‘Amsterdam medeverantwoordelijk voor deportatie 36.000 mensen’

Jodenvervolging De gemeente Amsterdam werkte ijverig mee, zegt onderzoeker Lion Tokkie. Dinsdag brengt hij zijn onderzoeksresultaten naar buiten.

Amsterdammers op weg naar werkkampen. De Duitsers hielden zich aanvankelijk bewust afzijdig en lieten de uitvoering van hun plannen over aan de Nederlandse ambtenarij.
Amsterdammers op weg naar werkkampen. De Duitsers hielden zich aanvankelijk bewust afzijdig en lieten de uitvoering van hun plannen over aan de Nederlandse ambtenarij. Foto’s Bart de Kok/Stadsarchief Amsterdam

De foto toont een groepje mannen in lange jassen en met hoeden op in de oostgalerij van het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Het zijn werkloze Joodse mannen die zich in 1942 meldden bij de afdeling werkverruiming van het arbeidsbureau. Om een uitkering te krijgen, moesten ze gaan werken in een Joods werkkamp. Zonder het te weten waren ze daarmee al in het voorportaal van de vernietigingskampen.

„De afdeling Werkverruiming van de gemeente Amsterdam was de spin in het web van de deportaties van begin oktober 1941 tot 15 oktober 1942. Dit herhaalde zich eind 1943 en 1944 voor de gemengd gehuwde Joodse mannen”, zegt Lion Tokkie, die dinsdag 19 november in het Nationaal Holocaust Museum resultaten van zijn onderzoek naar de Joodse werkkampen presenteert. „Daarmee is de gemeente Amsterdam medeverantwoordelijk voor de uiteindelijke deportatie van ongeveer 36.000 mannen, vrouwen en kinderen.”

Op tafel in zijn Noord-Hollandse woonkamer staan twee grote computerschermen. „Ik heb een terabyte aan gegevens”, zegt Tokkie (70), gepensioneerd bedrijfskundige. „Een kopie van mijn archief gaat straks naar Westerbork en het Holocaust Museum.” In 2010 is hij begonnen met zijn onderzoek. „Mijn vader heeft in een Joods werkkamp gezeten, maar is ontsnapt en heeft de oorlog overleefd.” Intussen weet hij dat er 65 tot 75 van dergelijke kampen zijn geweest. Maar belangrijker vindt hij te weten hoe het systeem in elkaar zat: „Lou de Jong en Jacques Presser hebben er maar summier over geschreven.”

Werken voor je uitkering

De werkkampen en het principe ‘je moet werken voor een uitkering’ waren al een bekend verschijnsel in Nederland. „In 1931 waren ruim 26.000 werklozen tewerkgesteld bij werkverschaffingen als ontginningen en de aanleg van bossen”, zegt Tokkie. „In 1939 was dat aantal meer dan verdrievoudigd. Alles bij elkaar telde Nederland ruim duizend werkkampen.”

Foto Bart de Kok/Stadsarchief Amsterdam

Na de bezetting is dit systeem doorgegaan, waarbij Joden en niet-Joden aanvankelijk nog bij elkaar zaten. Dat veranderde januari 1942, toen Joden in aparte werkkampen werden geconcentreerd. Op 2 en 3 oktober zijn die kampen geruimd en is iedereen afgevoerd naar Westerbork, en vandaar naar de vernietigingskampen. „De Duitsers hebben zich in het begin bewust afzijdig en verborgen gehouden. Ze hebben de uitvoering van hun plannen overgelaten aan de Nederlandse ambtenarij: het ministerie van Sociale Zaken, de gewestelijke arbeidsbureaus en de gemeentelijke sociale diensten.”

In 1937 had de Nederlandse overheid in een geheime instructie bepaald dat Nederlandse ambtenaren moesten meewerken aan maatregelen van een eventuele bezetter. „In Amsterdam hebben ze dat wel heel ijverig gedaan, met name A. Kaan, hoofd van de Werkverruiming”, stelt Tokkie.

