Recensie

Recensie Uit eten

Een romantische plek, maar deze zaak valt door de mand

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Novi Zijlstra
Foto Novi Zijlstra

De Belhamel is zo’n romantische plek in Amsterdam waar iedereen met een geliefde naartoe wil. Het is gevestigd in een prachtig pandje met zicht op de verlichte bruggen van de Brouwersgracht en de Herengracht en van binnen één brok sfeer. Art nouveau, intiem barretje, Paris, oh là là en tel daar de klassieke menukaart bij op... kat in het bakkie. De zaak zit er al een paar decennia en mag zich dus een golden oldie noemen. Nou ja, tot vandaag dan, want ook oudjes vallen wel eens door de mand. En dat begint al op de website: ooit had De Belhamel een Bib Gourmand en daar pronken ze nog steeds mee, terwijl ze allang geen vermelding meer hebben. Dat is zoiets als een restaurant met een jubelende recensie van Johannes van Dam op het raam, terwijl de goede man al zes jaar dood is.

We gaan vroeg eten en zijn de eersten; de ontvangst is vriendelijk en we nippen goedgemutst aan een vlierbloesemapéritief (9,-), een mix van roomer (siroop) met prosecco. Binnen een uur zit de hele zaak ramvol. In hoog tempo wisselen de gangen elkaar af; wij eten à la carte en starten met gamba’s en coquille in een pasteibakje met beurre blanc (15,50) en gemarineerde artisjokken met buffelmozzarella, gepofte honingtomaatjes en antiboise (14,50). Er komt eenvoudig brood op tafel, een ieniemienie amuse (zalmrolletje met room) en we drinken Menetou-Salon (9,50) – prima wijn, sauvignon blanc met mooie zuren, wel prijzig.

De coquille is door de keuken overduidelijk niet zelf uit de schelp gehaald (uit een emmertje dus), heeft de goede cuisson en is lekker met de gegrilde gamba’s, maar de beurre blanc is behalve te weinig ook ongeïnspireerd, mist zuren en karakter. De gepofte tomaatjes met buffelmozzarella zijn prima, de kwaliteit van de artisjok is matig, er ligt wat rucola bij – het is te eenvoudig voor een zaak met deze pretenties en prijzen.

Onze hoofdgerechten zijn gebakken gnocchi met porcini, wilde paddenstoelen en gefrituurde schorseneren (24,-) en fazant met rösti van zuurkool, gepofte sjalotjes en mosterdsaus (25,-), allebei herfstige gerechten. Ook nu kunnen we de teleurstelling niet wegdrinken, hoe smakelijk de Spätburgunder (42,-) ook is. De gnocchi lijkt niet zelfgemaakt, is slap, het is een prop meligheid in de mond. De paddenstoelensaus is smaakvol, maar het bord kleurt beige, da’s niet aantrekkelijk. Een beetje beter gaat het bij de buurman, een wildkenner. Meteen haalt ie een loden kogeltje uit zijn mond en merkt op dat de fazant uit Engeland moet komen; in EU-landen mag niet meer met lood geschoten worden. Engelse fazant wordt puur voor de commercie uitgezet en is een stuk minder verfijnd van smaak. Het pootje is mals, maar de borst droog, beide onderdelen moeten anders behandeld worden om tot een goed resultaat te komen. De mosterdsaus is inderdaad mosterdsaus, maar niet bijzonder.

Dan de desserts: petit grand dessert (12,75), crème bruleé, die is in orde, maar ook mierzoete wittechocoladecheesecake en profiteroles... nee, de patissier van de Belhamel was op vakantie. Of er is helemaal geen patissier, prima, maar dan moet je beter inkopen. Ook van de Nederlandse kazen (12,75) worden wij niet wild: eentonig met vooral gele kazen met weinig smaak, zoals Tynjetaler en fenegriek, die van de jongen in de bediening trouwens een andere, onbekende naam krijgt.

Nog voor we klaar zijn komt de bediening de borden weghalen en om acht uur staat de maître handenwrijvend aan tafel: „Zo, jullie tijd zit erop, nog een kop koffie in de bar?” We kijken verstoord op, we wisten niets van dubbele shifts. „Het staat anders wel op de website, hoor. Je krijgt een tijdslot van tweeënhalf uur, als je langer wil moet je dat online aangeven.” „Ja maar”, piepen wij, „we hebben telefonisch gereserveerd.” Zijn ‘oh’ valt met een doffe plof op de vloer en wij vertrekken met een gepeperde rekening in de handtas. Wees gewaarschuwd: romantiek is net als een verliefdheid zéér bedrieglijk.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.