Opinie

Scheltema

Marcel van Roosmalen

Na de Bijenkorf, de restanten van Hudson Bay en vooral die lunch in Het Groene Paleis zaten we er al wel doorheen. Leuk om een keer met twee kinderen naar het centrum van Amsterdam te gaan, je kon van je zaterdag dus ook zelf een hel maken.

Nog even naar Scheltema, besloot ik, de boekhandel die aan de gevel nogal uitpakte qua sinterklaasversiering. Voor de deur tegels van schrijvers die destijds wel waren ingegaan op het verzoek om hun hand in nat cement te drukken en die ze daar nu lieten barsten.

De vriendin was met twee dochters al over de drempel.

„Mogen we zo weer weg?”

„De kinderafdeling!”, dirigeerde ik, „we gaan naar de kinderafdeling.”

Vanaf de roltrap hadden we zicht op het restaurant, op de mensen zonder kinderen, verdiept in zaterdagkranten.

De kinderafdeling viel niet tegen.

Er was daar een boot vol kussens met een roertje, waar er al twee aan stonden te rukken en even verderop was met gele kussens en een kamerplant een tropisch eiland gemaakt.

„Ik lig”, riep de oudste.

Daarna begon ze aan de lange zwemtocht tussen het eiland en de boot, waarin haar zusje inmiddels vocht om een plekje aan het roer. De vriendin begon over de stiften in de tekenhoek, waarvan de doppen slim met een draad aan elkaar zaten.

Nu ze er toch was besloot ze maar eens op een andere afdeling te gaan snuffelen, ik amuseerde me wel toch?

Daar zat ik dan, op de rand van een boot, naast een vader die uitgebreid zat te bladeren in de biografie van Joseph Kotälla, een interessante keuze.

„Waar heb je die vandaan?”, vroeg ik. „Staat dat hier ergens in de buurt?”

Hij schudde het hoofd, het had op de bodem van de boot gelegen.

Zijn dochter werd inmiddels door mijn jongste uit de boot geduwd.

Hij belde zijn vrouw.

„Hoe lang nog? O, bij de kookboeken...”

Afrondend: „Lekkere zaterdag dit.”

Even later sleepte hij zijn dochter mee naar de kookboeken, nu was het mijn beurt om te bladeren in ‘de beul van Amersfoort’. De auteur, Richard Hoving, droeg een bril waarvan ik niet meteen wist of het een ouderwets of juist een modern montuur is.

Daar was de vriendin. We gingen.

Terwijl zij de winkel al uit was maakte ik de fout om een afgeprijsde atlas in te kijken. Hup daar schoot de oudste al onder een tafeltje met Geert Mak.

Waarom nou weer onder hem?

Ik moest er helemaal onder om haar tevoorschijn te plukken, maar ik kon natuurlijk ook gewoon naast haar blijven liggen, net zo lang totdat de schoonmakers ons uiteindelijk zouden vinden.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.