VolkerWessels, of hoe je toch rijk wordt in de bouw

Familiebedrijf De familie Wessels wil bouwbedrijf VolkerWessels van de beurs halen – niet voor het eerst. Hoe verdien je 1,4 miljard euro door hetzelfde bedrijf meermaals te kopen én te verkopen?

Het project Valley, aan de Amsterdamse Zuidas. VolkerWessels bouwt er een complex met woningen, kantoren, winkels, horeca en andere voorzieningen.
Het project Valley, aan de Amsterdamse Zuidas. VolkerWessels bouwt er een complex met woningen, kantoren, winkels, horeca en andere voorzieningen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Een bedrijf kun je maar één keer verkopen, toch? Niet als je de bouwersfamilie Wessels bent. In 2003 deed de familie haar eerste geslaagde bod op het beursgenoteerde bouwbedrijf VolkerWessels (toen 1,9 miljard euro omzet, 15.500 werknemers). Vier jaar later verkocht de familie weer een deel van de aandelen aan financier CVC. In 2013, toen de bouw in een diepe crisis verkeerde, kocht de familie die aandelen opnieuw terug. En toen de zon was doorgebroken in de economie, in 2017, bracht de familie het bedrijf andermaal naar de beurs.

Nu herhaalt de geschiedenis zich. De familie Wessels heeft met haar beleggingsmaatschappij Reggeborgh een bod gedaan op die nog maar kort geleden beursgenoteerde aandelen.

Met deze aan- en verkopen belichaamt ze het moderne ondernemen. Bedrijven kopen en verkopen kan profijtelijker zijn dan zelf ondernemen. Het moderne ondernemen is twee keer geld verdienen. Eén keer als de ondernemer, die de waarde van het bedrijf verhoogt en dividend ontvangt. En nog een keer als een beurshandelaar in het groot door de aandelen van dat bedrijf te kopen en te verkopen. Timing is dan alles. Kun je de aandelen kopen als de koers laag is en verkopen als het beter gaat?

De handel in bouwmoloch VolkerWessels in vijf bedrijven.

1 Buikpijn

Dik Wessels en zijn broer Herman zijn niet de oprichters van het bouwbedrijf Wessels. Dat was hun vader. Maar zij wisten het bedrijf met fusies en overnames op te stoten tot het beursgenoteerde bouwbedrijf VolkerWessels. Ook al was het bedrijf beursgenoteerd en geen exclusief familiebezit, de familie stond voor en achter de schermen aan het roer. Herman Wessels bezat 2 procent van de aandelen, Dik bijna 11 procent en hij zat ook in de raad van bestuur.

In de loop van 2002 ging het al een tijdje niet goed met de koers van hun aandelen. De internethausse van 1999-2001 was voorbij, koersen waren gekelderd. Fraude bij aanbestedingen leidde tot hoge boetes voor de bouwsector. De economische groei verlepte, en bouwers voelen dat meteen. Bedrijven stellen investeringen in gebouwen uit, de overheid bezuinigt op wegenaanleg, er is minder vraag naar koopwoningen. Later zei Dik Wessels in het magazine Twentevisie dat hij doodsbenauwd was dat een buitenlandse opkoper gebruik zou maken van de gedeprimeerde beurskoers om het bedrijf van de beurs te halen, te ontmantelen en in brokstukken door te verkopen. Dat wilde hij de andere belanghebbenden, zoals leveranciers en werknemers, niet aandoen.

Begin 2003 deed Dik Wessels met zijn investeringsmaatschappij Victor Rijssen een bod op de 87 procent van de aandelen die de familie nog niet had. De bakermat van het concern is Rijssen en hij voelde zich, kennelijk, de winnaar: Victor. Hij bood een premie van 70 procent bovenop de beurskoers.

De familie stak zelf 165 miljoen euro in de overname. De rest van het benodigde geld leende ze bij twee van haar eigen beleggingsmaatschappijen (270 miljoen euro) en bij bank NIB Capital (250 miljoen).

Lees meer over de beursgang in 2017: Met z’n allen cashen op de beurs

2 Avontuur

Vier jaar later al diende zich een mooi moment aan om een deel van de aandelen te verkopen. De internationale private-equityfinancier CVC wilde meedoen. Dat een gehaaide investeerder als CVC brood zag in de bouwwereld, illustreerde het toen heersende optimisme. De economie zat in de lift, huizenprijzen stegen, de aanleg van nieuwe wegen, kantoren en kabelnetwerken lokte.

De familie Wessels en CVC richtten een beleggingsmaatschappij op die het bouwbedrijf kocht. Ze doopten de beleggingsmaatschappij Storm Investments.

