Reportage

Witte elite pakt de macht terug van de inheemsen

Bolivia Na het aftreden van president Evo Morales komen in Bolivia oude haat en tegenstellingen naar boven. Notities van onze correspondent Nina Jurna vanuit een ontregeld land. „Niets is zo bedreigend als burgers die de macht over andere burgers in handen krijgen.”

Inheemse vrouwen blokkeren de snelweg tussen La Paz en El Alto uit protest tegen de zelfverklaarde benoeming van Jeanine Añez tot interim-president van Bolivia.
Inheemse vrouwen blokkeren de snelweg tussen La Paz en El Alto uit protest tegen de zelfverklaarde benoeming van Jeanine Añez tot interim-president van Bolivia. Foto Marcelo Perez Del Carpio

Op de druilerige zondagmiddag van 10 november komt er na veertien jaar een eind aan het historische leiderschap van de eerste inheemse president van Bolivia, Evo Morales (60). Al weken zijn er massaprotesten in het Zuid-Amerikaanse land nadat Morales is beschuldigd van verkiezingsfraude. Nu volgen de dramatische gebeurtenissen elkaar razendsnel op.

De Organisatie van Amerikaanse Staten, een regionaal samenwerkingsverband, concludeert dat er inderdaad fraude is gepleegd bij de verkiezingen van 20 oktober en adviseert nieuwe verkiezingen. Die zegt Morales fluks toe, maar de geest is al uit de fles: woedende Bolivianen bezetten de straten. Als de politie zich tegen Morales keert en vervolgens ook het leger hem adviseert af te treden, stapt Morales op. Hij vlucht naar Mexico waar hij asiel krijgt.

Is hier een staatsgreep gepleegd zoals hij beweert? Of heeft het gezag de kant van de betogende burgers gekozen en moet de democratie nu worden hersteld?

Maandag 11 november Santa Cruz

„Klam, tropisch en veel dorre palmbomen langs de weg”, schrijf ik op in mijn notitieboekje als ik enkele uren na het aftreden van Morales ben geland in Santa Cruz en van de luchthaven naar de stad rijd. Dit is het oppositiebastion van Bolivia. Nazaten van Spaanse kolonisten die vanaf de zestiende eeuw naar Bolivia trokken, en die inheemsen en Afrikanen dwongen als slaven te werken in de zilvermijnen, hebben hier hun thuishaven. Samen met mestiezen (mensen met inheems en Europees bloed) geven ze deze stad een eigen identiteit.

Ze zijn trots op hun koloniale erfenis en hebben weinig op met de inheemse bevolking op de Altiplano, de hoogvlakte. Evo Morales? „Die naam kun je hier beter niet hardop uitspreken”, zegt de taxichauffeur. De avond ervoor is volop feestgevierd om Morales’ aftreden. De chauffeur drukt me op het hart mijn instapkaart bij de hand te houden. „Als bewijs dat ik je echt van de luchthaven heb gehaald”, zegt hij. „Bewijs voor wie?”, vraag ik, nog naïef.

Santa Cruz is ook de thuishaven van Luis Fernando Camacho, ondernemer en uiterst-rechts oppositieleider van de grootste burgerorganisatie Pro Santa Cruz. In korte tijd is de diep-religieuze ‘Macho Camacho’ boegbeeld van het verzet tegen Morales geworden. „Hij is machtiger dan de burgemeester”, zegt de chauffeur.

We naderen een wegversperring. Hekken en olievaten blokkeren de doorgang naar het stadscentrum. Op enige afstand zit een groepje mensen midden op straat op plastic stoelen, met koelboxen voor zich. Een man komt aansjokken, opent het portier en vraagt naar mijn instapkaart, die ik laat zien op mijn mobiel. „Paspoort ook”, commandeert hij nors.

Overal zijn dit soort controleposten bemand door burgers – mannen, vrouwen, jongeren. Ze openen kofferbakken, fouilleren hier en daar inzittenden. „Zijn burgers hier aan de macht?”, vraag ik voorzichtig aan de taxichauffeur. Hij mompelt dat dit al sinds de verkiezingen zo is.

Morales claimde die stembusgang te hebben gewonnen, maar dat geloofden ze niet in Santa Cruz. Oppositieleider Camacho riep zijn achterban op de stad te barricaderen om te voorkomen dat inheemse aanhangers van Morales naar Santa Cruz zouden komen om „rotzooi te trappen”. „Op de politie kunnen we niet vertrouwen, burgers moeten zelf voor de veiligheid in hun stad te zorgen”, aldus Camacho.

