Recensie

Recensie Boeken

Een spannend en intrigerend debuut van Sacha Bronwasser

Sacha Bronwasser Wat gebeurde er bij dat etentje, jaren geleden? Sacha Bronwasser werpt veel interessante gedachten op in haar romandebuut.
Foto Getty

Gala Versluis, kunstjournalist, is iemand die het liefst niet bestaat. In een vreemde stad, waar zij niemand kent en niemand haar, waar zij ongedefinieerd is, voelt zij zich op haar gemak. Zodra zij een handeling verricht, bijvoorbeeld iets koopt, is dit voorbij: ‘Je loopt het warenhuis uit met je pas gekochte pincet en je weet dat het veranderd is. Dat er een begin is gemaakt met iets wat lijkt op een inwoner. Het moment daarvoor zo lang mogelijk oprekken, dat zocht ik.’

Deze vrouw, (liefst) zonder eigenschappen, is de hoofdpersoon van Niets is gelogen, het intrigerende romandebuut van Sacha Bronwasser (1968). Bronwasser, voorheen werkzaam als recensent van beeldende kunst voor de Volkskrant, schrijft over kijken en bekeken worden, duiden en geduid worden, over interpretatie. Wie ziet wat, en valt te vertrouwen? Het onderwerp en de vorm vallen samen: Niets is gelogen is een roman als een spiegelpaleis.

Loslaten wordt vastbijten

Hoofdpersoon Gala is een paradoxaal personage. Ze tracht heel precies te reconstrueren wat er ‘vijf jaar en negentien dagen geleden’, op een avond in een restaurant, voorviel. Juist zij, die er zo van beweert te houden als niets vastligt, zoekt zekerheid. Ze worstelt met de eenduidige rol die ze destijds bij het etentje kreeg toebedeeld, en vraagt zich af of haar herinnering wel klopt. Hoe denken de andere aanwezigen van toen erover? Zij bezoekt ze allemaal en hoort ze aan (en uit). En passant verstrekt ze losjes informatie over die anderen: ‘Van Fatima moet je het volgende weten’ staat er dan sturend, of: ‘Die kleine man op de achtergrond, dat is Paul.’ Ze duidt hun karakters, hun gedragingen, onderzoekt hun blik. Haar wens tot loslaten ontaardt in het zich vastbijten.

Los deeltje

Vast staat eigenlijk maar een ding: de aanleiding van deze zoektocht. Er is iemand dood die eerder, zo blijkt gaandeweg, tijdens dat vermaledijde etentje, ook al bijna het hoekje om ging. Zijn naam is Pé Virgiel Derkinderen, een beetje een flauwe naam voor deze gynaecoloog. Derkinderen, een ‘opvallend blokvormig’ en lelijk figuur, was iemand die zichzelf erg serieus nam. Hij definieert zichzelf, in tegenstelling tot Gala, juist graag, bijvoorbeeld als ‘kunstconnaisseur’. Maar voor Gala is het toch moeilijk vat op hem te krijgen. Derkinderen is van het ene op het andere moment dronken dan wel nuchter, vermetel of verlegen, hij verdwijnt, duikt op, trekt aan, stoot af. Of is iedereen zo meerduidig?

Niets is gelogen is spannend door de vragen die Bronwasser opwerpt. Wel blijven haar personages, met name Gala, een beetje bloedeloos. Gala streeft weliswaar naar onthechting, maar voelt daarin een beetje al te veel als een los deeltje. Ze blijft op afstand. Dat je door wilt lezen, komt vooral doordat je er lange tijd niet achter komt wat er nou precies gebeurd is, op die ene avond, en waarom dit zo belangrijk is. Bronwasser stelt de onthulling, die uiteindelijk wel enigszins tegenvalt, geraffineerd uit.

Mooi zijn met name de vele gedachten in het boek, over identiteit, over interpretatie. Is Gala soms een beetje jaloers op de dode, op zijn vrijheid nu hij stil staat? Ze verlangt er zelf naar te slapen, ‘als een steen diep in een rivier’. Met dit boek toont Bronwasser aan dat dat geen keuze is. Leven zul je, en daarmee je verhouden tot de dingen.