Opinie

Europa, begrijp nu eens: soft power is echte macht

Europa In Europa zijn regels heilig én worden ze keihard afgedwongen. En in de regels liggen onze normen en waarden besloten. Dat is Europa’s sterkste kaart, schrijft .
Illustratie
Illustratie Jet Peters

Zelden zijn we zo intensief bezig geweest met de macht van de Europese Unie als rechtsstaat als nu. We beseffen meer dan vroeger dát we die macht hebben. En de roep om die macht te gebruiken, wordt steeds luider.

Neem de problemen rond de rechtsstaat in landen als Polen. Een onafhankelijke justitie is een wezenlijk element van elke rechtsstaat. Maar in Polen wordt het steeds moeilijker om de regering te bekritiseren of te corrigeren.

Hoever dat gaat, werd mij duidelijk toen ik afgelopen juni een lezing bijwoonde van Adam Bodnar, de Poolse ombudsman voor burgerrechten. Hij vertelde dat de regering, ondanks politieke druk van Europese landen en de Commissie, rechtbanken vol zet met rechters die loyaal zijn aan de regeringspartij. Rechters kunnen nu ook gestraft worden als de partij het oneens is met vonnissen. Dit ontmoedigt een hele generatie juristen, zei Bodnar. „Iedereen is bang. Mensen denken: laat ik maar voorzichtig zijn. Wat we kwijt zijn, is de garantie op een professionele toekomst.”

Bodnar, in wiens taakomschrijving staat dat hij ‘onafhankelijk’ is, stelt dit soort dingen aan de kaak. De overheid reageert met intimidaties. Het budget van zijn kantoor is gekort. De regering begint de ene rechtszaak na de andere tegen hem. Hij wint vaak. Maar de staat gaat geregeld in beroep – zodat je altijd iets hebt wat je ’s nachts uit je slaap houdt.

Dubbelgevouwen weggevoerd

Deze zomer werd een Pools meisje bruut vermoord. Iedereen was ontzet. Een van de ministers zei dat het jammer was dat de EU de doodstraf had afgeschaft – anders had hij er wel raad mee geweten. Na een poosje vonden ze de verdachte. Op tv zag je hoe agenten hem hardhandig tegen de grond werkten en in de boeien sloegen. Dubbelgevouwen werd hij weggevoerd.

Bodnar tekende protest aan. Volgens het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens hebben arrestanten ook rechten, schreef hij. De man was bij zijn arrestatie ongewapend. Hij bood geen verzet. Deze behandeling was „buitenproportioneel” en „mensonwaardig”.

Cameraploegen posteerden daarna weken voor zijn huis, belden aan, vroegen naar zijn kinderen. De tv maakte programma’s met titels als: Verdedigt Bodnar de moordenaar? De onderminister van Justitie zei over mensenrechtenverdedigers als hij: „Ze maken zich druk om de arme moordenaar en geven niks om de familie van het meisje.”

Lees ook: Dwarsliggers zijn nog niet van Timmermans af

Datgene wat allen bindt

Als de EU intern problemen heeft, verschanst ze zich achter datgene wat allen bindt, of moet binden: de regels. Het Europees verdrag. Artikel 2: lidstaten moeten democratie, de rechtsstaat en mensenrechten respecteren. De Commissie heeft de plicht, als hoedster van het verdrag, om in actie te komen.

Dat is gebeurd. Ze begon een procedure tegen Polen. Het parlement lanceerde er een tegen Hongarije. Roemenië en Bulgarije zijn meermalen gewaarschuwd. Maar tot nog toe haalt dit weinig uit.

En nu? Je kunt er moeilijk het leger op afsturen. Sommigen pleiten voor keiharde sancties. Ontneem recalcitrante landen stemrecht in Brussel, zeggen zij. Kort ze op Europese subsidies. Dat zal ze leren! Noordelijke landen stelden dit in Brussel voor. Maar voor zoiets is unanimiteit nodig. En andere landen zeggen: hoe harder je inbeukt op Polen of Hongarije, hoe groter hun weerstand tegen Europese ‘bemoeizucht’ wordt. Sancties, zei Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, „bemoeilijken de conversatie. Landen zijn net wilde paarden. Straffen is niet de goede manier om ze te temmen.”

Lees ook: Midden-Europa hoopt op meer coulance Brussel

Het succes van de rechters

Maar misschien is er toch een manier. Het is de Europese politiek niet gelukt om landen als Polen en Hongarije te disciplineren – maar Europese rechters hebben meer succes.

Toen de Poolse regering ineens de pensioengerechtigde leeftijd verlaagde en rechters naar huis stuurde – om ‘loyale’ rechters te kunnen benoemen – bereikte Frans Timmermans met eindeloze „dialogen” en „consultaties” niets. Warschau zei dat die pensioenleeftijd een nationale aangelegenheid was. Dat ging hem niks aan.

