Opinie

Hoe het OM stil vier celstraffen wegmoffelde

De Rechtsstaat

Het schokkendst aan de recente Zembla-aflevering over het wegkijken bij fouten in de opsporing, waren dan toch weer beelden van een bewakingscamera. Daarop twee agenten die op straat een op het oog vlot meewerkende verdachte van een afstandje ‘pepperen’. De man knielt, gaat op de grond liggen, gezicht naar beneden, en spreidt de armen. Daarna knielen de agenten kalm bovenop hem en slaan vervolgens werktuiglijk op hem in. Waarom is onduidelijk, er was geen verzet. De één neemt diens hoofd onder handen, de ander de zij.

In het ‘ambtsedig’ proces-verbaal wordt vervolgens geschreven dat de man zich verzette en naar de grond moest worden gewerkt om te worden geboeid. Een leugen dus, maar door de rechter voor waar aangenomen, dankzij die ambtseed. De advocaat haalde de beelden boven water, constateerde excessief en onnodig geweld plus een verdraaid proces-verbaal. Zoiets kan de loop van een strafzaak veranderen – maar met de agenten en de officier die dit met hun ambtseed afdekten, gebeurt niks. Die doen het dus de volgende keer weer.

De strekking van de uitzending was dat fouten in de opsporingsfase zelden tot nooit publiekelijk worden gecorrigeerd. In ieder geval niet door de rechter, die tot in hoogste instantie de vervolging van de dader belangrijker vindt dan de wijze waarop het bewijs is verzameld of de aanhouding is verricht. Het nietig verklaren van vervolgingen door gesjoemel met bewijs is een zeldzaamheid geworden. Overigens een reactie op een tijd waarin iedere spelfout in een dagvaarding al tot vrijlating van de verdachte kon leiden.

Lees ook: Een Hoge Raad die alles wegwuift is vrij nutteloos

Maar de dwingende conclusie is toch dat de strafrechter politie en OM sindsdien de vrije teugel laat. Als politie en OM al ‘leren’, dan is dat op eigen kompas. In tegenstelling tot andere landen bestaat hier geen stevig extern toezicht op OM en politie. Dat is een probleem, zeker nu we een nationale politie hebben met centrale aansturing en een OM dat steeds meer zelfstandig straffen kan opleggen. Toezicht is incidenteel – de ombudsman doet een onderzoek of een ad hoc commissie, waarna excuses volgen. En stilte.

Vorige week beschreef ik hier een kwestie waarin het Amsterdamse OM de verdenking op zich laadde een Amsterdamse officier, verdacht van ontucht, de hand boven het hoofd te houden. Namelijk door diens vervolging niet over te dragen aan het Haagse parket, wat o zo voor de hand ligt. De Hoge Raad had dat desgevraagd ook geadviseerd. Zélf blijven vervolgen bracht een groot risico op niet-ontvankelijk verklaring met zich mee, zo was intern ook al gesignaleerd. Maar nee, dat mocht niet overtuigen. Het Amsterdamse OM zette door met als voorspelbaar resultaat dat vervolging inderdaad onmogelijk is geworden. Van de elf verdachten in deze zedenzaak gaat er nu dus één vrijuit, en wel de officier van justitie. Koekoek! Mij leek er iets niet te kloppen.

Die gedachte drong zich ook op na een recent curieus arrest van het Hof Arnhem/Leeuwarden. Daar voelde het Hof zich gedwongen het OM ook ‘niet ontvankelijk’ te verklaren, nu bij de vervolging van vier mannen. Die hadden tien maanden cel gekregen wegens poging tot doodslag; die zijn daar nu van af. Het OM voerde bij de rechter aan dat er iets ernstig mis was met het bewijs. Maar daar bleef het bij. De rechter diende tevreden te zijn met de ‘door magistratelijkheid ingegeven mededeling’ van het OM dat de zaak de prullenbak in moest. Over het waarom breken inmiddels vele juristen op Twitter zich het hoofd. Kamervragen zijn al gesteld.

Niet-ontvankelijkheid van het OM komt bijna nooit voor. En al helemaal niet op deze manier. Ik vroeg het uiteraard na en kreeg nul op het rekest. Er moesten ‘belangen’ worden beschermd die niet konden worden geduid. Maar welke? Nu kan ik (weer) speculeren over foul play, maar daar is geen aanwijzing voor. Dus ik neem aan dat het OM een hele goede reden had om deze vervolging stuk te maken. Strafrecht hangt soms van list en intrige aan elkaar. Maar dan blijft de vraag: wie toetst zo’n opzienbarende stap van het OM? Openbaarheid, in de rechtszaal, was dus te link. Ik denk dat het OM net als de AIVD toe is aan een ‘commissie-Stiekem’ waar het z’n duivelse dilemma’s kan toetsen.

Dan heb ik ook rust.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.