Scholen twijfelen over beknotting van de vrijwillige ouderbijdrage

Ouderbijdrage In Amsterdam krijgen basisscholen die om een hoge ouderbijdrage vragen geen subsidie meer, en in Oss wordt het helemaal afgeschaft. Wat vinden scholen zelf van de bijdrage?

Scholen met een hoge ouderbijdrage vinden niet dat de bijdrage de toegankelijkheid verkleint.. Foto Robin Utrecht / ANP
Scholen met een hoge ouderbijdrage vinden niet dat de bijdrage de toegankelijkheid verkleint.. Foto Robin Utrecht / ANP

Drie tientjes, dat is de vrijwillige ouderbijdrage op basisschool Wereldwijs in Houten. Daar komen nog enkele tientallen euro’s per jaar bij voor schoolreisjes. En ouders halen een paar keer per maand oud papier op. „Daarvan kunnen we leuke dingen doen en goed onderwijs verzorgen”, zegt directeur René Tips. „Zonder veel extra’s, maar we komen niets tekort.”

Dat is anders op, bijvoorbeeld, de Rotterdamse Schoolvereniging: 788 euro vrijwillige ouderbijdrage, plus bijdragen voor werk- en schoolreizen (35 euro) en de oudercommissie (18,50). Of de Kievietschool in Wassenaar: 1.450 euro per jaar. Die scholen betalen daar vaak vakleerkrachten en kleinere klassen van.

Volgens de Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs, PvdA) zorgen die verschillen voor ongelijkheid en segregatie. Daarom gaat de hoofdstad basisscholen met een vrijwillige ouderbijdrage van 225 euro of hoger geen gemeentelijke subsidies meer betalen. Dat maximumbedrag wordt na een jaar gehalveerd. Scholen werpen met hun bijdrages drempels op voor ouders om hun kind aan te melden, zegt Moorman. Wat vinden zij daar zelf van?

Kort door de bocht

Emma Lieske is waarnemend directeur op de Peetersschool in Amsterdam-Zuid en werkte hiervoor 43 jaar op de Hildebrand Van Loonschool, 400 meter verderop. Allebei éénpitters, met een oudervereniging. Op de ene school is de vrijwillige ouderbijdrage 704 euro (alles is inbegrepen: overblijf, schoolreisjes, kamp), op de andere 225 euro, daar komen kosten voor overblijven en schoolreizen bij.

Lees ook nrc.checkt: ‘Scholen hangen lijsten op van ouders die de ouderbijdrage niet betalen’

„Ik vind het hartstikke goed dat het stadsbestuur iets wil doen in het voordeel van kinderen uit achterstandswijken”, zegt Lieske. „Maar dit vind ik geen verantwoorde benadering. Het is kort door de bocht te denken dat kinderen uit Zuid geen baat hebben bij kleinere klassen.”

Bovendien, zegt ze: „Wij krijgen per leerling aanzienlijk minder subsidie dan een school waar veel achterstandsleerlingen naartoe gaan. Als je als school dan iets extra’s wilt bieden, ben je afhankelijk van ouders die kunnen bijdragen. Veel ouders willen dat graag. Wij communiceren duidelijk dat het vrijwillig is en sluiten niemand uit.”

Inkomensafhankelijk bedrag

Ook Jaap Croockewit, die namens de Federatie Eenpitters Zuid-Centrum de belangen behartigt van twaalf Amsterdamse basisscholen, vraagt zich af of je „de middenmoot moet beknotten om de onderkant omhoog te krijgen”. Voor ouders die de bijdrage niet kunnen betalen zijn er potjes, zegt hij, en sommige scholen (zoals vrije scholen) vragen een inkomensafhankelijk bedrag.

„Vanuit hun visie vinden scholen dingen belangrijk, zoals cultuur. Als ouders bereid zijn de extra kosten daarvoor te betalen, die niet te dragen zijn vanuit de Rijkssubsidie, dan kun je ze dat toch niet verbieden? Dat raakt aan de vrijheid van onderwijs.”

