Recensie

Recensie Muziek

Walküre van Audi is ook nu nog altijd magistraal

Meer dan ooit valt alles op zijn plek bij het afscheid van Audi’s beroemde enscenering van Wagners Walküre. Het publiek wordt volledig meegezogen in een muzikale en visuele roes.

De acht Walküren met het Nederlands Philharmonisch Orkest, tijdens de beroemde ‘Walkürenritt’. Foto Ruth Walz
De acht Walküren met het Nederlands Philharmonisch Orkest, tijdens de beroemde ‘Walkürenritt’. Foto Ruth Walz

Het iconische decor van Die Walküre kraakt in zijn voegen. Nog eenmaal wordt de strijd tussen de macht en de liefde die woedt in het hart van oppergod Wotan, beslecht op een podium dat lijkt op een schuin afgezaagde boomstam waarin de jaarringen de sporen van de geschiedenis trekken. En in het middelpunt hiervan zit het Nederlands Philharmonisch Orkest, gewoonlijk verscholen onder het toneel, maar nu de zichtbare aanjager van de handeling. Met dirigent Marc Albrecht leggen de musici het fundament voor een historische avond.

Nog niets aan kracht ingeboet

Na twintig jaar heeft deze enscenering van regisseur Pierre Audi nog niets aan kracht ingeboet. Integendeel, de tijdloze vertolking bloeit als nooit tevoren. De magistrale zangers zijn woordelijk te verstaan, doordat het orkest zich prachtig om hen plooit. De beukende ‘Walkürenritt’ blijft de oorwurm uit deze opera, maar Albrecht legt ook de enorme tederheid in Wagners partituur bloot: een hunkerende cello, een klarinet die steeds donkerder fluistert, of een zacht kleurende hobo.

Die Walküre – het tweede deel van het vierluik Der Ring des Nibelungen – draait om macht en liefde. In de strijd om heerschappij over de wereld merkt oppergod Wotan hoe zijn hart versteent. Zijn versmade echtgenote Fricka dwingt hem om iedereen op te offeren van wie hij houdt: de tweeling Siegmund en Sieglinde die hij verwekt bij een mens en zijn dochter Brünnhilde, de Walküre voortgekomen uit een verbintenis met moeder Aarde. Zij belichaamt de laatste zuivere resten van Wotans geweten – een geweten dat hij moet verstoten, omdat het de wet en zijn verstand weigert te gehoorzamen. En zo groeit de naar liefde en vrijheid verlangende god uit tot een slaaf van de macht. Hij wordt de slang die – bijtend in zijn eigen staart – zichzelf verslindt.

Het duet tussen Wotan en Fricka uit Die Walküre, uit een van de eerdere Walküre-producties van De Nationale Opera (tekst gaat onder de video verder):

De Schotse bariton Iain Paterson geeft op huiveringwekkende manier stem en gestalte aan de verscheurde Wotan. En datzelfde geldt ook voor de andere vijf hoofdrollen: de „bipolaire” Sieglinde van sopraan Eva-Maria Westbroek, haar woeste echtgenoot Hunding van Stephen Milling, de tussen wee en waan heen en weer geslingerde Sigmund van tenor Michael König, de onwrikbare Fricka van mezzo Okka von der Damerau en tenslotte de strijdbare Brünnhilde van sopraan Martina Serafin.

Verbijstering

Alles valt op deze première samen in Wagners gesamtkunstwerk. Het publiek wordt volledig meegezogen in een muzikale en visuele roes. In beide pauzes en na afloop kun je de beduusde verbijstering van de gezichten scheppen. Gebeurt ons dit echt? Hoe mythologisch het raamwerk ook is, je kunt je niet losrukken van de innerlijke strijd van deze personages, die vooral tot wasdom komen in aangrijpende duetten: de kern van de handeling. Wagner bewijst zich hier als een meester van psychologische onderstromen, in een tijd dat Sigmund Freud amper vier jaar oud is en nog ergens halfweg de anale en fallische fase hangt. Audi, Albrecht, het orkest en de zangers laten Die Walküre vloeien, waardoor het verhaal zich niet voor je afspeelt, maar je overspoelt.

Na deze reeks neemt DNO afscheid van Audi’s Walküre. De enscenering lijkt een eeuwig leven aan te kunnen, maar het decor niet: dat staat nog net niet op instorten. „Deze vertolking verdient het als cultureel erfgoed voor komende generaties bewaard te blijven”, vindt een lid van de Raad voor Cultuur na afloop. Waarmee hij treffend de gevoelens onder het publiek verwoordt.