„Pure anarchie in Santa Cruz”, schijf ik later op. ’s Avonds bewonder ik met de cruzeños hun oude koloniale stadscentrum. Ze zijn er trots op, terwijl Morales juist met koloniale symbolen wilde afrekenen. Hij liet achter het oude koloniale regeringspaleis in La Paz, het Palacio Quemado, een modern 120 meter hoog Huis van het Volk bouwen. Het Palacio uit de Spaanse tijd moest maar een museum worden.

„Een coup tegen Morales?” Een vrouw in het stadspark met zowel Europese als inheemse trekken giert het uit. „Nee hoor: de democratie is hersteld. Morales zou uit zichzelf nooit vertrekken. Je kunt niet de grondwet aanpassen, een referendum negeren en verkiezingsuitslagen manipuleren om aan de macht te blijven. Dan ben je een dictator.” Met haar buurvrouw bekijkt ze een filmpje op het Twitteraccount van Morales. Op zijn vlucht brengt hij de nacht door op de grond tussen cocatelers in Cochabamba. Ooit was Morales zelf een cocateler. „Slaap maar lekker, indiaan”, sneren de vrouwen grinnikend.

Foto Marcelo Perez Del Carpio
Foto Marcelo Perez Del Carpio
Foto Marcelo Perez Del Carpio

Dinsdag 12 november El Alto

Duizenden woedende inheemsen zijn op weg naar La Paz. „Ze gaan de luchthaven waarschijnlijk platleggen. Ik weet niet of het verstandig is te komen”, appt de fotograaf net terwijl ik op het punt sta daarheen te gaan. Het is vijf uur in de ochtend en op de weg naar de luchthaven van Santa Cruz is nu om de honderd meter een controle. Een man met rood doorlopen ogen en een bleek gezicht steekt zijn hoofd door het autoraampje.

„Werkt u voor de overheid?”

„Eh, nee, ik ben journalist.”

„Heeft u de afgelopen zes maanden gewerkt voor de Boliviaanse overheid?”

„Nee, ik ben Nederlandse en woon in Brazilië.”

Hij kijkt me glazig aan, hij ruikt naar alcohol. Opgelucht stap ik later het vliegtuig in en verlaat Santa Cruz. Niets is zo bedreigend als burgers die de macht over andere burgers in handen krijgen.

La Paz ligt op slechts een uur vliegen van Santa Cruz. Maar ze staan ook voor twee hele verschillende Bolivia’s. Van de tropische klamme lucht naar de frisse hoogvlakte, van het bolwerk van de rechtse oppositie naar dat van de inheemse bevolking. Tegen de duizelingen in mijn hoofd en de ijle lucht die op mijn longen slaat als ik op het vierduizend meter hoog gelegen El Alto uit het vliegtuig stap, helpt thee van cocabladeren het beste, zegt men hier. Uitgebrande auto’s, nog niet gedoofde vuren, blokken steen op de weg – vannacht waren ook hier hevige rellen. Opnieuw blokkades van hekken en olievaten – het oogt alsof Bolivia aan de rand van een burgeroorlog staat.

We beginnen de afdaling van El Alto naar La Paz. „Verder ga ik niet. Straks nemen ze mijn auto in beslag”, zegt de taxichauffeur opeens en zet me uit de auto. La Paz ligt aan mijn voeten, en de versperringen worden dit keer niet bewaakt door mestiezen, zoals in Santa Cruz, maar door groepen inheemsen, onder wie vrouwen met hun wijde rokken en bekende bolhoeden, de zogeheten cholitas.

Die middag roept in een vrijwel leeg Congres de tweede vicevoorzitter van de senaat, Jeanine Áñez, zichzelf uit tot interim-president van Bolivia. De geblondeerde politica krijgt een sjerp om en staat even later trots met een bijbel in de hand op het bordes van het koloniale Palacio Quemado. Ze wordt omringd door leden van de witte zakenelite uit Santa Cruz en Beni, waar ze zelf vandaan komt. Áñez, een juriste, staat bekend als anti-Morales, uiterst rechts en diep-gelovig. In het kabinet dat zij later presenteert zit geen enkele inheemse man of vrouw. Ze belooft snelle verkiezingen.

Het contrast met de laatste veertien jaar kan niet groter zijn; in de regering-Morales hadden inheemsen, ook de cholitas, een prominente rol. Nu is de aloude bovenlaag, die al sinds de koloniale tijd regeert, terug in het machtscentrum. Buiten joelen hun aanhangers. Maar de woedende inheemsen sissen terwijl ze zich klaarmaken voor de strijd.