Toen kwam het Europese Hof van Justitie in beweging. Her en der in Europa, ook in Nederland, weigerden rechters burgers aan Polen uit te leveren. Het Europese uitleveringsbevel, zeiden zij, functioneert alleen als alle rechtbanken in de EU elkaar vertrouwen. Nu wisten de rechters niet of burgers – simpele criminelen, vaak – die ze naar Polen uitwezen, een eerlijk proces zouden krijgen. Dus schortten ze beslissingen op. In heel Europa kwam de uitvoering van het Europese arrestatiebevel dus lam te liggen. Een Ierse rechter legde zo’n case voor aan het Europese Hof.

Dat maakte Warschau nerveus. Bloednerveus. Bedrijven investeren namelijk niet, als de rechtszekerheid in een land in het geding is.

Het Hof in Luxemburg gaf de Ierse rechter gelijk en oordeelde dat „nationale” ingrepen in de rechterlijke macht inderdaad heel Europa aangaan. Het oordeelde óók over die pensioenmaatregel, op basis van een eerder vonnis over Portugese rechters wier salarissen tijdens de eurocrisis waren gekort. Portugal had álle ambtenaren moeten aanpakken, zei het Hof, of geen een. Door alleen rechters eruit te pikken, discrimineerde ook Polen één beroepsgroep. Een gevoelige beroepsgroep, wier onafhankelijkheid cruciaal is. Vorige week sommeerde het Hof Polen om de maatregel terug te draaien, net zoals Portugal de salarisverlaging van rechters moest annuleren.

Voorlopig oordeel

Het interessante is dat Polen dit ook deed. Zes maanden geleden al, toen het voorlopige oordeel werd uitgesproken. Wat politici niet voor elkaar kregen, lukte de rechters in Luxemburg wél.

Sommige Poolse rechters konden niet terug naar hun baan. En dit gaat maar over één Poolse maatregel – er zijn er meer. Maar toch: deze uitspraak is van kardinaal belang. Ze beantwoordde voor het eerst, nadrukkelijk, de vraag hoe ver landen Europese waarden kunnen oprekken of zelfs negeren. En er zijn al nieuwe rechtszaken.

De situatie in Polen en Hongarije zorgt voor een regelrecht ontwaken van Europese instellingen. Die instellingen halen bepalingen uit de kast die nooit eerder zijn gebruikt. Het duurde even: dit was onontgonnen terrein. Maar de Europese rechterlijke macht komt op stoom. Bodnar zei: „Dit kan onze redding zijn.” Sommigen vrezen dat Oost-Europeanen zich nu tegen de betutteling van het Europese Hof gaan keren. Maar Bodnar was daar niet bang voor. De steun voor de EU in Polen groeit. „Jullie geven ons hoop,” zei hij.

De Franse filosoof Edgar Morin zei eens: „Europa, dat is ons skelet. Vlees alleen houdt de zaak niet bij elkaar.”

Lees ook: Wat Boris Johnson echt wil met Brexit

Deal op maat

Je ziet het ook bij de Brexit. Ook die kwestie werpt ons terug op wie we zijn. En wat ons overeind houdt. Ook dan kom je uit bij Europa als rechtsstaat.

Vorig jaar vroeg een Britse parlementariër, nu minister, mij waarom de EU zo inflexibel is en het Verenigd Koninkrijk geen bespoke deal geeft. Waarom zouden jullie een speciale deal krijgen, vroeg ik. 28 landen hebben een club met één markt. Op die markt gelden regels waar alle deelnemers zich aan moeten houden. Eén land vertrekt, omdat het de regels verstikkend vindt. Maar als buitenstaander wil hij toch toegang houden tot delen van die markt, zónder zich aan alle regels te houden. Sommige regels zouden speciaal voor hem moeten worden omgebogen. Begrijp je niet, zei ik, dat als jullie zo’n speciale deal krijgen, alle 27 anderen óók zo’n deal willen? En dat dit het eind is van de EU? Iedereen wil dat wel: de lusten, niet de lasten. Als buitenstaanders zich niet aan de regels hoeven houden en lidstaten wel, rent iedereen naar de exit. Noorwegen en Zwitserland doen ook op onze markt mee. Zij houden zich toch ook aan de regels?

Zijn antwoord: „You can’t do this to us! Wij zijn Noorwegen niet, wij zijn een groot land!” Dan besef je: we redeneren op verschillende golflengtes. De Britten denken in termen van macht. Wij denken in termen van regels. Of je nou groot bent of klein, regels zijn regels. Dat is de aard van het Europese beest.

