Oranje was toch niet ten dode opgeschreven

Nederlands elftal De ineenstorting van het Nederlands voetbal leek twee jaar geleden met het mislopen van het tweede grote toernooi op rij een feit. Nu staat Oranje op de drempel van EK-kwalificatie.

Van links naar rechts: Marten de Roon, Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Patrick van Aanholt in Zeist, tijdens de voorbereiding op het duel tegen Noord-Ierland.
Van links naar rechts: Marten de Roon, Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt en Patrick van Aanholt in Zeist, tijdens de voorbereiding op het duel tegen Noord-Ierland. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Tussen de ervaren jongens kwam een speler aangelopen die zich had voorgenomen zichzelf te zijn. „Ik doe mijn best op het veld en probeer aardig te zijn”, zei hij bij zijn eerste interview als international. „Dat zullen de anderen het meest waarderen.”

Het was eind maart 2017 en ondanks zijn robuuste torso was het alsof er met Matthijs de Ligt een stagiair bij het Nederlands elftal was beland. Zijn vader had hem naar Hotel Huis ter Duin in Noordwijk gereden. Twee weken eerder had de verdediger van Ajax niet mogen stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Toch vond de bondscoach hem volwassen genoeg om mee te doen in een wedstrijd die, zeker in retroperspectief, ook de stemming in het land zou bepalen. Bulgarije uit, WK-kwalificatie. Met zeventien jaar en 225 dagen ging De Ligt de geschiedenisboeken in als de jongste Oranjedebutant sinds 1931.

Leuk was het niet. De mandekker leidde beide tegendoelpunten in. Oranje verloor met 2-1 en liep zoveel schade op dat het WK nauwelijks nog haalbaar leek te zijn. Bondscoach Blind werd nog datzelfde weekend ontslagen. Hoe had hij het in zijn hoofd gehaald om in zo’n belangrijke pot een broekie van nog geen achttien jaar op te stellen? Achteraf was dat natuurlijk een makkelijk verwijt. „De Ligt te licht”, schreef De Telegraaf.

Verblind door de crisis

Ook bij NRC is dat bewuste weekend in 2017 gedacht dat de pas zeventienjarige De Ligt onderdeel van het probleem was. In werkelijkheid was hij een deel van de oplossing, een vooruitgeschoven pion van een generatie die na de sportieve ellende de ommekeer kwam inluiden.

Toen zagen we dat nog niet. We waren verblind door de crisis waarin het Nederlandse voetbal leek te verkeren.

Het verlies in Sofia was dat jaar een van de meest confronterende symptomen van een lijdend voetballand. Een land dat twee jaar na het EK in Frankrijk ook het WK in Rusland ging missen. Een voetballand in rouw. Dat bleek wel uit de cover van weekblad Voetbal International op donderdag 12 oktober 2017, vlak na de definitieve uitschakeling. Inktzwart was-ie. Met daarop de leeuw van de KNVB en eronder in steeds kleiner wordende letters de kop: „Nederland is een klein voetballand geworden”.

Binnenin volgde een 24 pagina’s tellende grafrede. Er was veel mis. Mentale vaardigheden moesten worden bijgeschaafd. Opleiders moesten hun oren nu echt eens te luister leggen bij Louis van Gaal en andere voetbaliconen. „Oranje is een dolende ploeg zonder groei”, was een van de conclusies.

Het blad stipte ook het naderende afscheid van Arjen Robben en Wesley Sneijder aan, na Rafael van der Vaart en Robin van Persie de laatsten van Hollands Big Four. „Het tijdperk van excellente individuen is voorbij.”

Uiteraard was er in 2017 meer aan de hand. Naast Oranje presteerden ook de topclubs ondermaats. PSV was in de derde voorronde van de Europa League uitgeschakeld door NK Osijek. Ajax, dat een paar maanden eerder de finale van de Europa League had gespeeld, verloor in de play-offs van datzelfde toernooi van Rosenborg BK. Feyenoord stond puntloos onderaan in de Champions League. Gevolg was dat eredivisieclubs gezamenlijk slechts 24 Europese duels speelden, het laagste aantal in twintig jaar. De toon in de pers: somber. Onder analisten: kritisch.

Twee jaar na de veronderstelde ineenstorting staat het Nederlands elftal op de drempel van een groot toernooi, met een elftal waarin een nieuwe generatie topspelers is opgestaan, onder wie Matthijs de Ligt. De ploeg die in juni bijna de Nations League won en in september Duitsland versloeg (2-4), heeft zaterdag in Noord-Ierland aan een punt genoeg om zich te kwalificeren voor het EK 2020.

