Opinie

Hoe NRC in de strijd om Zwarte Piet opschoof van gezindheid naar gedrag

De ombudsman

Het was de „behangkoning” van Den Haag die als aanstichter werd gezien, al hield hij vol dat zijn tweetje met de locatie niet zo was bedoeld. Vorige week vrijdag trokken niettemin tientallen mannen naar een bijeenkomst van de actiegroep Kick Out Zwarte Piet om amok te maken.

Is dat geweld een nieuwe fase in de strijd om Zwarte Piet? Die kwestie kon je lang zien als een kluchtig of irritant jaarlijks ritueel – wat de premier nog steeds lijkt te doen – maar is uitgegroeid tot een lakmoestest voor racisme en antiracisme. Media beenden het onderwerp elk jaar uit, soms met de verzuchting achteraf dat het volgende keer beheerster of beter gedoseerd moest. Ook deze krant bracht een lading verslaggevende en opiniërende Piet-exegeses.

Maar het geweld – en de vrees voor herhaling bij de intocht van de kindervriend – maakt duidelijk dat de klucht bittere ernst is.

Onvermijdelijk misschien, gezien de botsing tussen ideologisch antiracisme en chauvinisme met radicaal-rechtse trekken. En ontnuchterend voor wie, zoals ik, in de jaren zeventig het duo Sjors en Sjimmie geruisloos zag veranderen. In plaats van het koloniaal-racistische sjabloon (de goedhartige maar oliedomme, steenkolen-Nederlands pratende Sjimmie die door de slimme Sjors keer op keer uit de penarie werd geholpen) stapte na 1970 een hip en gelijkwaardig vriendenpaar over de pagina’s. Ik kan me geen opstootjes herinneren met spandoeken ‘Sjimmie moet dom blijven’.

Verschil is wel dat die verandering werd ingezet door de makers van Sjors en Sjimmie zelf, in een tijd waarin progressiviteit hoogtij vierde. Selbstzwang dus, in termen van socioloog Norbert Elias, aanpassing door interne druk. Bij Zwarte Piet komt de druk, in een gepolariseerde tijd, van anderen die ook een stem opeisen. Fremdzwang waar de feestvierders veel meer moeite mee hebben – zie de hakken in het zand.

Hoe kiest de krant daarin partij?

Een lezer was ontstemd dat NRC berichtte over „activisten” in Den Haag. Anderen bestoken met vuurwerk en auto’s in de fik steken „behoort niet tot normaal activistengedrag”. Waarom niet gesproken van vandalen of een knokploeg? Nu werden de daders „positief geframed” en daarmee „kiest de krant hun kant”.

Ja, knokploeg had ook gekund: het ging om een groep die uit was op fysieke confrontatie. Dat blijkt ook uit de berichtgeving, de krant schreef over „tientallen” mannen die de KOZP-bijeenkomst „aanvielen” en later over „allianties” tussen voetbalhooligans, extreem-rechts en „losse” Zwarte Piet-voorstanders. Maar „vandalen” klinkt dan juist weer te onschuldig, alsof het gaat om verveelde jeugd die een bushokje afbreekt. Deze relschoppers hadden een gericht en politiek doel.

Juist daarom is ook de term activisten niet misplaatst. Dit was politiek geweld met een extreem-rechtse inslag. En waarom zou de term activisten synoniem moeten zijn met geweldloosheid? Ook anti-globalisten die de ruiten van een bank inslaan, of ‘blokkeerfriezen’ die een snelweg afsluiten, zijn activisten die hun eisen met geweld kracht bijzetten.

Dat brengt me op de vermeende neutraliteit van de krant en de media, die op sommige activistische sites worden aangeklaagd als „medeplichtig” aan het „fascistische” geweld. Oftewel de „schijn-neutraliteit” van media en politici, die bij onlusten alle partijen tot kalmte manen en daarmee volgens critici impliciet partij kiezen – tegen de belaagde groep.

Bij zulke discussies wordt vaak van alles door elkaar gehaald: journalistieke objectiviteit, neutraliteit en onpartijdigheid. NRC wil beschrijvend en objectief zijn – dat wil zeggen: feiten verifiëren, beweringen toetsen – maar is geen neutrale krant; zie de Beginselen uit 1970, waarin de krant zich engageert met individuele vrijheid en een pluralistische, democratische rechtsorde.

Op het Zwarte-Piet-front was de krant al helemaal niet neutraal. Sterker, daarin maakt die een forse zwenking. Nog in 2012 luidde de kop boven een eerste Commentaar over de controverse apodictisch Zwarte Piet is zwart. Geen gezeur, het hoorde bij het kindersprookje. Het woord racisme kwam er niet in voor, wel de relativering dat ook de „rituele” discussie over Zwarte Piet „vluchtig” is – het soort waarneming waar een krant liever niet aan herinnerd wordt (bij dezen).

Maar al een jaar later sloeg de meter anders uit. In het Commentaar Daar wordt aan de deur geklopt lezen we: het mag zo zijn dat Nederlanders niks racistisch ‘bedoelen’, maar „er zijn Nederlanders, zwarte en blanke, die zich ongemakkelijk of gekwetst voelen en die het als racisme erváren”. Afschminken, dus.

Met nog eens een Duits begrippenpaar zou je kunnen zeggen dat de krant zo in een jaar tijd is opgeschoven van Gesinnungsethik, waarin bedoelingen voorop staan, naar Verantwortungsethik, die de nadruk legt op effecten. Is het echt zó belangrijk om vast te houden aan een omstreden feestfiguur? Nee, nog los van alle scholastiek over herkomst, historie, duiding en etymologie waar ook NRC alle uithoeken van uitkamde.

Inmiddels lijkt een simpele oplossing alweer ver weg. Want het gaat allang niet meer om die karikatuur, zoals Clarice Gargard in haar column vaststelde. Inderdaad, al ging het daar natuurlijk nooit alleen maar om; Piet was voor activisten altijd al pars pro toto voor een antiracistische maatschappijkritiek. Maar die hoef je niet te onderschrijven om stelling te nemen tegen geweld.

In het jongste Commentaar, afgelopen week, keerde de krant zich dan ook terecht en ondubbelzinnig tegen de recente agressie van ‘pro-Pieten’, met een oproep aan de politiek om hier nu duidelijke grenzen te trekken.

Daar is niets neutraals aan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.