Reportage

‘Als Trump Iran bombardeert, laat hij dan beginnen met onze leiders’

Economie Lamsvlees is te duur, de prijs van brandstof werd verdubbeld, wat leidde tot nationaal protest. Gevolg van de sancties? Of van wanbeleid van de Iraanse regering?

Protesten in de Iraanse stad Isfahan vanwege de verhoging van de brandstofprijzen.
Protesten in de Iraanse stad Isfahan vanwege de verhoging van de brandstofprijzen. Foto AFP

Kip, kip en nog eens kip. In veel Iraanse huishoudens wordt het gevogelte tegenwoordig met lange tanden gegeten. „We eten zo vaak kip dat ik er bijna van ga kakelen”, grapt na een lunch een Iraanse journalist, die anoniem wil blijven uit vrees voor eventuele consequenties. Iraniërs eten vanouds liever lamsvlees, maar dat is mede door de sancties die president Donald Trump oplegde voor de meesten onbetaalbaar geworden.

Veel Iraniërs hebben het moeilijk, mede als gevolg van de Amerikaanse sancties die werden verscherpt nadat de VS zich vorig jaar mei eenzijdig uit het nucleair akkoord met Iran hadden teruggetrokken. „Het is afschuwelijk. Zelfs tijdens de oorlog tegen Irak [in de jaren 80, red.] was het niet zo erg”, zegt Masoumeh (48), een huisvrouw die rond lunchtijd met haar volwassen dochter een falafel-sandwich naar binnen werkt op een bankje in een bazaar in Teheran. „We kopen alleen nog onze eerste levensbehoeften, geen nieuwe kleding of meubilair.”

In die omstandigheden levert een kleine vonk al een stevige brand op. Afgelopen vrijdag verhoogde de regering de brandstofprijs met 50 procent, naar eigen zeggen om meer geld vrij te maken voor de bestrijding van de toenemende armoede. Al kost een liter benzine nog altijd amper 15 eurocent, het besluit lokte toch massale protesten uit in zeker 25 steden. De Revolutionaire Garde dreigde maandag met keihard ingrijpen als de protesten aanhouden. Duizend mensen zijn al opgepakt en er vielen zeker twaalf doden.

Ook bij een slagerij in een middenklassewijk in Teheran koopt bijna iedereen kip. „Lamsvlees is in een jaar tijd tweeëneenhalf keer zo duur geworden. Dat kan bijna niemand zich veroorloven”, zegt Mokhtar (32), een in het zwart geklede slager die net een groot hakmes weglegt. Hij legt uit dat ook de prijs van kip aanvankelijk snel steeg, totdat de autoriteiten beseften dat Iraanse carnivoren toch op iets moesten kunnen kauwen. Daarom bepaalden ze dat kippenvlees voortaan niet duurder mocht zijn dan 12.000 touman per kilo (ongeveer 1 euro). Producenten en slagers houden zich hieraan, omdat ze weten dat er niet valt te sollen met de overheid. „Het is hier gewoon een dictatuur”, klaagt de slager, die zijn achternaam niet wil geven.

Een klant met een blauwe hoofddoek en een boodschappenkarretje, de eveneens 32-jarige Goli, heeft staan luisteren en valt de slager bij. „We willen deze regering helemaal niet maar we hebben geen keus”, zegt ze verontwaardigd. „Alle prijzen zijn enorm gestegen. We kunnen gasten tegenwoordig nauwelijks meer iets fatsoenlijks voorzetten. De regering moedigt mensen aan om twee kinderen te krijgen. Ik heb er maar één, van vier jaar en het kost al de grootste moeite om voor hem alles te betalen.”

Zoals veel Iraniërs wijt Goli haar huidige problemen niet alleen aan de sancties maar vooral ook aan incompetentie en corruptie van de eigen leiders. „Als Trump Iran bombardeert, laat hij dan beginnen met onze leiders”, zegt ze bij het weggaan. Ook het Iraanse parlementslid Parvaneh Salahshour, een van de zeventien vrouwen in de Majlis, erkent dat er onvrede bestaat over de bestuurders. „We kunnen inderdaad zeggen dat mensen meer klagen over wanbestuur in eigen land dan over de Amerikaanse sancties.”

Alles is te krijgen, maar duur

Vrijwel alles is nog te krijgen in Iran, zelfs Coca-Cola en andere Amerikaanse producten, maar tegen veel hogere prijzen dan eerst. Levensmiddelen zijn gemiddeld zo’n 80 procent duurder geworden.

„De sancties vormen ongetwijfeld een zware last voor ons land”, zegt de econoom Said Leylaz in zijn riante appartement in het nog altijd rijke noorden van Teheran. „Maar ik denk niet dat het land er snel onder zal bezwijken. We zijn immers al veertig jaar gewend met sancties en embargo’s om te gaan. We zijn hoe dan ook meer een land van handelaars dan van landbouwers of industriëlen, dus we weten ons wel te redden.”

