Ed Ruscha is duurste kunstenaar op najaarsveiling van Christie’s

Kunstmarkt De najaarsveilingen van de grote veilinghuizen in New York, altijd een belangrijke graadmeter voor de temperatuur van de kunstmarkt, hebben de afgelopen week tot weinig spectaculaire maar wel solide resultaten geleid.

Ed Ruscha, Hurting the Word Radio #2 (1964) Verkocht voor 52 miljoen dollar.
Ed Ruscha, Hurting the Word Radio #2 (1964) Verkocht voor 52 miljoen dollar. Foto Christie’s

Geen Picasso, Modigliani of Monet van boven de 100 miljoen dollar. Maar evenmin de door sommige deskundigen voorspelde forse dip. De najaarsveilingen van de grote veilinghuizen in New York, altijd een belangrijke graadmeter voor de temperatuur van de kunstmarkt, hebben de afgelopen week tot weinig spectaculaire maar wel solide resultaten geleid.

Christie’s, Sotheby’s en Phillips verkochten in dertien veilingen voor omgerekend ruim 1,3 miljard euro aan impressionistische, moderne en hedendaagse kunst. Vergeleken met een jaar geleden is dat ongeveer een kwart minder omzet. Maar gezien het ontbreken van grote collecties en echte topstukken van de bekende namen is het een bemoedigend resultaat, en een van de beste weken uit de veilinggeschiedenis.

„We zijn zeer tevreden”, zei topman Marc Porter van Christie’s Americas in een persbericht. Bijna alle aangeboden kunstwerken werden voor minstens de lage richtprijs verkocht en slechts een fractie van het aanbod bleef onverkocht. Porter prees zijn team: „ondanks het meer onstuimige macro-economische klimaat” hadden zij inbrengers toch weten te overtuigen hun kostbare kunst aan het veilinghuis toe te vertrouwen.

Slechts één kunstwerk slechtte afgelopen week de grens van 50 miljoen dollar: Hurting the Word Radio #2 (1964), van Ed Ruscha. Dit middelgrote woord-schilderij van de 81-jarige Amerikaanse pop-artkunstenaar – twee houtklemmen knijpen de ‘R’ en trekken aan de ‘O’ van het woord RADIO – bleef met een opbrengst van ruim 52 miljoen dollar meer bekende kunstmarktkanonnen als Warhol, Richter, Rothko en Monet voor.

En óók David Hockney. De hooggespannen verwachtingen voor zijn grote doek Sur la terrasse (1971) kwamen niet uit. Precies een jaar geleden veilde Christie’s Portrait of an Artist (Pool with Two Figures) (1972), dat met een opbrengst van 79,4 miljoen euro van Hockney enige maanden de duurst geveilde kunstenaar ooit maakte. Maar Sur la terrasse, een portret van zijn toenmalige geliefde, haalde met een opbrengst van ruim 26 miljoen euro ‘slechts’ net de lage richtprijs.

Aziatische kopers domineerden sommige veilingen. Zoals de avondveiling van moderne en hedendaagse kunst bij Sotheby’s. Een onbekende Aziatische bieder kocht daar voor in totaal 49 miljoen euro twee van de drie topstukken: doeken van Willem de Kooning en Clyfford Still. In zijn eentje nam deze koper zo 20 procent van de omzet voor zijn rekening.

Umberto Boccione, Forme uniche della continuità nello spazio. Verkocht voor 16,1 miljoen dollar. Foto Christie’s

Meesterwerken van de net iets minder bekende kunstenaars trokken de meeste aandacht. Naast het recordbedrag voor Ruscha waren er ook veilingrecords voor onder meer Tamara de Lempicka, Wayne Thiebaud, Elsworth Kelly en de Italiaanse kunstenaar Umberto Boccioni. Een modern gietsel van zijn uit 1913 daterende beeld Forme uniche della continuità nello spazio bracht 14,5 miljoen euro op, het viervoudige van de lage richtprijs.

Speculanten deden ook goede zaken. Schilderijen van kunstmarklievelingen als Rashid Johnson, Adrian Ghenie, Nicolas Party en Julie Curtiss brachten één tot twee jaar nadat ze het atelier hadden verlaten tot wel tien keer de galerieprijs op.

Phillips boekte met een omzet van 134 miljoen euro een forse omzetstijging vergeleken met vorig jaar. Wat verder opviel was hoe goed Sotheby’s het deed. Het Amerikaanse veilinghuis werd in juni na dertig jaar aan Wall Street te zijn genoteerd weer een privé-onderneming na de overname door BidFair USA, een bedrijf van de Frans-Israëlische media- en telecom-ondernemer Patrick Drahi. Wat betreft omzet hield Sotheby’s afgelopen week bijna gelijke tred met marktleider Christie’s. Met impressionistische kunst versloeg het de concurrent zelfs. Onder meer dankzij de verkoop van twee schilderijtjes van Van Gogh, waarvan er eentje door het Drents Museum en het Van Gogh Museum samen werd aangekocht.