Hooligan is uit het stadion gedreven

Voetbalgeweld Er zijn minder agenten nodig om voetbalgeweld te voorkomen. Maar de problemen zijn nog niet voorbij. De politie maakt zich zorgen over vuurwerk en vechtpartijen buiten de stadions.

De politie moest in 1974 ingrijpen in de Kuip, waar Engelse hooligans zich misdroegen tijdens de finale van de UEFA Cup tussen Feyenoord en Tottenham Hotspur.
De politie moest in 1974 ingrijpen in de Kuip, waar Engelse hooligans zich misdroegen tijdens de finale van de UEFA Cup tussen Feyenoord en Tottenham Hotspur. Foto ANP

Hoofdletsel’. ‘Dichtgeslagen ogen’. ‘Splinters in hoofden en armen’. ‘Botbreuken en kneuzingen’. 150 gewonden, van wie er 50 naar het ziekenhuis moesten. In een minutieuze opsomming gaven hoofdinspecteur Gerrand en politiecommissaris Reitsma weer wat er was gebeurd tijdens de UEFA Cup-finale van 1974 tussen Feyenoord en Tottenham Hotspur in de Kuip.

Lees ook het volledige nieuwsbericht: Geweld door voetbalhooligans weg uit stadions

De politie was, zo blijkt uit het later openbaar geworden rapport, totaal verrast door de dronkenschap en het geweld van de Engelse supporters. Op televisiebeelden is te zien hoe supporters elkaar met stokken en bierflesjes de kop insloegen en hoe mensen van de tweede ring meters naar beneden dreigden te vallen en probeerden te vluchten.

Het was de eerste kennismaking met grootschalig voetbalgeweld in Nederland en markeerde het begin van een decennialange strijd tussen politie en voetbalhooligans. Lange tijd hadden politie, voetbalclubs en gemeenten nauwelijks grip op voetbalgeweld. Feyenoordfans die in stadion De Meer spijkerbommen in een vak met Ajax-supporters gooiden (14 gewonden) en, vooral, de ‘Slag bij Beverwijk’ waren dieptepunten. In een weiland bij Beverwijk vond Ajax-supporter Carlo Picornie in 1997 de dood tijdens een afgesproken vechtpartij tussen aanhangers van Ajax en Feyenoord.

Politie-eenheden gingen zich daarna concentreren op gewelddadige leiders van supporterscollectieven. Er kwamen stadionverboden en – later – ook gebiedsverboden, mogelijk gemaakt door een speciale ‘Voetbalwet’ (2010). Supporters werd de vrijheid ontnomen om zelfstandig naar stadions te reizen, rechters gingen zwaarder straffen.

Inmiddels zijn er minder agenten nodig om voetbalgeweld te voorkomen, maar de problemen zijn nog niet helemaal voorbij. Een tussenstand.

Minder politie nodig

„Het leek wel oorlog”, zei de 17-jarige Cas Rijnierse in NRC over een uit de hand gelopen supportersactie op 10 april 2019 bij de Johan Cruijff Arena. Ajax speelde in de kwartfinale van de Champions League thuis tegen Juventus. Supporters hielden een zogeheten ‘entrada’, waarbij onder luid gezang fakkels en vuurwerk werd afgestoken.

Lees ook: de ‘entrada’ liep uit de hand

Dat was tegen de afspraken. De politie greep in met een waterkanon, supporters reageerden met het gooien van stenen en vuurwerk. Er raakten 8 agenten gewond, 75 supporters werden gearresteerd. Rijnierse, die een stadionverbod heeft omdat hij vuurwerk had meegenomen naar een andere wedstrijd, was een van hen.

De uit de hand gelopen ‘entrada’ kreeg veel aandacht. De moeder van Rijnierse schreef een open brief aan de burgemeester over de, in haar ogen, hardhandige arrestatie van haar zoon. Er kwam ook een politiek debat en een onderzoek van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement COT.

Toch komt dit soort escalaties feitelijk steeds minder voor en heeft de politie de grootste relschoppers beter in het oog. Er zijn daardoor steeds minder agenten nodig bij voetbalwedstrijden, schrijft politiechef Frank Paauw in het jaarverslag ‘Voetbal en Veiligheid’ dat deze maandag uitkomt. Paauw: „De jaren waarin het hooliganisme in en rond de voetbalstadions in Nederland haar hoogtepunt beleefde en – de voor supporters belastende – veiligheidsmaatregelen toenamen (zoals fouillering, slechte zichtlijnen door netten of hekken, beperkingen aan het vervoer of aan de kaartverkoop), liggen achter ons.”

Lees ook: ‘Iedere hooligan kost 500.000 euro’

Die opmerking komt overeen met een analyse die NRC maakte van de politiecijfers van de afgelopen tien jaar. De inzet in de twee hoogste competities, de eredivisie en eerste divisie, is in die periode met ruim 20 procent gedaald. Vorig seizoen was er gemiddeld ruim 350 uur aan mankracht nodig per eredivisiewedstrijd, tien jaar geleden nog ruim 460.