Het moderne ondernemen is twee keer geld verdienen. Eerst als ondernemer, dan als handelaar

CVC en de familie werden partners, elk voor 42,5 procent. De rest van de aandelen kwam in handen van de leiding van het bouwbedrijf.

Storm Investments kocht alle aandelen van Victor Rijssen. De verkoop leverde de familie Wessels zo’n miljard euro op. Voor haar was het deels vestzak-broekzak. De familie stak 150 miljoen euro in het aandelenkapitaal van Storm en leende de beleggingsmaatschappij 260 miljoen euro om de overname te betalen. VolkerWessels ging „positief gestemd” 2008 in.

3 Treurnis

Ruim een jaar na de overname was het optimisme geknakt. De kredietcrisis legde eerst de banken en vervolgens de economie lam. Bouwbedrijven zagen opdrachten verdampen. Het avontuur van Wessels en CVC was afgelopen voordat het goed en wel begonnen was.

In het verslag over 2008 waarschuwde de directie voor „volatiele en onzekere marktomstandigheden”. In 2009 toonde men zich gematigd optimistisch, al was de nettowinst nul. Daarna ging het serieus bergafwaarts. In 2012 leed VolkerWessels ruim 200 miljoen euro verlies en was het eigen vermogen, de buffer tegen verliezen, zelfs negatief. In die jaren kwam één zinnetje steeds terug in de jaarverslagen van Storm Investments: „Continuïteit en stabiliteit hebben de allerhoogste prioriteit voor de Raad van Bestuur van VolkerWessels, directie en aandeelhouders van Storm.”

In 2013 gooide CVC de handdoek in de ring en verkocht zijn aandelen in twee stappen aan de familie Wessels. CVC kreeg zijn investering uit 2007 met rente terug, plus een bescheiden dividend – maar dat was het ook wel. De familie Wessels op haar beurt was voor een koopje weer enig aandeelhouder geworden van VolkerWessels. Een koopje, maar wel in een periode dat het op de markt pompen of verzuipen was. Om de financiële basis van het concern te versterken, zette de familie Wessels al haar leningen aan het bouwbedrijf om in een serie kapitaalinjecties. Dat ging om meer dan een miljard euro.

4 Terugkeer

Dankzij deze kapitaalinjecties en het herstel van de economie kwam VolkerWessels weer uit het dal. In 2017 maakte het zijn rentree op de beurs. Herman Wessels maakte dat niet meer mee, hij overleed in 2007. Dik Wessels overleed een half jaar na de beursgang.

De aandelen Volker Wessels waren bij de beursintroductie ruim 1,8 miljard euro waard. De familie verkocht er een derde van. Dat levert ruim 600 miljoen euro op, terwijl ze voor ruim 1,2 miljard aan aandelen in handen hield. Op de verkochte aandelen maakte ze 200 miljoen euro winst.

De familie wil zich op langere termijn verder terugtrekken, is de boodschap. Zij blijft wel een serieuze minderheidsaandeelhouder, belooft ze. Niet alle eieren in één mandje.

5 Exit

Het loopt anders. Op de beurs worden beleggers alleen maar somberder over bouwbedrijven. Opdrachtgevers leggen steeds vaker de risico’s van hun projecten bij de bouwers. Bouwkosten lopen op door de krapte op de arbeidsmarkt. Sommige projecten van VolkerWessels, zoals de nieuwe zeesluis bij IJmuiden, kampen met peperdure tegenvallers. Dan volgt ook de impasse door bouwverboden wegens stikstof en PFAS.

Wachten op herstel van de beurskoers is zinloos, vindt de familie. Ze bezit ‘slechts’ twee derde van de aandelen, maar voelt zich wel 100 procent verantwoordelijk, is de redenering van familiebelegger Reggeborgh. Dus doet het een bod op alle aandelen, net als Victor Rijssen in 2003. De premie is nu lager (ruim 25 procent tegen toen 70 procent), maar verder zijn de parallellen frappant: de beurskater, het optimisme bij een toekomst in eigen hand, de verantwoordelijkheid voor de andere belanghebbenden dan alleen beleggers. Zoals Reggeborgh-directeur Henry Holterman afgelopen week zei: de overname moet ook „zorgen voor zekerheid” voor de 17.000 medewerkers.

Rest de vraag: wat heeft de familie Wessels verdiend met het aan- en verkopen en de opbrengsten uit haar bedrijf? De verkoopwinsten tellen op tot 1,2 miljard euro, en daar komt bijna 200 miljoen aan dividend over de afgelopen drie jaar bij. Samen is dat 1,4 miljard euro. Niet slecht voor een investering van 165 miljoen. En dan is de familie straks ook nog eens eigenaar van een bouwbedrijf dat bij het vertrek van de beurs bijna 1,8 miljard euro waard is.