Lees over een eerder onderzoek naar de Joodse werkkampen: In de val van het werkkamp gelokter

Na de oorlog is er onderzoek naar Kaan geweest „wegens het stipt uitvoeren der Duitsche orders inzake tewerkstelling en wegvoeren van Joden”. Zelf verklaarde hij „zoveel mogelijk” voor de Joden te hebben willen doen, en dat hij in 1942 niet wist dat de Joden uit de werkkampen zouden worden gedeporteerd. Ook getuigden Joden dat ze dankzij Kaan de oorlog hadden overleefd. De conclusie was dat Kaan, die later directeur van de Sociale Dienst zou worden, geen blaam trof. „Dat zegt me niets”, reageert Tokkie.

Verloren gewaande archieven

In het Stadsarchief van Amsterdam heeft Tokkie met hulp van een medewerker van het archief enkele verloren gewaande archieven teruggevonden, waaronder een archief van Kaan zelf. „Hieruit blijkt hoe nauwkeurig hij de transporten naar de Joodse werkkampen heeft voorbereid: in detail heeft hij perron één van het Centraal Station getekend, inclusief de tafeltjes waar men zich moest melden. In zijn instructies zegt hij dat de deuren meteen gesloten moeten worden en dat de families door de ramen van de coupés afscheid moeten nemen. Bij aankomst in het kamp moet er meteen appèl gehouden worden. Door zijn goede administratie zijn later ook de vrouwen en kinderen gedeporteerd.”

Foto Bart de Kok/Stadsarchief Amsterdam

Bij de kampen was geen bewaking, en ’s avonds was er ruimte voor vertier. Maar uit door Tokkie gevonden briefwisselingen van Joden in de kampen blijkt dat ze steeds banger en somberder worden. E.J. Buiskool, rijksinspecteur van de werkkampen in Drenthe, concludeerde in maart 1942 dat de kampen ‘in feite concentratiekampen’ waren. „Dat had Kaan ook kunnen doen”, meent Tokkie. „Zeker na 1943 toen de regering in ballingschap door vlugschriften doorgaf dat er niet meer met de bezetter samengewerkt moest worden. Maar Kaan heeft nog gewoon de tewerkstelling van de gemengd gehuwde Joden georganiseerd.”

Tokkie, die op zijn onderzoek wil promoveren, heeft met opzet nu al resultaten naar buiten gebracht.

Handgeschreven kladversies van A. Kaan, chef werkverruiming i Amsterdam, over hoe en waar de tewerkgestelde joden zich bij Amsterdam CS moesten melden en afgevoerd moesten worden.

Stadsarchief Amsterdam.

„Burgemeester Halsema heeft afgelopen zomer het NIOD opdracht gegeven het oorlogsverleden van alle gemeentelijke diensten te onderzoeken. Voor de Sociale Dienst heb ik dat al grotendeels gedaan en daarvoor wil ik erkenning.” De gemeente hoeft niet bang te zijn dat hij een geldelijke compensatie wil. „Het gaat mij om waarheidsvinding. Dat ze zeggen dat het is gebeurd en niet zo had moeten gebeuren.”

De gemeente Amsterdam zegt dat er ‘contact’ is geweest met Tokkie. „Verder wachten we op het resultaat van het onderzoek van het NIOD.” Hinke Piersma, die het NIOD-onderzoek naar de gemeentelijke diensten leidt, meldt dat het vooronderzoek loopt. „We hebben contact gehad met Tokkie. Hij hoeft niet bang te zijn dat zijn onderzoek als voetnoot eindigt.”

Correctie (19 november 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het aantal van 26.000 werklozen die in 1931 te werk waren gesteld bij werkverschaffingen in 1939 meer dan verdriedubbeld was; bedoeld was meer dan verdrievoudigd.