Recensie

Recensie Boeken

Volgens deze Brit kan elk mens een luxe, relaxed leven leiden

Socialisme Twee auteurs onderzoeken mogelijkheden om het socialisme nieuw leven in te blazen. De belangrijkste vraag is hoe technologie daarbij van pas komt.

Foto Getty Images

Een onder linkse schrijvers populair maar ook nogal lui mantra, dat zowel aan cultuurtheoreticus Fredric Jameson als filosoof Slavoj Zizek wordt toegeschreven, luidt dat het nu ‘gemakkelijker is om het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme’. ‘Kapitalistisch realisme’, noemde de Britse blogger en cultuurcriticus Mark Fisher (1968-2017) dat idee in 2008: ons totale onvermogen om nog een coherent alternatief voor te stellen buiten het kapitalisme.

Dat klopt ongetwijfeld voor linkse partijen, die ooit de voorhoede vormden voor maatschappelijke verandering, maar nu aandoen als uitgebluste instituties uit een andere tijd, amper te onderscheiden van de rest, zo saai.

Maar niet voor een groeiende groep jonge, linkse schrijvers die de laatste jaren breekt met oude linkse dogma’s en dromen over, nou ja, nogal suffe dingen als volledige werkgelegenheid. Integendeel: ze eisen zoiets als volledige werkloosheid. Volgens die theorie, soms aangeduid als ‘accelerationisme’, moet technologie niet gevreesd en afgewezen worden, maar juist aangewend om doelen die voorheen utopisch waren te bereiken. Zoals een wereld waarin loonarbeid onnodig is en de machines voor ons werken. Het was de premisse van bijvoorbeeld Inventing the Future: Postcapitalism and a World Without Work (2015), één van de boeiendste politieke boeken van dit decennium, geschreven door Nick Srnicek en Alex Williams.

Miljardairs van vandaag

Nu is er Fully Automated Luxury Communism (‘FALC’), een potsierlijke titel die wel meteen duidelijk maakt waar het de Britse auteur Aaron Bastani (1984) om gaat. Een wereld waarin we ‘meer van de wereld gaan zien dan ooit, dingen gaan eten waar we nog nooit van gehoord hebben, levens gaan leiden gelijk met die van de miljardairs van vandaag.’

Communisme dus, aldus Bastani, hoofdredacteur van de Britse site Novara Media. Volgens hem zitten we middenin de ‘derde disruptie’ – na het cultiveren van landbouwgrond en de industriële revolutie. Kunstmatige intelligentie, 3D-printers, zonne-energie: technologie verstoort volgens Bastani de kapitalistische samenlevingen zoals die de afgelopen tweehonderd jaar zijn ontstaan. Geen heel spannende analyse.

Zijn ideeën over wat met die disruptie te doen zijn dat wel. Bastani ziet in al die technologie de mogelijkheid de mens te bevrijden van stupide werk, van economische ongelijkheid, van de dreigende klimaatcrisis. We leven volgens hem in een ‘post-schaarstesamenleving’. Voor het eerst is er zo’n grote overvloed aan welvaart, informatie, technologische kracht en duurzame energie, dat we de mogelijkheden hebben iedereen een luxe, relaxed leven te bieden. ‘FALC’, schrijft Bastani met enige ambitie, is dan ook de culminatie van de derde disruptie.

Verslaafd op de bank

Uitstekend. Maar ook nogal pompeus. Waar dit soort analyses over een wereld zonder werk vaak in tekort schieten, is precies in het beschrijven van het leven in zo’n wereld. Alleen zeggen dat de ‘bevrijding’ van werk het leven plezieriger maakt is te schamel. Hoe dan? En waarom zouden we, massaal werkloos, niet verder verslaafd raken aan sociale media en aan als amusement en entertainment verpakte apathie? De bevrijding van geestdodend werk is fantastisch, maar heeft pas zin als mensen zich daarna maatschappelijk inzetten, in plaats van hun dagen te vullen door op de bank door hun Facebook-timeline te scrollen.

Het ontbreekt in Bastani’s boek bovendien aan politieke actie: hoe bereiken we ‘FALC’? Door Facebook te onteigenen? Geen idee. Bastani vangt een wereldhistorisch project te vaak in simplismen. Dat maakt het boek meer een leuke gedachteoefening dan het serieuze politieke pamflet dat het uiteindelijk wil zijn.

Toch is wat na het lezen blijft hangen het lef. Bastani bouwt verder aan wat Nick Srnicek en Alex Williams in Inventing the Future het vormen van een nieuwe ‘sociaaltechnologische hegemonie’ noemden: nieuwe, radicale ideeën over hoe met technologie linkse politieke doelen kunnen worden behaald.

Bier en revolutie

Dat maakt het boek ook veel interessanter dan het eveneens recent verschenen The Socialist Manifesto van Bhaskar Sunkara. Hij is hoofdredacteur van het linkse tijdschrift Jacobin, dat studieuze analyses over klassenstrijd combineert met stukken waarvan me nooit helemaal duidelijk is of ze serieus zijn of ironisch – bijvoorbeeld over het belang van bier in de socialistische revolutie.

Sunkara richt zich op de Millennial-socialisten die je nu overal in Amerika ziet. Een generatie te jong om bij ‘socialisme’ te denken aan de Koude Oorlog en Sovjet-repressie, maar oud genoeg om ‘kapitalisme’ te relateren aan crisis, en ‘Amerika’ aan zinloze oorlogen. Sunkara wil ze zowel introduceren in de geschiedenis van de socialistische beweging, als ideeën meegeven voor de moderne beweging waarvan hij één van de voormannen is.

Hij slaagt in geen van beiden. Ik heb moeite te geloven dat jonge socialisten, door politici als Bernie Sanders en Jeremy Corbyn begeistert geraakt, werkelijk enthousiast raken door lange verhandelingen over interne twisten in de Duitse SPD begin vorige eeuw. Of door uitweidingen over de ideologische verschillen binnen het Chinese maoïsme.

Techelite

Ook zijn eigen ideeën overtuigen niet. Sunkara schrijft vooral over strategie, en dan in gemakzuchtige zinnen als ‘socialisten moeten zich inzetten voor arbeidersstrijd’. Ja, dat schreef Marx honderdzeventig jaar geleden al. Vaststellen dat klassenstrijd nodig is, is niet voldoende. Het vasthouden aan oude vormen en gedachten is een gemiste kans: Sunkara lijkt meer bezig met de Europese sociaaldemocratie van de vorige eeuw dan met eigen ideeën.

Dat is jammer, want juist een boek als FALC, hoe incompleet ook, toont aan dat er veel interessantere ideeën op links gevormd worden dan door de klassieke socialistische partijen en bewegingen waarop Sunkara zich baseert. Het dwingt tot nadenken over de rol die technologie speelt in onze samenlevingen. En het biedt een boeiende denkrichting die de komende decennia vast invloedrijker zal worden: hoe technologie gepolitiseerd en bijgestuurd kan worden om niet een superrijke elite van techondernemers verder te verrijken, maar om een gelijkere samenleving voor iedereen te bereiken.