Nieuw elan

„We hebben de laatste twee jaar spelers gekregen die echt grote meneertjes zijn geworden”, zei bondscoach Ronald Koeman aan het begin van de interlandweek, die dinsdag wordt afgesloten met de thuiswedstrijd tegen Estland.

In die ene zin zat het allemaal. Want inderdaad, in twee jaar tijd hebben een paar zeer begaafde individuen het Nederlandse voetbal nieuw elan gegeven. Spelers die ten tijde van het gemiste EK en WK nog van alles te bewijzen hadden, maar van wie inmiddels wordt verwacht dat ze het Nederlands elftal tijdens komende toernooien bij de hand kunnen nemen: Frenkie de Jong (22), Donny van de Beek (22), Steven Bergwijn (22), Matthijs de Ligt (20), Donyell Malen (20) en Calvin Stengs (20).

Ook de internationals die zijn gebleven, gedijen bij de nieuwe aanwas. Omringd door frisse voetballers kan Georginio Wijnaldum eindelijk laten zien wat hem eerder al een basisplaats bij Champions-League winnaar Liverpool heeft opgeleverd. Van Virgil van Dijk wordt duidelijk waarom hij, voor even, de duurste verdediger ter wereld was. Ryan Babel was zes jaar afwezig bij Oranje en lijkt nu aan zijn tweede jeugd te zijn begonnen. En met zijn geloof in God heeft Memphis Depay ook zijn topvorm hervonden.

Als er nu weer kan worden gejuicht, is het Nederlands elftal twee jaar geleden te snel als verloren beschouwd.

Hoewel de toppers van nu toen al als grote talenten te boek stonden, waren sommige ontwikkelingen nauwelijks te voorzien. Bijvoorbeeld dat Ajax miljoenen euro’s zou uittrekken om ervaren spelers als Dusan Tadic en Daley Blind te halen aan wie jongelingen als De Jong, De Ligt en Van de Beek zich konden optrekken, met de halve finale van de Champions League als hoogtepunt. Dat De Jong vervolgens voor 75 miljoen euro naar FC Barcelona zou gaan; dat De Ligt een megatransfer naar Juventus zou maken; dat Van de Beek in de belangstelling zou komen te staan van Real Madrid. Het blijft onwerkelijk als je bedenkt waar de meeste van deze spelers twee jaar geleden stonden.

Nog een wereld te winnen

Terwijl het Nederlands elftal in het najaar van 2017 nog leunde op spelers als Arjen Robben, Tonny Vilhena, Kevin Strootman en Vincent Janssen, had de nieuwe generatie nog een wereld te winnen.

De Jong heeft op dat moment net een basisplaats bij Ajax, maar beroert de bal onnodig vaak en speelt te veel voor postbode, vinden critici. Hij zou eens een videoband van Kevin De Bruyne moeten kijken, adviseert een dagblad. Zijn marktwaarde bedraagt dan 3,5 miljoen euro, aldus statistiekensite Transfermarkt.

Zijn teamgenoot Donny van de Beek is dan 5,5 miljoen euro waard, het begin van een curve die inmiddels de vijftig miljoen euro heeft aangetikt dankzij een doelpuntenproductie waarmee hij zijn voorganger Davy Klaassen heeft doen vergeten.

Matthijs de Ligt is in 2017 zijn generatiegenoten het verst vooruit. Hij heeft dan al een onomstreden basisplaats bij zowel Ajax als het Nederlands elftal. Hij speelde alle achttien interlands onder Koeman, als enige van de internationals.

Steven Bergwijn is drie jaar eerder tot beste speler van het EK onder 17 verkozen. Ondanks een miljoenenaanbod van Torino besluit hij om bij PSV te blijven, omdat hij nog veel denkt te kunnen leren. Meeverdedigen, bijvoorbeeld.

Donyell Malen is een grote onbekende. Terwijl hij nu geroemd wordt om zijn goals voor PSV en Oranje (de 2-3 tegen Duitsland), kwam hij na twee jaar bij Arsenal te hebben gespeeld, in 2017 terug in Eindhoven. Het moest nog maar blijken of hij in de eredivisie „een fenomeen” zou worden, zoals zijn zaakwaarnemer Mino Raiola hem ooit noemde.

De carrière van Calvin Stengs zou vanaf augustus 2017 ruim een jaar stilstaan door een gescheurde kruisband. Nu hij als buitenspeler weer schittert, heeft hij Koeman overtuigd dat hij klaar is voor het grote Oranje, net als die andere AZ-aanvaller Myron Boadu (18). „Ze kwamen binnen met een lach en dat moeten ze zo houden”, zei Koeman over het duo.

Ze zijn niet de enigen die lachen. Voor een voetballand dat twee jaar geleden ten grave werd gedragen, is er bij Oranje weer verrassend veel plezier.