Als je zekerheid moet vinden met twee onzekere inkomens

Zelfstandigheid Een zzp’er is op zichzelf aangewezen bij arbeidsongeschiktheid, ziekte en economisch mindere tijden. Met een partner die óók zzp’er is, groeit het risico. Hoe houd je grip op je financiën?

Reserves voor ziekte en pensioen bouwen Pieter-Bas en Aranka Mulder zelf op – een mix van spaargeld, beleggingen en vastgoed.
Reserves voor ziekte en pensioen bouwen Pieter-Bas en Aranka Mulder zelf op – een mix van spaargeld, beleggingen en vastgoed. Foto Merlin Daleman

Een partner met een comfortabel vast salaris, dat zit er voor de meeste eenpitters niet in, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) maken nu 12 procent van de werkzame beroepsbevolking uit, en slechts één op de drie heeft een partner in loondienst. Eén op de vijf heeft een partner die ook zzp’er is.

Dat is spannend, met fluctuerende inkomsten die vaak op onvoorspelbare momenten binnenkomen. Vooral als de verdiensten niet overhouden. Het doorsnee inkomen van de zzp’er bedroeg in 2017 niet meer dan 28.000 euro, terwijl werknemers ruim 35.000 verdienden, aldus de meest recente CBS-cijfers. Het gaat hierbij om het middelste inkomen van de gemeten groep – de helft verdient minder en de andere helft meer.

Maar zelfs als het geld wel binnenstroomt, kunnen de risico’s groot zijn. Niet genoeg geld opzijzetten voor minder glorieuze tijden is zo’n valkuil. En dat is zéker zo als je allebei zelfstandig bent, en dus geen van tweeën geld van de werkgever krijgt bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Buffer

Volgens een enquête van ZZP Barometer heeft ruim 70 procent van de zzp’ers een buffer opgebouwd waarmee ze het drie maanden of langer kunnen uitzingen. Dat is mooi voor slappe tijden, maar tegen langdurige arbeidsongeschiktheid valt nauwelijks op te sparen. Stel dat je in zo’n periode genoeg zou hebben aan het minimumloon, dan heb je om tien jaar te dekken een spaarbedrag van twee ton nodig.

De enige effectieve manier om jezelf als zzp’er tegen arbeidsongeschiktheid te beschermen, is daarom een verzekering (aov) afsluiten. Maar op dit moment betaalt nog maar 19 procent van de zzp’ers daar premie voor. Ruim 40 procent heeft geen enkele voorziening getroffen voor arbeidsongeschiktheid.

Van die groep zonder aov gaat één op de vijf ervan uit te kunnen terugvallen op het inkomen van hun partner. Maar is dat een mede-zzp’er, dan is dat natuurlijk extra riskant. Begrijpelijk is het overigens wel, want zo’n verzekering is duur. Heb je een modaal inkomen en een gemiddelde leeftijd, dan betaal je voor een aov al gauw zo’n 432 euro per maand met een zwaar beroep, en 185 euro met een veilig beroep.

Karige boel

Over een paar jaar hoef je er waarschijnlijk niet meer over te dubben of je een dure arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) afsluit of niet. Volgens het pensioenakkoord dat minster Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) in juni presenteerde, wordt die voor alle zzp’ers verplicht.

En dan is er nog het pensioen. Van alles wat je in een jaar boven de 13.000 euro verdient, zou je als zzp’er idealiter 20 à 25 procent opzij moeten leggen, vindt Marcel Warnaar van budgetinstituut Nibud. In de praktijk zullen maar weinig zzp’ers dat halen. Vier op de vijf heeft wel iets geregeld, aldus het CBS, maar dat kan ook een pensioentje bij de oude werkgever zijn. Een op de vijf bouwt helemaal niets op.

Als je dan ook nog een partner hebt die aangewezen is op een beetje opgebouwd pensioen bij eerdere werkgevers, plus de AOW, dan wordt het een karige boel op latere leeftijd. Van de zzp’ers die niets opbouwen, geeft 20 procent als reden dat het pensioen nog ver weg is. Zo kun je het natuurlijk ook zien. Drie stellen over hoe zij grip houden op hun financiën.

Pieter-Bas Mulder (42) en Aranka Mulder (39)

Foto Merlin Daleman

Pieter-Bas Mulder is sinds 2014 interim-consultant bij financiële instellingen. Aranka Mulder (39) is sinds twee jaar interim-marketingmanager. Ze hebben een dochter (6) en een zoon (5). Hun gezamenlijk uitgekeerd inkomen is ongeveer vier keer modaal.

