Recensie

Recensie

Esther Perel geeft ook relatietherapie op het werk

Podcast Relatietherapie op de werkvloer is volgens liefdesexpert Esther Perel óók zinvol. „We hebben onze emoties meegenomen naar het werk.”

Zijn onze keuzes in de liefde vergelijkbaar met onze beslissingen op kantoor? Ja, stelt Esther Perel.
Zijn onze keuzes in de liefde vergelijkbaar met onze beslissingen op kantoor? Ja, stelt Esther Perel. Foto Amy Harris/Invision/AP

Relaties zijn haar expertise. Ze is relatietherapeut, seksuoloog, en groeide de laatste jaren uit tot een vooraanstaand spreker over de liefde. Zo was de van oorsprong Belgische Esther Perel (61) vorig jaar in tv-programma Zomergasten te zien en hield ze een inmiddels bekende Ted Talk over de torenhoge verwachtingen die wij van moderne relaties hebben.

Haar populaire podcastserie Where should we begin, waarin je meeluistert met stellen in relatietherapie, sprak misschien nog wel het meest tot de verbeelding. Een inkijkje in andermans misère, kan een hoop inzichten opleveren.

Begin deze maand verscheen de nieuwe podcastserie How’s Work, waarin Perel diezelfde formule voortzet. De hooggespannen verwachtingen die we hebben van ons werk, zo stelt Perel, komen namelijk sterk overeen met de verwachtingen die we hebben van onze liefdespartners. En de wijze waarop we hem of haar benaderen, kan verdacht veel lijken op de patronen die ervoor zorgen dat we soms botsen met collega’s.

In elke aflevering spreekt ze daarom met twee naaste collega’s, familieleden met een bedrijf of zakenpartners. Telkens wringt er iets en geeft Perel een eenmalige therapiesessie.

Volop keuze

Dit lijkt in eerste instantie een gemakkelijk excuus om een succesvolle podcast – Where should we begin had miljoenen luisteraars – nieuw leven in te blazen. Maar Perel onderbouwt haar redenering goed. In de proloog legt ze bijvoorbeeld uit hoe onze houding ten opzichte van werk dezelfde evolutie onderging als onze ideeën over liefdesrelaties. Maakten we voorheen deel uit van kleinere gemeenschappen en was een partner iemand uit deze beperkte kring, nu is er volop keuze.

Die vrijheid maakt ons kritischer. Geliefden moeten het beste in ons naar boven halen, vinden we, ze zijn onze zielsverwant. Zij reflecteren wie we zijn en vooral: wie we wíllen zijn.

Datzelfde geldt voor ons werkzame leven, vertelt Perel. Tegenwoordig verdienen we niet meer simpelweg de kost, maar willen we een baan die ons voldoening, uitdaging en persoonlijke groei biedt. Alles ligt open en dat betekent dat we onze identiteit in grotere mate zelf moeten vormgeven. Daarom zijn een rijk sociaal leven, de juiste liefdespartner én die ene droombaan zo belangrijk geworden.

Zijn de keuzes die we in de liefde maken dan vergelijkbaar met de beslissingen die we nemen op kantoor? Ja, stelt Perel. Om te beginnen zorgt dat identiteitsdenken op de werkvloer ervoor dat we zowel een hang naar veiligheid als een behoefte aan uitdaging hebben. Zonder ooit een nieuwe stap te zetten, ontwikkelen we onszelf immers niet. En dat was nu juist het doel. Maar er moet ook voldoende geld worden verdiend. Dus té risicovolle carrièrestappen? Dat liever niet.

Perel beschreef in haar boeken al uitvoerig wat die tegenstelling voor moderne relaties betekent. Enerzijds willen we dat een liefdespartner ons een veilig ‘thuis’ biedt, tegelijkertijd moet diegene ons uitdagen en voor spanning zorgen. Dat is veel gevraagd van één persoon, stelde Perel destijds. En dat doet ze nu weer. We willen optimale erkenning voor het werk dat we leveren en denken voortdurend: zou ik dáár, op die afdeling of bij dat bedrijf, niet nog gelukkiger zijn? „We hebben onze emoties meegenomen naar het werk”, zegt ze in de podcast.

Worstelingen

Daarna maakt Perel een wel heel grote stap. Want zijn de conflicten die we thuis op de bank hebben dan vergelijkbaar met conflicten op kantoor? En zijn alle worstelingen rondom werk terug te voeren op de hoge eisen die we stellen aan een baan?

Zekerheid is juist op de moderne arbeidsmarkt bijvoorbeeld helemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Dat geldt voor de Verenigde Staten, maar ook voor Nederland. In 2018 waren er ruim 3 miljoen flexwerkers op een beroepsbevolking van bijna 9 miljoen mensen, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daar zullen een hoop mensen tussen zitten die ervoor kiezen niet van één baas afhankelijk te zijn, maar een deel verlangt wel naar meer zekerheid. Voor hen is dat geen verworvenheid, laat staan een realistische ‘eis’.

De vraag is ook of een collegiale verhouding net zo innig kan zijn als een liefdesrelatie. Dat verklaart wellicht de keuze voor de mensen die Perel in de eerste twee afleveringen aan het woord laat: zij zijn zeer nauw verbonden met een collega, of met hun klanten.

Lees ook dit interview met Esther Perel: ‘Je moet bijna wel vreemdgaan’

In de eerste aflevering, The Break-up, staan twee oud-gevechtspiloten op het punt ieder hun eigen weg te gaan. Als jonge mannen vochten ze samen in Irak en Afghanistan, daarna begonnen ze samen een bedrijf dat succesvol werd. Wat voor bedrijf is niet bekend. Perel noemt hun echte voornamen, maar zorgt er daarnaast voor dat niets herleidbaar is naar de twee. Nu de groei van het bedrijf achterblijft, wil de één een nieuw bedrijf starten en is bereid daarvoor risico’s te nemen. De ander ziet dat niet zitten.

Onder de beslissing om ieder hun eigen weg te gaan, liggen allerlei gevoelens. Eindeloze loyaliteit jegens elkaar, bijvoorbeeld. De vraag of ze het zonder elkaar wel zullen redden. Het gevoel dat het allemaal wel goed komt van de een, versus de drang om orde op zaken te stellen van de ander. Perel weet zulke eigenschappen moeiteloos te verklaren vanuit hun jeugd.

Dat maakt het een heel intiem en interessant gesprek. Tegelijkertijd is bijna geen werkrelatie zó intens als die van deze twee piloten. Jarenlang bouwden zij hun identiteit om elkaar heen, tot het punt dat ze zich niet meer kunnen voorstellen wie ze zonder elkaar zijn.

Datzelfde geldt voor de twee anonieme sekswerkers die in aflevering twee een therapiesessie volgen. De relatie met hun klanten komt aan bod, Perel vraagt ze hoe meningen van familieleden en studiegenoten hun werk beïnvloeden. Beide razend interessant, maar bijna geen klantrelatie is zo intiem als die van een sekswerker.

How’s work levert daarom minder inzicht in eigen sores op dan Where should we begin. Wel laat Perel opnieuw zien hoe mensen er uiteenlopende verwachtingen van zichzelf en hun omgeving op na houden, en hoe die onze relaties beïnvloeden. En dat is ook leerzaam in de context van de werkvloer.