Een door de gemeenteraad bepaald bedrag is bovendien „tamelijk politiek gekleurd”, zegt hij. „Er is niet aangetoond dat dit zorgt voor minder segregatie.”

Stichting Saam, waar 27 basisscholen onder vallen uit de omgeving Oss, maakte niettemin begin deze maand bekend de vrijwillige ouderbijlage helemaal af te schaffen. De bedragen variëren van één tot meer tientjes, een enkele school betaalt er ook ‘schoolse activiteiten’ van zoals meer aandacht voor Engels of cultuur, zegt bestuurder Sandra Beuving. De stichting gaat de activiteiten voortaan zelf betalen.

„We zeggen wel dat de ouderbijdrage vrijwillig is, maar ouders [uit de ouderraad, red.] zitten elkaar achter de broek”, zegt Beuving. „We kennen geen situaties waarbij kinderen niet mee mochten op schoolreisjes, maar er wordt wel gedreigd: ‘Als je niet betaalt, dan mag jouw kind niet mee, want ik weet dat je wel kán betalen’. Bij ouders die het niet kunnen betalen, zien we schaamte.”

Wisselende reacties

De reacties zijn wisselend, zegt Beuving. Sommige ouders vinden het goed vanuit het oogpunt van kansengelijkheid. „Anderen hebben vragen, zoals waarom we hiervoor kiezen terwijl de rijksbijdrage niet ruim is. Wij vinden solidariteit belangrijk.”

Onderwijs moet voor iedereen zijn, zegt ook schoolleider Victor van Toer. Daarom juicht hij het initiatief van Saam toe. Tegelijkertijd voelt hij iets schuren: is het goed voor het onderwijs als het niets hoeft te kosten? Welke waarde hecht je aan de onderwijsplek van je kind? „We dienen voor alles te betalen, maar niet voor school, waarvan we wel willen dat het meer aanzien krijgt”, zegt hij. „Wat ik nu vraag aan ouders komt neer op 5 euro per maand. Het lidmaatschap van de speeltuin is volgens mij duurder.”

Van Toer heeft op zijn basisschool, Het Open Venster in Rotterdam-Zuid, niet alleen te maken met ouders die het bedrag (25 euro vrijwillige bijdrage en 25 euro voor de schoolreis) niet kunnen betalen – voor hen zijn er potjes en belt hij met kredietbanken en de schuldhulpverlening. Er zijn ook ouders die niet wíllen. Omdat ze het niet eens zijn met de keuze van de schoolreis, bijvoorbeeld.

Toch stopt hij er niet mee. „Ik vind het heel waardevol. Kinderen komen op plekken waar ze anders niet komen.”

Instemming met de wethouder

In Amsterdam zijn de meeste besturen het met de wethouder eens, zegt Herbert de Bruijne van het Breed Bestuurlijk Overleg van basisscholen. Hij zelf ook, als voorzitter van 22 Amsterdamse openbare basisscholen. „Goed onderwijs behoeft helemaal geen hoge ouderbijdrage in een rijk land als Nederland. Een hoge bijdrage verkleint de toegankelijkheid.”

Daar zetten scholen met een hogere bijdrage hun vraagtekens bij. Komt die segregatie niet vooral door het woon- en postcodebeleid, waardoor kinderen voorrang krijgen op een school in de buurt? „Toen ik hier begon”, zegt directeur Emma Lieske, „zaten er veel Surinaamse kinderen in de klas, en de kinderen van de groenteboer. Wonen in Zuid was toen lang niet zo extreem duur als nu. Dat had de politiek moeten voorkomen.”

Correctie (18 november 2019): In een eerdere versie van dit stuk stond de Rotterdamse Schoolvereniging per abuis aangeduid als Rotterdamsche Schoolvereniging. Hierboven is dat aangepast.