‘Zitten op lucht’ – maar wie bedacht de vrijzwevende stoel?

bespreekt ontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: stoelen zonder achterpoten waarmee je kunt ‘zitten op lucht’.

S- stoel van Verner Panton (1960)

>

‘Een mijlpaal in de geschiedenis van de vrijdragende stoel’ werd de MYTO-stoel genoemd bij de presentatie in 2007. Volgens de Italiaanse meubelfabrikant Plank was de MYTO namelijk de eerste plastic Freischwinger, zoals Duitsers een stoel zonder achterpoten noemen. Degenen die tegenwierpen dat de Deense ontwerper Verner Panton (1926-1998) al in 1960 met zijn beroemde S-stoel de eerste plastic ‘vrijschommel’ had ontworpen, kregen te horen dat dit geen echte achterpootloze stoel was.

De A-line 209 stoel van Steen Ostergaard (1966)

Daar valt wel wat voor te zeggen. De conische, geheel dichte onderkant kun je inderdaad zien als een dikke, stijve achterpoot die de ervaring van verend ‘zitten op lucht’, ook visueel, in de weg zit. De MYTO heeft daarentegen, net als de achterpootloze stoelen van stalen buizen, een slede-achtige onderkant, zodat de zitting een beetje veert als je erop zit en de stoel bovendien luchtig en minimalistisch oogt.

In interviews over zijn MYTO-stoel liet de Duitse ontwerper Konstantin Grcic (1965) weten dat het hem heel wat hoofdbrekens had gekost om van de nieuwe kunststof ultradur de eerste plastic Freischwinger te maken. „Ervaren ingenieurs zeiden dat ik wel kon vergeten wat ik wilde”, zei hij trots.

De MYTO-stoel vanKonstantin Grcic(2007)

Zo herhaalt de geschiedenis zich. Want ook aan de eerste vrijschommel van stalen buizen waren tot drie jaar geleden de verkeerde namen verbonden. Tot het einde van de twintigste eeuw wezen vooral Duitse designhistorici de Bauhaus-ontwerper Marcel Breuer aan als degene die in 1927 het ‘zitten op lucht’ had uitgevonden. Ze hadden over het hoofd gezien dat een Duitse rechter al in 1932 Mart Stam de auteursrechten op de buizen Freischwinger had toegekend, omdat de Nederlandse architect in 1926 een achterpootloze stoel van gasbuizen en fittingen had vervaardigd.

Maar in 2016 bleek ook Stam niet de echte uitvinder. Op zijn beurt had hij het idee voor ‘zitten op lucht’ ontleend aan een stoel die hij in november 1926 in een Tatra 12, een personenauto van Tsjechische makelij uit 1923 had gezien, zo concludeerde de architectuurhistoricus Ivan Margolius uit zijn reconstructie over de uitvinding van de Freischwinger op basis van ooggetuigenverslagen. De naam van de ware uitvinder van ‘zitten op lucht’ is overigens nog onbekend.