholdDelhaize, Philips, DSM, AkzoNobel. Nogal wat bedrijven waar uw (groot)moeder ook al in kon beleggen. Soms is er opwinding. Dat heeft meestal te maken met fusies of overnames.

De structuur van de index zorgt er ook voor dat de beurs alleen maar een handelsplatform is. Je kunt er aandelen kopen en verkopen, maar in in de leerboeken staat dat een beurs ook kapitaal verschaft. Ondernemers met ambities halen daar nieuw kapitaal op. Dat is zeldzaam in Amsterdam. De gevestigde bedrijven verdienen al jaren genoeg om zelf hun investeringen te betalen. En anders is er wel de bank.

Wie leggen dan wel geld op tafel voor groeibriljanten? Gespecialiseerde investeringsfondsen, ondernemende rijke families en private-equityfinanciers. Goeie kans dat uw pensioengeld in een of twee van deze financiers wordt belegd.

Lees ook: De Midkap-belegger mag zijn handjes dichtknijpen

Aan de Amsterdamse beurs zit nog een opmerkelijke dimensie. Dat is de uitgewaaierde Philips-familie.In de loop van 25 jaar heeft Philips honderden fabrieken en dochterbedrijven gesloten, verkocht of naar de beurs gebracht. De bakermat van Philips, de lichtdivisie, maakt nu als Signify deel uit van de AMX-index van middelgrote bedrijven. Op de beurs is het 3,5 miljard euro waard. Philips zelf doet nu vooral in medische apparaten. Beurswaarde: 37 miljard euro. NXP, ooit de halfgeleiderdivisie van Philips, is genoteerd aan de Amerikaanse techbeurs Nasdaq. Waarde: 30 miljard euro. ASML, óók een Philips-dochter, spant de kroon. De beurswaarde is ruim 105 miljard euro. Alleen Shell en Unilever zijn meer waard. Dat onderstreept het gelijk van Philips om het conglomeraat stapsgewijs te ontmantelen. Conglomeraten kunnen verstikkend werken: bureaucratie, interne strijd om kapitaal, geen bewegingsruimte. Binnen Philips waren ASML en NXP nooit zo groot geworden.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.