Als god zowel man als vrouw is

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: een opera over het grootse leven van Achnaton.
Illustratie Eliane Gerrits

Ik kom Princeton-studenten tegen in veel gedaanten, maar nog nooit eerder als farao. Anthony Roth Costanzo is de eerste. En wel in de opera Akhnaten van Philip Glass, die ik onlangs in de New Yorkse Metropolitan Opera zag.

Countertenor Costanzo, 37, verschijnt meteen al in het begin poedelnaakt op het toneel. En dat in de chique Met, waar iedereen in de zaal zich voor deze galapremière op z’n feestelijkst heeft uitgedost. Hij heeft al zijn lichaamshaar laten weghalen, behalve zijn donkere wenkbrauwen. Zes minuten lang schrijdt hij traag over het podium, zonder te zingen. Hij oogt sterk in zijn kwetsbaarheid. Je moet het maar durven. Maar dan begint hij te zingen, met die fascinerende falsetstem, die zich tijdens deze avondvullende opera in mijn voorhoofd nestelt.

Onder de hallucinerende tonen van Philip Glass worden hem vervolgens gewaden omgehangen, op zijn huid worden plakken goud aangebracht en op zijn hoofd wordt de faraokroon geplaatst. Terwijl zijn vader achter hem opgebaard ligt, verandert Costanzo in Achnaton, echtgenoot van de beeldschone Nefertiti en vader van Toetanchamon. De visionaire veranderaar die meer dan drieduizend jaar geleden regeerde.

In de tempel spreekt Achnaton zijn geloof uit in één god, de zon – destijds een revolutionair idee. In het land dat onder anderen Isis en Osiris aanbad, mocht men voortaan alleen de zonnegod Aton vereren.

Buitelende jongleurs – niet één kegel valt deze avond op de grond – verbeelden, in de typische Glass-stijl met stotende, repeterende bewegingen, hoe gevoelig dat lag. Net zoals de politici van vandaag moet ook deze farao balanceren. Zijn aanbidding van de zon, een enorme rode bal die het reusachtige podium van de Met vult en waarnaar hij in een oranje gewaad via een trap omhoogklimt, is ontroerend.

Costanzo overtuigt als Achnaton. Met zijn hoge stem, in gewaden waarop borsten en een vrouwelijk geslachtsdeel zijn geschilderd, transformeert hij met gemak naar deze farao, die vaak als hermafrodiet is afgebeeld. Waarschijnlijk omdat hij geloofde dat god zowel vrouw als man was en op deze fluïde manier dichter bij god wilde komen. Costanzo zelf ziet hem als de eerste trans-icoon.

Hij heeft zijn leven voor deze rol aangepast. Hij sport veel, eet een aangepast dieet en drinkt geen druppel. Bijna had deze voorstelling zonder hem plaatsgevonden. Costanzo kreeg kanker. Hij onderging, succesvol, een zware operatie bij zijn stembanden, die door de arts is vergeleken met kauwgum uit een pluk haar halen.

In de opera wordt Achnaton van de troon gestoten en gedood. Zijn omstreden monotheïsme verdwijnt. Zijn beelden worden vernietigd en zijn naam van de lijst van farao’s geschrapt.

In de laatste scène zien we studenten college krijgen over de opgraving van de stad Amarna, die Achnaton liet bouwen rond 1346 v. Chr. Er wordt melig met propjes gegooid. Een groots leven is ingekookt tot een saaie geschiedenisles.

Maar de farao krijgt het laatste woord. Alhoewel. Woordeloos zingen Achnaton en Nefertiti ons toe, in langgerekte A’s. Wat willen ze ons zeggen? We weten het niet.

Reacties naar pdejong@ias.edu