’t Laagje waar alles van afglijdt

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: het wonderlijke teflon.

Honderden, misschien wel duizenden vogels zijn bezweken aan teflon-dampen.
Honderden, misschien wel duizenden vogels zijn bezweken aan teflon-dampen. Foto Getty Images

Het valt niet mee in drie woorden uit te leggen wat PFAS-stoffen zijn, duizenden stoffen vallen onder de definitie. Vandaag noemen we het fluorhoudende organische verbindingen met een ongewone persistentie.

Onder de PFAS-stoffen zitten er die in dierproeven gevaarlijk bleken voor dieren, als de dieren er genoeg van binnen kregen, en daarom worden álle PFAS-stoffen als gevaarlijk beschouwd. De meeste zijn nooit onderzocht.

Zoals bekend zijn PFAS-stoffen aangetroffen in Nederlands zand en bagger. ’t Begon met een vervuiling rond Schiphol die het gevolg was van een incident met blusschuim dat de brandvertrager PFOS bevatte. Wat later werden de PFAS-stoffen PFOA en GenX rond de fabriek van Chemours (voorheen DuPont) in Dordrecht ontdekt. Inmiddels struikel je over de PFAS. Van de weeromstuit heeft de overheid strenge beperkingen gesteld aan de afzet van grond waarin PFAS is aangetoond. Die hebben de grondverzetters in grote moeilijkheden gebracht.

Martijn Katan, columnist in deze bijlage, vindt dat de overheid doordraaft in haar voorzichtigheid. De mens kan heel wat PFAS aan voor er schade ontstaat en de kans op gevaarlijke blootstelling aan PFAS-stoffen uit zand en bagger is miniem. Er zijn ergere dingen die de aandacht verdienen, schreef hij vorige week. Inderdaad loop je makkelijker een PFAS-besmetting op van waterafstotende kleding, ski-was en bepaalde soorten tapijt dan van zand en bagger. Risicoperceptie, dat is het sleutelbegrip.

Sterk waterafstotend

In de lopende PFAS-discussie is er nauwelijks aandacht voor de bekendste stof die DuPont/Chemours in Dordrecht met ondersteuning van het vermaledijde PFOA en – later – GenX produceerde en produceert: de fluorhoudende plastic teflon. Teflon, formeel polytetrafluoretheen (PTFE), is zélf een PFAS-stof, maar een stof waarvan nu juist geen direct gevaar uitgaat. Teflon is chemisch uiterst inert, zeer hittebestendig en sterk waterafstotend. De meeste mensen kennen teflon van de anti-aanbaklaag in koekenpannen en bakblikken en van zelfreinigende ovens. DuPont is er allang niet meer de enige producent van.

Over het wonderbaarlijke teflon hoor je weinig kwaad. DuPont ontdekte het materiaal in 1938 toen de eigenschappen van het gas tetrafluoretheen (C2F4) werden onderzocht. Men hoopte een nieuw koudemiddel voor koelkasten te vinden. Teflon werd in 1941 gepatenteerd maar het duurde tot 1961 voor Amerikanen hun eerste non-stick pannen konden kopen. In Europa waren ‘Tefal-pannen’ toen al jaren op de markt.

Je mag aannemen dat de mensvriendelijkheid van de anti-aanbaklagen eerst terdege was getest en in orde bevonden. Hoe precies is een raadsel, want in The Lancet van 1 december 1951 waarschuwde ICI uitdrukkelijk tegen het goedje. Twee laboranten waren onwel geworden toen ze de dampen inademden van PTFE dat experimenteel was verhit tot 350 respectievelijk 450 graden Celsius. Ze ontwikkelden griepachtige verschijnselen waarvoor later de term polymer-fume fever is bedacht. Bij DuPont in de VS was iets dergelijks voorgevallen. Aanvullend ICI-onderzoek leerde dat het PTFE al bij 280 graden stoffen afgaf die dodelijk waren voor ratten als ze er twee uur aan werden blootgesteld.

Altijd kalm opwarmen

De fabrikanten van anti-aanbakpannen hebben er alleen van onthouden dat ze tegen oververhitting moesten waarschuwen: altijd kalm opwarmen op een kleine vlam, enzovoort. Het heeft niet geholpen: oververhitting is aan de orde van de dag en is in ovens eerder regel dan uitzondering. Tallozen hebben inmiddels ‘polymer-fume fever’ gehad, je vindt ze bij Google Scholar of PubMed, en nog groter moet het aantal mensen zijn dat nooit begreep waar de plotselinge griepverschijnselen vandaan kwamen. Er vielen zelfs doden, maar niet veel en uitsluitend onder buitenissige omstandigheden. Wie zijn Tefal-pan leeg op een hoog vuur zet en dan eerst verderop een dutje gaat doen, die vraagt erom.

Wie er niet om vroegen zijn de honderden, misschien wel duizenden vogels die bezweken aan het inademen van teflon-dampen. De eerste sterfgevallen werden in 1969 beschreven in het Schweizer Archiv für Tierheilkunde. Tientallen parkieten, vinken, prachtvinken en andere vogels waren in teflon-dampen gestikt omdat hun kooi te dicht bij de keuken hing. Het begin van een lange, droeve reeks die om een of andere reden vaak de lachlust opwekt: al die parkietjes. Vogelsterfte in de buurt van hete teflon-bronnen komt zo vaak voor dat het de wetenschappelijke bladen pas weer haalt als er een onverwachte teflon-bron in het geding is. In 2012 stierven tientallen kuikens doordat de warmtelampen in hun broedstoof van een teflon-coating waren voorzien.

Nevenschade aan vogeldoden is een geaccepteerd effect. Lees hoe laconiek de Consumentenbond erover doet. Het ligt niet aan het teflon, het ligt aan de unieke, efficiënte ventilatie van de vogellong die vogels extra gevoelig maakt.

Het tijdschrift Environmental Science and Pollution Research liet in 2017 zien hoe makkelijk teflon oververhit raakt en welke toxische stoffen bij toenemende temperatuur vrijkomen. De stof PFOA die vroeger bij de teflon-synthese werd gebruikt komt trouwens al bij lage temperatuur vrij. Een ander blad beschreef in 2015 in detail de – tijdelijke – schade die teflon-dampen in de longen aanricht. Bij mensen, wel te verstaan. De vraag is: wordt dit wel meegewogen in het PFAS-debat?