Opinie

Met kunstsubsidies de Vlaamse identiteit zuiver houden

In de Vlaamse cultuursector krijgt canoniek erfgoed extra geld, maar moeten jonge kunstenaars in de „superdiverse” steden inleveren, schrijft .
Protesten bij het Vlaams Parlement tegen de cultuurbesparingen van de nieuwe Vlaamse premier Jan Jambon (N-VA).
Protesten bij het Vlaams Parlement tegen de cultuurbesparingen van de nieuwe Vlaamse premier Jan Jambon (N-VA). Foto Kristof Vadino

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) publiceerde deze week een belangrijk onderzoek over de rol van kunst in het verbeteren van de publieke gezondheid: theater, muziek en dans zijn significant belangrijk in het voorkomen én genezen van mentale en fysieke ziektes. En ze zijn goedkoper dan de biomedische alternatieven. Een kind dat wordt voorgelezen heeft bijvoorbeeld een betere nachtrust en kan zich meer concentreren op school. De WHO adviseert regeringen om een beleid te voeren waarin kunsten een grote rol spelen bij preventie en therapie.

Vorige week kondigde de nieuwe Vlaamse regering aan dat er fors zal worden bespaard op cultuur. De grootste partij binnen de regering is de N-VA, een Vlaams-nationalistische en conservatieve, rechtse partij, die de minister-president Jan Jambon naar voren bracht. Jambon is tevens de minister van cultuur. Hij besloot om 6 procent te besparen in de hele sector, maar de projectsubsidies worden het hardst geraakt: van de 8,47 miljoen euro blijft er maar 3,39 miljoen euro over in 2020. Dit is een verlies van 60 procent. Het zijn subsidies waarmee jonge, beginnende kunstenaars gesteund worden om zich te bewijzen in de sector. Ze kunnen eenmalig een subsidie aanvragen en zo tijd kopen. Het kabinet van Jambon noemt het „selectiever en kwalitatiever projecten selecteren, die dan meer internationale impact kunnen hebben”.

Lees ook: Forse Vlaamse bezuinigingen op cultuur stuiten op veel verzet

Deze besparingen zijn niet te verklaren. Van de totale begroting gaat er slechts één procent naar cultuur. We hebben het over zéér weinig geld. En het geld komt ook terug. Het zijn geen subsidies, maar investeringen. Economisch brengen ze op, wijzen meerdere verslagen uit. En volgens het WHO kunnen uitgaven aan cultuur dus preventief voor een enorme kostenbesparing zorgen. Maar uiteindelijk is het ook niet de vraag of we van kunst kunnen leven: kunst is essentieel, het is waarvoor we leven. Het geeft dit alles zin.

Als reactie op de bezuinigingen werden scherpe columns geschreven, zakten tweeduizend mensen uit de cultuursector af naar Brussel om er te debatteren over hoe het nu verder moet, kondigden kunstenfestivals aan dat ze ermee zullen stoppen en doen petities de ronde die gretig ondertekend worden. Al deze initiatieven zijn een natuurlijk gevolg. Als iemand je probeert te verstikken, spartel je met je armen, als iemand je in het water naar beneden duwt, probeer je weer boven te komen. Een afgeknepen zuurstoftoevoer betekent onvermijdelijk reactie. Het verzet is logisch, maar ook nutteloos: de regering kent de cijfers, de ministers weten heel goed wat ze doen.

Historische canon voor Vlaanderen

In augustus is er door de N-VA voorgesteld om een Vlaamse canon te beginnen: „een lijst van ankerpunten uit onze Vlaamse cultuur en geschiedenis, die Vlaanderen als Europese natie typeren”. Het zijn de dingen die de partij wil doorgeven aan leerlingen op school en aan nieuwkomers om de eigen identiteit te bevestigen, het is het selectief uitlichten van punten uit het verleden om daarmee een nieuw Vlaanderen vorm te geven, een afgebakende identiteit die niet verandert in tijd en ruimte. De Vlaamse minister van toerisme wilde er zelfs de ‘Vlaamse’ gehaktballetjes in tomatensaus aan toevoegen. Alsof ze niet overal op de wereld gehakt tot balletjes draaien.

Geschiedenis wordt zo een politiek instrument, stelde Karel Van Nieuwenhuyse, professor geschiedenisdidactiek aan de KU Leuven: „Het pleidooi voor zo’n Vlaamse canon neigt naar een vorm van superioriteitsdenken waar ik absoluut niet van hou. Een samenleving wordt bovendien gemaakt op basis van heel veel invloeden van buitenaf. Dit is een pleidooi voor een uitsluitend mechanisme in plaats van een insluitend. Gewoon schrappen dit idee.” (Het Laatste Nieuws, 13 augustus.)

Dit alles is dus niet meer en niet minder dan een symbolisch debat over holle begrippen als identiteit en nationaliteit. Kunst wordt net als geschiedenis gebruikt als middel om begrenzend te zijn, oogkleppen op te zetten, om niet te ver je dorp uit te wandelen, want dan biedt de kerktoren geen schaduw meer. Uiteindelijk houdt deze rechtse, harde regering alleen de grote kunsten boven water, de producties die de massa’s en de elite aanspreken, waar het geld is. Om projectsubsidies te krijgen moet je als nieuwe, jonge maker je wel gaan conformeren aan de selectiviteitscriteria om subsidie te krijgen en het ziet ernaar uit dat hierin ook weer de Vlaamse identiteit een rol gaat spelen.

Minderheden krijgen de hardste klappen

De regering maakt de keuze om bijna één miljoen euro extra te stoppen in erfgoed en musea, omdat ze krampachtig probeert vast te houden aan een Vlaanderen dat niet meer bestaat. Ondertussen wil ze de bruisende, jonge, superdiverse steden ontkennen. Het is het whitewashen van kunst in de publieke ruimte – die al behoorlijk wit is. Als wel of geen geld het verschil maakt, krijgen mensen uit minderheidsposities de hardste klappen. Zij behoren én niet tot de massa én ook niet tot de elite én ze dragen niet de ‘Vlaamse’ identiteit uit die deze regering zo belangrijk vindt.

Het is ook het uitsluiten van de mensen die niet aan kunst kúnnen doen omdat ze niet eens de bus naar het theater kunnen betalen, laat staan een zitplaats. Het is het inspelen op het nostalgische (lees: racistische) onderbuikgevoel van de kiezer bij wie de haard brandt en ‘moeke’ witloof in een gietijzeren pan bruin stooft.

Die tijd is voorgoed voorbij. Wat overbleef, is aan de ene kant een Vlaanderen dat die veelzijdigheid aan stemmen omarmt en de kunsten viert. En een Vlaanderen met een identiteitscrisis dat de kunsten als een politiek instrument ziet. Terug naar het jaar nul.

Het zijn al dan niet kleine voorstellen van rechtse regeringen die we door de jaren heen kritisch de grond in hebben geboord of waar we cynisch om hebben gelachen. Maar uiteindelijk bleef de massa democratisch kiezen voor deze verharding en verrechtsing. Nu heeft West-Europa ultrarechtse, openlijk racistische regeringen: zo begint het, en waar het eindigt? Ik weet het niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.