Eredivisiewedstrijden worden steeds minder vaak als ‘risicovol’ gezien – de afgelopen drie seizoenen gold dat voor bijna de helft van de wedstrijden. En dus zijn er minder ingrijpende maatregelen nodig, zoals strenge vervoersrestricties voor uitsupporters, wat weer scheelt in het aantal agenten. Supporters kunnen daardoor bijvoorbeeld vaker op eigen gelegenheid naar een uitwedstrijd van hun club, zonder eerst hun ticket onder toezicht van politie op een afgesproken tijdstip op te halen bij een tankstation langs de snelweg.

Dat betekent niet dat het vechten en vernielen in en rond stadions helemaal voorbij is. Het afgelopen voetbalseizoen (ruim achthonderd wedstrijden) registreerde de politie 65 vechtpartijen, 67 vernielingen, 41 mishandelingen en 16 bedreigingen. De cijfers zeggen overigens niets over de hevigheid en grootschaligheid van de incidenten, maar die zijn volgens de politie wel afgenomen.

De cijfers over politie-inzet laten ook een keerzijde zien van het recente Europese succes van Ajax. Wedstrijden in de Champions League en de Europa League vragen jaarlijks om verreweg de meeste politie-inzet – vorig seizoen gemiddeld 3.700 uur per wedstrijd. Agenten moeten bovendien vaak al de dag vóór een wedstrijd in een Europese competitie de straat op, wanneer supporters van de tegenstander gezamenlijk de kroeg opzoeken. De zeventien Europese wedstrijden die vorig seizoen werden gespeeld in Nederlandse stadions, vergden bijna evenveel politie als alle 380 wedstrijden in de eerste divisie.

Groeiend gevaar: vuurwerk

De bekerfinale tussen PEC Zwolle en Ajax in 2014. De eerstedivisiewedstrijd FC Den Bosch – FC Dordrecht drie jaar later. PSV – Feyenoord om de Johan Cruijff Schaal in 2018. Of Harkemase Boys – FC Groningen in de eerste ronde van de KNVB-beker vorige maand. Allemaal stilgelegd nadat supporters vuurwerk op het veld hadden gegooid. In Den Bosch kwam een vuurwerkbom tot ontploffing vlak bij een ballenjongen, in Harkema gebeurde dat bij de doelman van de thuisploeg.

Vrijwel wekelijks wordt vuurwerk de stadions binnengesmokkeld om dit vervolgens af te steken op de tribune, vaak in de vorm van een fakkel. Dat is te vaak, schrijft korpschef Frank Paauw in het nieuwe jaarverslag van de politie over voetbalvandalisme.

Lees ook: Leg die hooligans nu eens het zwijgen op

Daarom bedachten clubs, voetbalbond KNVB, gemeenten en het Openbaar Ministerie vorige zomer een ‘zero-tolerance’ beleid voor vuurwerk. Alle vuurwerkovertredingen zouden worden bestraft met een landelijk stadionverbod én worden afgedaan via het strafrecht.

Toch scoorde vuurwerk vorig seizoen opnieuw verreweg het hoogst op de lijst met incidenten die de politie registreert tijdens en rond voetbalwedstrijden. Bij 150 wedstrijden was er een incident met vuurwerk op de tribunes en bij 102 duels was er een vuurwerkincident rond het stadion – beide getallen zijn hoger dan het tienjarig gemiddelde. En deze informatie zegt nog niets over het gevaar van de incidenten. Ook al worden er honderd vuurwerkfakkels in een vak met andere supporters gegooid – door het verouderde systeem van de politie (dat volgend jaar wordt vervangen) wordt het als één incident geregistreerd.

Een oplossing lijkt nog niet in zicht, ook omdat een verbod op vuurwerk in stadions voor veel supporters gevoelig ligt. Volgens hen draagt het afsteken van vuurwerk bij aan de sfeer. De KNVB en politie zien vooral gevaar in fakkels met hoge temperaturen op overvolle tribunes. Eerder dit jaar liepen meerdere supporterscoördinatoren boos weg toen het onderwerp ter sprake kwam tijdens een bijeenkomst met de politie, KNVB en de Europese voetbalbond UEFA. Voor de supporters is er maar één optie: vuurwerk legaliseren.

20-20 gevechten

Met kettingen en broekriemen werden agenten in oktober vorig jaar in elkaar geslagen tijdens een confrontatie tussen supporters van NAC Breda en Willem II, voetbalrivalen in West-Brabant. Tijdens de rechtszaak gaf een vader die met zijn zoontje bij de wedstrijd was geweest toe dat hij zijn kind had weggestuurd en met dertien bier achter de kiezen zelf was gaan rellen. Er werden uiteindelijk tien relschoppers veroordeeld voor de ongeregeldheden, de meesten tot taakstraffen. NAC Breda legde de fans een jarenlang stadionverbod op.

Vaak gebeurt het niet meer, maar zo nu en dan zoeken grote groepen supporters elkaar nog op voor een knokpartij – zogenoemde ‘20-20 gevechten’. Nu er minder ín de stadions wordt gevochten, denkt de politie dat supporters elkaar vaker buiten wedstrijden om opzoeken. De politie schrijft in het jaarverslag dat het weinig zicht heeft op zulke ‘vechtafspraken’. Paauw schrijft: „Bij deze zogenaamde vechtafspraken tussen groepen wordt veel grof geweld gebruikt. Er is een verhoogd risico dat deze getrainde vechtersbazen hun agressie ook gaan botvieren op anderen, zoals medewerkers met een publieke taak en burgers.”