OM eist twintig jaar gevangenisstraf en tbs voor moord Hümeyra

De 16-jarige Hümeyra werd vorig jaar december doodgeschoten bij haar school in Rotterdam. De verdachte Bekir E. was haar ex-vriend.
Nelleke Stolk (tweede van links), de advocaat van de nabestaanden, donderdag bij de rechtbank in Rotterdam.
Nelleke Stolk (tweede van links), de advocaat van de nabestaanden, donderdag bij de rechtbank in Rotterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Justitie eist twintig jaar celstraf en dwangverpleging met tbs tegen Bekir E. (32), hoofdverdachte van de moord eind vorig jaar op de 16-jarige Hümeyra Ergincanli uit Rotterdam. Volgens de officier van justitie is er sprake van moord in plaats van doodslag.

De 16-jarige Hümeyra had in de zomer van 2017 een korte relatie met de veel oudere E. Toen ze het uitmaakte, begon hij haar maandenlang te stalken en te bedreigen. Ook nam hij het meisje mee naar zijn huis en mishandelde hij haar daar.

Op 18 december vorig jaar wachtte de man de scholiere ’s middags op bij het Designcollege in Rotterdam-West en schoot hij op haar, vatte de officier samen. Hümeyra werd meerdere keren geraakt in haar lichaam en haar hoofd.

Lees ook: Het laatste jaar van Hümeyra, een meisje van zestien met een stalker

Voorbedachte rade

Volgens justitie was er sprake van voorbedachte rade. E. bedreigde Hümeyra vooraf met de dood, hing rond bij de school en droeg op die dag een wapen. Hij achtervolgde haar, had daarbij genoeg tijd om zijn handelen te heroverwegen, en schoot gericht van dichtbij. Het Openbaar Ministerie sprak van een „liquidatie”.

Ook de eerste reactie van Bekir E. na zijn aanhouding duidt op een bewuste actie, zei de officier. Tegen agenten die hem boeiden zei E. dat hij „met recht” geschoten had. „Ze loog over haar leeftijd. Ze moest niet fucken met mij. Het vuurwapen ligt in de auto”, citeerde de rechter. Hij werd door sommigen pedofiel genoemd en was ernstig in verlegenheid gebracht.

E. is laagbegaafd, heeft minderwaardigheidsgevoelens en een opgeblazen ego, blijkt uit onderzoek van het Pieter Baan Centrum. Hij heeft weinig zelfinzicht en weinig inlevingsvermogen, is impulsief, agressief en heeft wraakgevoelens. Het OM acht een langdurige behandeling met dwangverpleging nodig. Omdat er een hoog risico op recidive is, wil justitie niet het risico lopen dat hij ooit onbehandeld vrijkomt.

Tijdens de rechtszaak legde E. zelf tegenstrijdige verklaringen af of hij dwangverpleging nodig heeft. Aanvankelijk zei hij dat hij tbs wilde, omdat dat alleen „dagbesteding” zou zijn. Ook voelt E. zich na Hümeyra’s dood niet veilig op straat en wilde hij buiten de gevangenis niet als een „wild dier” leven. Tegelijkertijd zei hij dat hij niet gelooft in behandeling.

Lees ook: ‘Het is triest dat Hümeyra moest sterven voor ze aandacht kreeg’

Geen poging ontvoering

E. werd in tweede instantie ook verdacht van poging tot ontvoering van Hümeyra. Maar volgens de officier van justitie is hier na onderzoek geen bewijs voor. In een afgetapt gesprek tussen E. en zijn broer in januari 2019 spraken zij wel over ‘ontvoering’. Maar volgens het OM was dit uit tactische overwegingen om minder straf te krijgen.

Donderdag verklaarde E. tegen de rechter zelf uitvoerig dat Hümeyra door een andere ex van hem tegen hem was opgezet. Er zou een complot zijn geweest om hem voor lange tijd achter de tralies te krijgen. Volgens de officier is er echter geen enkele aanwijzing dat Hümeyra contact heeft gehad met deze ex.

Volgens justitie is medeverdachte Mohammed al-M. (26), die bij E. in de zwarte Golf zat, onschuldig. Hij was op geen enkele wijze betrokken bij de schietpartij. Justitie eiste tegen hem wel 252 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, voor stalking en bedreiging van twee andere slachtoffers in andere zaken.