‘In hels weer ben ik op mijn best; hoe harder het regent, hoe beter’

Otto Aalbersberg wint de vakjuryprijs van oktober, met als thema ‘Nederland onderweg’.
Otto Aalbersberg

„Een heel herkenbaar beeld”, rapporteerde de jury over de winnende foto. „Het heeft iets analoogs. Het lijkt ook op een scène uit een film. Het moment van schieten is dapper gekozen. Het standpunt is hoog; is het vanuit een truck geschoten?”

„Eigenlijk zou ik natuurlijk moeten zeggen dat ik naast de bestuurder zat”, zegt Otto Aalbersberg (42) uit het Utrechtse Montfoort over zijn foto. „Maar nee, ik zat hier zelf achter het stuur. Ik kwam net terug uit Rotterdam. Een uurtje of vier in de middag, het weer was bar en boos. Ik vond het een mooi beeld. Als kijker is het alsof je zelf in de auto zit. Ik hoop dat het een gevoel geeft van snelheid, maar ook van stoerheid en doorzettingsvermogen: we laten ons door het weer niet tegenhouden om toch ergens te komen.”

‘Snelwegfotografie’ noemt hij dit soort werk. „Als tegenhanger van straatfotografie.” En hij heeft er inmiddels een hele serie van gemaakt. „Ik snuffel de snelwegen af. Mijn camera ligt altijd op de stoel naast me klaar, alvast ingesteld naar weerbeeld en licht.” Hij weet uiteraard dat het geen fijne combinatie is, tegelijk autorijden en fotograferen. „Het gebeurt ook niet vaak. Oei, nee. Maar mocht er onderweg iets oppoppen wat ik gaaf vind, dan kan ik zo toch snel mijn plaatje schieten.”

Voor zijn werk – in de horeca – rijdt Aalbersberg twee keer per week van zijn huis naar Amsterdam heen en weer. „Dus die A2 ken ik nu onderhand wel.” Een heel enkele keer staat hij zichzelf dan ook toe om de camera thuis te laten – waar hij vaak meteen weer spijt van krijgt. „Afgelopen maandag nog zag ik in de stromende regen een kraai boven op een stoplicht zitten. Fantastisch beeld.” Maar naast hem op de stoel geen camera. „Dan baal ik hoor.”

Balans van gedachten

Op het moment dat hij in zijn auto stapt, begint hij al te kijken. „Staan de wolken goed? Is het licht mooi? In hels weer ben ik op mijn best. Hoe harder het regent, hoe beter.” Het liefst zou hij dan over de snelweg cruisen met beslagen ramen en ruitenwissers die het niet doen. „Bij wijze van spreken dan, hè.” Het levert de mooiste plaatjes op, die nauwelijks fotobewerking nodig hebben. Oppoetsen, daar houdt hij niet van. „Een beetje bewerken is prima. Beetje draaien, kijken, uitsnijden. Zoeken: waar zit die balans van bewegingen, van gedachten? Wanneer wordt het pakkend? Maar het moet wel in de digitale doka blijven. Mijn fotografie moet puur zijn.”

Gegoochel met Photoshop is aan hem niet besteed. „Fotografie is wat de fotograaf doet, niet de computer.” Kom bij hem ook niet aan met iets onbenulligs als een digitaal fotoboek. „Wat heb je daar nou aan?” Van zijn foto’s maakt hij altijd mooie prints. „Dan is het pas echt een foto, het eindproduct. Dan is-ie van het scherm af en kun je ’m beetpakken en er goed naar kijken. Dat is belangrijk, het kijken. Dat je jezelf de tijd gunt om in de foto gezogen te worden, om te voelen wat er aan de hand is.”

Opblaasmannen

Otto Aalbersberg, autodidact, werkt graag in series. In Parijs en op Sicilië en Cyprus, bijvoorbeeld, fotografeerde hij het leven op straat. De serie ‘Opblaasmannen’, schoot hij tijdens een vakantie in Italië, toen hij met zijn vrouw en twee dochters vastgekluisterd zat aan het zwembad. „Dan zie je daar die grote, stoere vaders verveeld rondlopen met van die opblaasbeesten onder hun arm. Allemaal uit liefde voor hun kinderen. Plezier, treurnis, geluk – het zit er allemaal in. Dat maakt het voor mij een mooi verhaal.”

Hij fotografeert vaak en graag in zwart-wit, maar lang niet altijd. Zijn serie ‘Zweefbladeren’, bijvoorbeeld, is een collage van kleuren. „Je kan zien dat het heel veel bladeren van verschillende bomen zijn. Daar doorheen zie je het kroos op het water; dat geeft het diepte, maakt het zwevend, galaxy-achtig. Je kan er een beetje in verdrinken.” Maar uiteindelijk gaat het altijd weer om het gevoel. „Het mooiste zou zijn als de kleuren de kijker een beetje vrolijker maken.”

Iets professioneels

Vooralsnog ziet hij zijn fotografie als mooie hobby, al hoopt hij wel er ooit „iets professioneels” mee te kunnen doen. „Misschien als straatfotograaf in opdracht van gemeentes.” Of misschien, om mee te beginnen, een fotoboek van een van z’n series. Een eerste expositie, begin volgend jaar, zit er al aan te komen, in theehuis de Tuin van de Smid in Leiden. „Mijn ouders wonen daar dichtbij. Mijn vader wordt binnenkort 80 jaar, hij houdt erg van kunst en fotografie. Kan hij daar lekker z’n koffietjes drinken en naar de foto’s kijken.”

Het thema van november is: ‘Nederland en het weer’. Inzenden en stemmen kan tot 29 november 17:00 uur op nrc.nl/fotowedstrijd.