Een compleet vernield politiebureau.Foto Marcelo Perez Del Carpio

woensdag 13 november El Alto/La Paz

Eleonora Torres staat te zwaaien met een grote wiphala-vlag. „Dit is ons symbool, koop de vlag!” Ze is ondernemer in El Alto en verkoopt stoffen, vlaggen en ook cadeaupapier in de kleuren van de geblokte inheemse vlag. De wiphala wappert overal in de protestmarsen die nu dagelijks worden gehouden. De bordesscène met de nieuwe, witte machthebbers is als een bom ingeslagen bij de inheemsen. Op sociale media verschijnen beelden van aanhangers van interim-president Áñez die de wiphalavlag in brand steken en de bijbel toejuichen. „We zijn eeuwenlang onderdrukt door deze mensen. Evo heeft ons, als eerste inheemse president, onze trots teruggegeven. Nu hebben ze hem afgezet met een staatsgreep. Hij moet terug!”, roept Torres geëmotioneerd.

Zoals meer inheemse ondernemers kreeg ze onder Morales een startkapitaaltje. Nu helpen haar dochters met de winkel. „Evo geloofde in ons, maar voor deze cambas [inwoners van het laagland] zijn wij minderwaardige slaven.”

Vrouwen in de stad El Alto verkopen Wiphala-vlaggen, symbool van de inheemse cultuur in Bolivia. Foto Marcelo Perez Del Carpio

In El Alto heerst verwarring deze ochtend. Groepen mensen lopen op straat met vlaggen en stokken. Gaan ze demonstreren? Wanneer? En wie heeft de leiding? Samen met de fotograaf inspecteer ik een totaal vernield politiebureau in de buurt. Het is in het weekend door woedende betogers in brand gestoken.

„Het grote probleem is dat er nu geen leider is bij de inheemsen”, zegt Nelson Cussi (29), die ik later op de ochtend ontmoet bij de universiteit van El Alto. Hij studeerde sociologie en rechten en heeft een eigen radioprogramma in zowel Spaans als Aymara, de taal van de inheemse groep waartoe ook Morales behoort. „Morales heeft geen nieuwe generatie inheemse leiders opgeleid, hij wilde zelf aan de macht blijven”, zegt Cussi kritisch. „Bovendien: zijn échte adviseurs waren geen inheemsen maar witte Bolivianen, daar liet hij zich door omringen.” Cussi ziet een „rechts-religieuze coup van de oude elite”. „Dit moet al langer geleden zijn opgezet. De snelle opkomst van Camacho, de zelfbenoemde president Áñez, de bijbel als symbool om een bepaalde groep aan te trekken en de andere groep af te schrikken. Toen bleek dat Morales zich weer verkiesbaar zou stellen, hebben ze hun kans gegrepen”, denkt Nelson.

Nelson Cussi Mamani
Foto Marcelo Perez Del Carpio
Nelson Cussi Mamani heeft een eigen radioprogramma in zowel Spaans als Aymara.
Foto Marcelo Perez Del Carpio
Nelson Cussi Mamani heeft een eigen radioprogramma in zowel Spaans als Aymara.
Foto’s Marcelo Perez Del Carpio

De onderzoeker-journalist mengt zich in de middag tussen de betogers die met stokken en vlaggen afdalen naar La Paz. Daar wachten leger en politie hen op. Met wiphala-vlaggen in de hand paraderen de inheemsen langs de militairen en zwaar bewapende agenten die traangas inzetten, terwijl laag overvliegende legervliegtuigen de massa uiteen proberen te drijven.

Opnieuw volgen gewelddadige botsingen en vallen veel gewonden. Een tiener wordt hardhandig door de politie meegenomen. „Waar zijn de media”, gillen demonstranten. „Ze vermoorden ons!” Een paar duizend inheemsen trekken verder naar het centrum van La Paz, waar winkeliers snel rolluiken laten zakken en deuren barricaderen. De stad functioneert al weken gebrekkig door de demonstraties. Eerst waren het de tegenstanders van Morales, die van hem af wilden. Nu zijn het de inheemsen, die hem terug willen.

Na een paar dagen in La Paz zie ik een duidelijk patroon: ’s ochtends zijn winkels en restaurants open en raast het verkeer. Tegen de middag dalen de ongewapende inheemse betogers af uit El Alto. Daar botsen ze op politie en leger, die hen met harde hand terugslaan. De stad gaat op slot. Het traangas dringt door tot mijn hotel. De weinige gasten, een Duits stel en ik, moeten verhuizen naar het achterste gedeelte.

Toeristen en buitenlandse journalisten kunnen het land uit. De Bolivianen zitten vast in een diepe crisis, die voorlopig niet voorbij lijkt.