De piraten van Jean Hamlin eindigden aan de galg

Geschiedenis Het waren de eerste zeerovers van een nieuwe, geradicaliseerde generatie, de mannen van kapitein Jean Hamlin. „Alle regels gaan overboord, niemand is meer veilig.”

Kaart van het eilandje Île à Vache, bij Haïti, een populaire pleisterplaats van piraten. Afbeelding uit deel 118 van de reeks, die zaterdag verschijnt.
Kaart van het eilandje Île à Vache, bij Haïti, een populaire pleisterplaats van piraten. Afbeelding uit deel 118 van de reeks, die zaterdag verschijnt.

Aan het vrolijke piratenleventje van de mannen van kapitein Jean Hamlin kwam in 1684 een einde – bungelend aan een touw. Twee jaar lang hadden ze met hun schepen Trompeuse en Resolution de wateren van het Caribisch gebied onveilig gemaakt en daarbij een afschrikwekkende reputatie opgebouwd. Ingrijpen van de Engelse marine maakte een einde aan hun schrikbewind. De schepen werden tot zinken gebracht – volgens sommigen liggen ze op de bodem van de zee met hun schatten nog altijd in het ruim. Hamlin zelf wist te ontsnappen en verdween uit de geschiedenis. Een deel van zijn bemanning was echter minder fortuinlijk: zij werden uiteindelijk gepakt en stonden terecht in de Nederlandse kolonie Suriname en op het Deense eiland St. Thomas. Voor de meesten resulteerde dit in een veroordeling tot de strop.

Het verhaal van deze bijzondere piratenrechtszaken verscheen deze zaterdag in het boek Ten exempel van anderen: De processen tegen opvarenden van de piratenschepen Trompeuse en Resolution in Suriname en op St. Thomas in 1684. Het is deel 118 uit de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging. De vereniging is een gezelschap particulieren dat nu al meer dan een eeuw de wetenschappelijke uitgave verzorgt van reisverslagen uit de Nederlandse maritieme geschiedenis. Ze is daarmee een van de oudste en meest zichtbare historische verenigingen van Nederland.

Het Werk over de mannen van Jean Hamlin is bezorgd en van een inleiding voorzien door de Leidse historici Karwan Fatah-Black en Aart Ruijter. Fatah-Black was de procesverslagen jaren geleden tegengekomen tijdens archiefonderzoek naar de Sociëteit van Suriname, het college dat vanuit Amsterdam de kolonie bestuurde. „Ik heb er toen niks mee gedaan, maar mijn student Aart Ruijter heeft de verslagen getranscribeerd en er een paper over geschreven. Gelukkig was de Linschoten -Vereeniging bereid ze uit te geven, ook al gaat het hier niet om reisverhalen. Ze onthullen een interessant moment in de ontwikkeling van de piraterij in dit gebied.”

Plunderen

Het verhaal van de bemanning van de Trompeuse en de Resolution valt samen met het begin van wat wel het gouden zeeroverstijdperk wordt genoemd, een periode die culmineerde in de jaren 1720 met iconische kapiteins als Edward Teach, Ann Bonny en Jack Rackham. Fatah-Black: „Het overvallen en plunderen van schepen gebeurde tot het optreden van Hamlin nog min of meer met de zegen van een staat, in de vorm van kaapvaart. Alleen de schepen van een vijandelijke natie werden aangevallen. Met de rooftochten van de Trompeuse en de Resolution begint eigenlijk de fase van de pure zeeroverij: alle regels gaan overboord, niemand is meer veilig.”

Ze keerden zich helemaal af van de samenleving

Karwan Fatah-Black historicus

Fatah-Black noemt dit de „radicalisering van de plundering op zee”. Hiervoor konden zeerovers nog terugkeren naar de maatschappij, maar vanaf nu waren ze opgejaagd wild. „Ze keerden zich helemaal af van de samenleving.”

Hamlin verdween dus nadat zijn schepen vernietigd waren, maar de zaken tegen zijn bemanning geven een goed beeld van het functioneren van de piratengemeenschap, zegt Fatah-Black. „Je ziet de trajecten waarlangs mensen in de piraterij terechtkwamen en wat er aan boord gebeurde. Ook interessant is hoe de piraten met informatie omgingen: waar dachten ze dat de beste buit te halen viel? Veel van de discussies aan boord gingen hierover.”

Bladzijde uit het verslag van het proces tegen piraat Francis Jarvis. Beeld uit deel 118.

De rechtbankverslagen maken ook duidelijk wat er gebeurde met de opvarenden van de schepen die in handen vielen van Hamlin en zijn kameraden. Fatah-Black: „De mannen die bij het gevecht niet gedood waren, bleven meestal aan boord van het mindere schip. De piraten reisden verder op het grootste, beste schip dat de confrontatie had doorstaan. Sommige tegenstanders kozen ervoor zich aan te sluiten bij de piraten.”

Voor de vrouwen aan boord liep een treffen bijna altijd slecht af: die werden verkracht. „Dat is geen leuk piratenverhaal”, benadrukt Fatah-Black. „De romantiek rondom de piraterij ontstond al in de achttiende eeuw, maar de praktijk was meestal weinig romantisch.”

De piraten die het initiatief hadden genomen tot de rooftochten, werden door de Nederlandse en Deense rechter ter dood veroordeeld. „Wie kon bewijzen dat hij onder dwang had gehandeld of niet had gedeeld in de buit, kwam er met dwangarbeid van af. Die laatste groep was in de minderheid: het merendeel eindigde aan de galg.”

Wreed einde

De Nederlandse processen kenmerkten zich door een echte, forensische ondervraging, zegt Fatah-Black. „Daar hebben we de meeste informatie uit. De Deense gouverneur, die trouwens ook in het Nederlands verslag deed, was er vooral op gebrand om te laten zien dat hij hard optrad tegen piraten. Van hem werd namelijk gefluisterd dat hij de zeerovers zou hebben gesteund. Die indruk wilde hij kost wat kost wegnemen.”

Gouverneur Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck voerde een harde strijd tegen de piraten van Jean Hamlin, beeld uit deel 118.

Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de Nederlandse gouverneur van Suriname, profileerde zich als man van law and order. Daarbij kon zijn Deense collega niet achterblijven, zegt Fatah-Black. „Deze processtukken maken duidelijk hoe de strijd tegen de piraterij onderdeel van was van het spel tussen de koloniale machten in dit gebied. Mijn Engelse collega’s kennen het verhaal van Hamlin alleen van de jacht die de Engelse marine op hem geopend had. Ze wisten niet hoe het verhaal afliep. Met dit boek vullen we dat gat in onze kennis over deze periode.”

Het wrede einde van de mannen van Jean Hamlin voldeed niet als waarschuwing, want de piraterij nam in de decennia na 1684 een hoge vlucht. „Vooral na de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) waren er een heleboel mannen die afzwaaiden uit leger en marine en op zoek moesten naar een nieuw bestaan”, zegt Fatah-Black. „Velen kozen voor de zeeroverij.”

Of kapitein Hamlin later ook nog een kans waagde op de woelige baren, is dus onbekend. Fatah-Black: „Misschien had hij een boerderijtje gekocht van zijn buit, misschien is hij vergaan. Misschien vaart hij nog altijd rond. Wie zal het zeggen?”