Luchtverkeersleiding

Natuurlijk hebben allerlei EU-landen gekeken of we de Britten niet tóch tegemoet kunnen komen. Maar hoe meer ze keken, hoe meer ze beseften: alles is Europees geregeld. Veterinaire regels, luchtverkeersleiding, nucleair transport, alles. Het was moeilijk om die deals te sluiten. Jarenlange onderhandelingen. Pijnlijke compromissen. Niemand wil dat overdoen. Beter om die regels te houden, al zijn ze niet perfect – soms zelfs verre – van.

Maar de macht van Europa als rechtsstaat geldt ook steeds meer extern. Europese landen waren vroeger supermachten. Daarna nam Amerika die rol over. Na 1945 was Amerika de enige militaire macht die Europa veiligheid kon bieden. Dat verandert nu. De Amerikanen willen die rol niet meer spelen. Aan de andere kant komt China langszij.

Amerika en China cirkelen om ons heen. Beiden willen de rijkste en grootste zijn, die de meeste spullen verkoopt en data controleert. Zij zien Europa als lekkere kruimel. Wat doen we daarmee? Laten we ons uiteenspelen of houden we ons Europese model overeind? Pascal Lamy, oud-topman van de Wereldhandelsorganisatie, denkt dat we geen keus hebben. Behalve samen optrekken. „Anders moet ik straks tegen mijn kleinkinderen zeggen: sorry, maar we moesten kiezen tussen het Amerikaanse systeem en het Chinese systeem.”

Confrontatie en macht

Europa moet een strategie hebben voor een wereld die steeds meer draait om confrontatie en macht, en minder om consensus en multilateralisme. Maar op welk terrein hebben we echt macht? Militair niet. Het moeilijke debat over de Europese defensie barst nu pas los.

Economisch hebben we wel macht. En meer dan je wel eens denkt.

Anu Bradford, hoogleraar aan Columbia Law School, noemt Europa een „economische supermacht”. Ze begrijpt niet waarom we dat zelf altijd debunken. Soft power is ook power. Europa is een van de grootste markten ter wereld: 500 miljoen burgers. Wereldwijd willen bedrijven producten en diensten in Europa verkopen. Maar dan moeten ze wel aan onze regels voldoen. Die zijn streng. Die bedrijven smeken hun eigen regeringen om onze wetgeving over te nemen. Anders moeten ze aan meerdere regelsystemen voldoen. Daar worden ze knettergek van. In haar artikel The Brussels Effect schrijft Bradford dat je bij McDonald’s in Amerika geen zachte plastic speeltjes voor je kinderen meer krijgt, omdat de EU die heeft verboden. Facebook en Google houden wereldwijd Europese regels voor databescherming aan – ook in landen die minder strikt zijn dan wij.

Je kunt zeggen: dat zijn marktregels. Maar daarin liggen onze normen en waarden besloten. Dat wij genvoedsel afwijzen, cosmeticatests op dieren en kinderarbeid. Dat we het klimaatakkoord van Parijs respecteren. Zo projecteren wij, als grote, goed gereguleerde markt, macht tot ver buiten onze grenzen.

Dit maakt ons dominant in de Brexit-besprekingen. Dit zorgt dat Zwitserland en Noorwegen bijna alle EU-wetgeving kopiëren.

Lees ook: Europa heeft de moed uit 1989 weer nodig

Enige sterke kaart

In een wereld waarin iedereen de ander zijn standaarden en normen wil opleggen, is dit de enige sterke kaart die Europa kan uitspelen. Allemaal omdat regels bij ons heilig zijn en keihard worden afgedwongen. Ook dat is een voorbeeld van de macht van Europa als rechtsstaat.

De Europese eenwording begon als politiek project, als reactie op twee wereldoorlogen. Maar afgelopen decennia zijn we Europa steeds meer als technisch project gaan zien. Met regels, procedures, ambtelijke stroop. Moest dat allemaal? Kon het niet transparanter en goedkoper?

Nu wordt Europa opnieuw politiek. Dat is wat er gebeurt. Onze debatten en dilemma’s gaan over meer fundamentele zaken dan een poos geleden. Over normen en waarden. Defensie. Databescherming. Climate change. We moeten grote politieke keuzes maken.

Otto von Habsburg heeft ooit gezegd: als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je heengaat. Om te bepalen waar we heengaan, moeten we nu eerst naar onszelf kijken. Wat zijn onze sterke kanten? Onze zwaktes? Wat is Europa?

De EU is een heleboel dingen voor een heleboel mensen. En ook een heleboel dingen niet. Maar één ding staat vast: het is een rechtsstaat, waarin wetten niet alleen voor het volk gelden maar ook voor regeerders. Verdomde regeltjes, inderdaad. Als het mooi weer is, maal je daar niet om. Maar als het gaat stormen, is dit waar je kracht uit put. En uiteindelijk overeind kunt blijven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.