Opinie

Nog zestig keer oogsten, dan is het op

Landbouw Het is evident dat we landbouwgrond minder intensief moeten gebruiken, maar boeren kunnen door hun hoge investeringen bijna niet anders. Tijd om innovatie alternatief te financieren, schrijft .

Aardappeloogst, bestemd voor zetmeel
Aardappeloogst, bestemd voor zetmeel Foto Koen Suyk / ANP

Nog zestig keer oogsten. Als we zo doorgaan zijn de Nederlandse landbouwgronden over zestig jaar uitgeput. Hun opbrengst is gigantisch. Na de Hongerwinter van 1944 was ‘nooit meer honger’ het devies en ontwikkelde zich een systeem gericht op een maximale opbrengst per hectare.

Het natuurlijk herstelvermogen van de natuur, gebaseerd op een rijk bodemleven, werd ingeruild voor beheersing van de natuur met de inzet van chemische bestrijdingsmiddelen en de toevoeging van kunstmest.

De innovatieve kracht was immens. Wetenschap, boeren, industrie en toeleveranciers werkten samen om het systeem te optimaliseren. Landbouwscholen zorgen voor opleiding. Resultaten en methodes worden zorgvuldig gedocumenteerd en ondergebracht in databases bij Wageningen Universiteit & Research. Boeren, financiers en toeleveranciers gebruiken die databanken om beslissingen te nemen en deals te sluiten. Wat weerhoudt ons ervan om diezelfde fenomenale innovatiekracht opnieuw in te zetten, maar nu voor verduurzaming van de landbouw?

Landbouwproducten en kennis zijn een belangrijk exportproduct geworden. Dat leidt ertoe dat veevoer met scheepsladingen wordt ingevoerd en dat vrachtauto’s vol vlees Europa bevoorraden, maar dat de stront in Nederland achterblijft.

Heel veel partijen verdienen aan ons landbouwsysteem, zijn er ook voor een groot deel van afhankelijk en beschouwen veranderingen daarom vaak als een bedreiging. Er lijkt meer te verliezen dan te winnen.

Allereerst de boer: die is veelal zwaar gefinancierd en heeft schaalvergroting nodig om te overleven (lees: hogere omzet maken om de bank terug te kunnen betalen). Met de huidige grondprijzen en regelgeving betekent dat: relatief hoge investeringen in verhouding tot de opbrengsten die daar tegenover staan. Als de waarde van de grond zou dalen, een reële mogelijkheid, is de boer de klos.

Lees ook: Nederlandse boeren produceren grotendeels voor het buitenland

Rabobank in de hoofdrol

Het is evident dat de banken, met Rabobank binnen het agrarisch syteem in een hoofdrol, daar niet op zitten te wachten. De banken hebben juist gestuurd op schaalvergroting. Hun afhankelijkheid van de banken blokkeert voor veel individuele boeren de weg naar duurzame landbouw. Het kan financieel gewoon niet uit.

Verandering richting een fatsoenlijk gebruik van de grond vraagt van een boer om een stap in het ongewisse: je ruilt de relatieve financiële zekerheid van het huidige model in voor de onzekerheid van de nieuwe opbrengsten. Maar ook voor onzekerheid over de investeringen die nodig zijn voor de overgang naar een andere manier van exploitatie van landbouwgronden. Alle partijen in de voedselketen, met uitzondering van de supermarkten, lijken alleen maar te kunnen verliezen.

Aan de andere kant ontstaat steeds meer publieke druk. Mensen zetten zich af tegen de huidige manier van grondexploitatie; ze zijn boos en/of bang. Angst en woede is er ook bij de boeren die zich niet erkend voelen en die de financiële donderwolk zien hangen.

De schakels in de voedselketen zijn bang geld te verliezen. De bezorgde burgers zijn bang voor de destructie van de natuur. En de politiek staat voor de taak een weg te zoeken in de tegengestelde belangen en kosten die ergens neergelegd moeten worden.

Als één land een transitie naar duurzame landbouw kan maken, dan is het Nederland

Maar als er één land op de wereld is dat in staat is een transitie naar duurzame landbouw te maken, dan is dat juist Nederland. Het heeft bewezen die innovatieve kracht te hebben, het kan samenwerken, en het ziet de noodzaak om anders met onze voedselproductie om te gaan. Iedereen erkent de waarde van een veilige voedselproductie. Iedereen weet hoe belangrijk voeding is, niet alleen om te overleven, maar ook als verbindend element. Over de hele wereld wordt samen gegeten.

Column: Onze landbouwsector exporteert kennis

Zeven generaties

Het is evident dat de bodem wezenlijk anders gebruikt moet worden om de voedselvoorziening veilig te stellen voor de komende zeven generaties, dus ook na die zestig oogsten die we met de huidige methodes nog hebben.

Allereerst moet de regering daartoe het vergezicht formuleren. Een volgende grote vraag is: wie pakt de rekening op om de investering in een duurzame landbouw te doen? Saneren of perspectief creëren – dat is de vraag. Met een evident antwoord.

Hoe? Bijvoorbeeld door het oprichten van regionale ‘grondfondsen’, die worden gefinancierd door institutionele en particuliere beleggers, en door overheden. Deze fondsen verwerven gronden en stellen die ter beschikking aan boeren die inzetten op duurzame landbouw. Laat op die gronden de praktische ontwikkeling van de duurzame landbouw ondersteund door de wetenschap plaatsvinden. En verbindt zulke regio’s met elkaar, fysiek, maar ook ‘virtueel’ door overdacht van ervaringen en kennis. Met de ecologische hoofdstructuur als model, kan zo een ‘agrarische hoofdstructuur’ ontstaan, waarin de Nederlandse landbouwinnovatie opnieuw kan bloeien.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.