Het afgelopen jaar was zwaar, onnodig zwaar ook, omdat de regering de wisselkoers van de touman eerst op zijn beloop liet. Terwijl de koers voor een dollar naar 20.000 touman zakte, konden regeringsmensen en hun familieleden intussen nog dollars kopen voor 4.000 touman. Daar is een deel van de elite volgens Leylaz snel rijk van geworden.

Toch meent Leylaz, die zelf tien jaar geleden enige tijd gevangen zat wegens zijn liberale politieke opvattingen, dat de Iraanse economie tekenen van stabilisatie vertoont. Niet alleen handhaafde de touman zich de afgelopen maanden op zo’n 12.000 voor 1 euro, ook daalt inmiddels de inflatie, van 53 procent vorig jaar tot 29 procent in oktober.

Ook is de eigen Iraanse staalproductie gegroeid en de landbouwproductie met 6,5 procent. Voor het eerst in jaren stijgt de werkgelegenheid in de landbouw weer. Iran lijkt dus meer zelfvoorzienend te worden, zoals aanhangers van de harde lijn van het regime altijd al wilden.

In het dorpje Hosnarud, 200 kilometer ten zuiden van Teheran, is die ontwikkeling goed te zien. Ali Banaee (50), een vriendelijke man met een baardje gekleed in een zwart shirt, werkte tot voor kort in een tapijtfabriek in de provincieplaats Kashan. Het boeren op het oude familieland loonde niet meer en er was steeds minder water. De natuur hielp echter plotseling een handje. Dit voorjaar was er overvloedige regenval in Iran. Bovendien stegen de landbouwprijzen. Nu is Banaee weer boer, verzorgt hij met zijn vader groentevelden en willen ze weer vee gaan houden.

„Ik ben hier gelukkiger”, zegt Banaee, terwijl hij nipt aan een kopje zoete thee. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom. Onder de bomen over zijn erf loopt een gekanaliseerd beekje dat voor koelte zorgt, er spelen jonge kinderen en het geheel maakt een idyllische indruk. De veldjes buiten het dorp zien er echter nog altijd tamelijk dor uit.

Iran raakt veel talent kwijt

Met name beter opgeleide jongeren proberen echter weg te komen uit Iran omdat ze geen toekomst voor zichzelf meer zien. Zo raakt Iran veel talent kwijt. Een ander gevolg van de sancties is dat de economie meer verweven raakt met de Chinese.

„China is nu de grootste economische partner van Iran”, zegt Leylaz. „Dat is de schuld van de VS en Europa. Vijf of zes jaar geleden beschouwden Iraniërs het als een belediging wanneer hun werd aangeraden een Chinese auto te kopen, nu zijn die geliefd. De metro van Teheran is in handen van China, en een nucleair project van het Duitse Siemens zal nu door de Chinezen worden overgenomen.”

Betekent dit alles dat de Iraanse economie op instorten staat? Daar wijst ondanks de protesten weinig op. De files tijdens het spitsuur zijn enorm, ondanks het feit dat Teheran wemelt van de snelwegen en viaducten dwars door de stad. Mensen in de metro en op kantoren maken een verzorgde indruk en ’s avonds zitten veel cafés en restaurants vol. Bij cosmetische chirurgen zitten de wachtkamers vol vrouwen die hun neus willen laten verfraaien. De hele zomer heeft de stroomvoorziening, in een warm land als Iran belangrijk voor de airconditioning, zonder haperen gewerkt.

De toch al omvangrijke zwarte economie, door Leylaz geschat op 30 tot 50 procent van de hele Iraanse economie, floreert bovendien. Smokkelaars, of ze nu via Afghanistan, China, Iraaks Koerdistan of Dubai werken, beleven gouden tijden. De handel met het buurland Irak gaat ongestoord door.

Met zekerheid valt niet te zeggen hoelang Iran het nog kan uitzingen, ook omdat de regering weinig transparant is over de staatsfinanciën. De centrale bank mag niet langer zelfstandig cijfers over de economie publiceren. Het is bovendien duidelijk dat Iran met een groot begrotingstekort kampt en dat de olie-uitvoer nog maar een vijfde is van wat die was.

„Het regime staat mensen niet toe zich te verenigen. Niet in een vrije vakbond, zelfs een vereniging voor dierenbescherming mag niet zomaar worden opgezet”, zegt Ramin Mustaghim, die voor de Los Angeles Times schrijft vanuit Teheran. „Tot dusverre hebben ze de zaak met succes onder controle gehouden maar ik weet niet of ze dat nog een jaar redden.”