De hele zomer is ze vrij geweest. En dat is nou precies waarom Aranka Mulder twee jaar geleden besloot haar vaste baan bij kinderwagenmerk Bugaboo op te zeggen. „Ik ben een sprinter. Tijdens een opdracht geef ik alles, maar daarna heb ik tijd nodig om op te laden.”

Ze is net terug van een weekje Ibiza met een vriendin. Zes maanden per jaar hard werken en zes maanden thuis, dat leek haar altijd ideaal. Als interim-marketingmanager kan ze zich dat nu veroorloven. Tijdens de werkperiode legt ze geld opzij, bovendien komen er elke maand huurinkomsten binnen van enkele appartementen in Amsterdam en Utrecht, die ze deels met een erfenis heeft gefinancierd. Dat zorgt voor een basis.

Haar man Pieter-Bas is interimmer in de financiële sector en heeft klussen die soms wel anderhalf jaar lopen. „Zo’n opdracht wordt elke keer voor drie maanden verlengd, soms hoor ik pas twee weken van tevoren of dat doorgaat. Meer zekerheid heb ik niet.” Toch heeft hij het altijd zo weten te regelen dat hij aansluitend door kon met nieuw werk.

Ze maakten zich daarom geen zorgen over de financiën toen Aranka voor zichzelf begon. „Ik dacht: ik probeer het gewoon en anders kan ik altijd weer in vaste dienst”, zegt zij.

Wél lastig bleek het om een hypotheek rond te krijgen nadat Pieter-Bas een jaar aan het interimmen was. Ze wilden verhuizen van hun Amsterdamse appartement naar een gezinshuis in Naarden. Aranka had op dat moment nog een vaste baan, maar haar salaris was niet genoeg voor de hypotheek. Wilden ze het inkomen van Pieter-Bas meerekenen, dan moest hij drie jaaromzetten kunnen laten zien. „Wat een rompslomp”, zegt Aranka daarover. „Het is dat we een goede financieel adviseur hadden, anders was het echt niet gelukt”, zegt Pieter-Bas. Reserves voor ziekte en pensioen bouwen ze zelf op – een mix van spaargeld, beleggingen en vastgoed.

Al heeft ze haar zes maanden werk voor dit jaar er al op zitten, Aranka is toch weer op zoek naar een nieuwe klus. „Thuis zitten vind ik toch minder relaxed dan ik had gedacht. Ik wil mijn hersens aan het werk zetten.”

Anneke Jepma (44) en Teun van Buul (45)

Foto Merlin Daleman

Anneke Jepma is tuinarchitect en heeft sinds 2015 een eigen ontwerpbureau. Teun van Buul (45) is ontwerper buitenruimten en werkt sinds één jaar als zelfstandige, samen met Jepma. Ze hebben twee zoons (13 en 10) en keren zichzelf een gezamenlijk inkomen van ongeveer twee keer modaal uit.

„Wij zijn best voorzichtig”, zegt Teun van Buul, die ongeveer een jaar geleden stopte met zijn vaste baan als ontwerper. „Stel dat we niet goed in het werk zitten, dan kunnen we dat in ieder geval een half jaar, misschien wel een jaar uitzingen. We hebben ook allebei een arbeidsongeschiktheidsverzekering, die na dertig dagen ziekte uitkeert, tot aan de pensioenleeftijd. Dat kost ons samen ruim 400 euro per maand.”

Van Buul werkt nu samen met zijn vrouw Anneke Jepma, bij het ontwerpbureau dat zij in 2015 heeft opgezet. Voordat hij de knoop doorhakte, hebben ze het over de financiën gehad. Daar kwamen ze niet zo ver mee, vertelt Anneke. „Wat als dit gebeurt, wat als dat gebeurt? We zagen niet meteen de oplossing voor al die scenario’s. Soms moet je niet te veel nadenken, maar gewoon doen. Risico’s nemen hoort ook bij ondernemen.” De eerste tijd konden ze niet meteen twee volledige salarissen uit haar zaak halen, haar buffer ving dat op.

Aan het einde van de maand maken ze ieder een vast bedrag over naar de gezamenlijke rekening. Wat resteert, gaat naar de spaarrekening. „Daar zijn we heel strikt in”, zegt Teun. „Anders is het gevaar groot dat je alles opmaakt. We willen een reserve hebben voor mindere tijden.”

De driemaandelijkse btw-opgave grijpen ze aan om samen naar de cijfers te kijken. „We hebben geluk, het loopt nu lekker. Maar als het even iets minder gaat, liggen we daar echt niet wakker van. Als we voor het geld gingen, hadden we wel ander werk gekozen. We willen gewoon mooie dingen maken.”

Ze werken allebei meer dan fulltime, maar nemen ook de vrijheid om tijdens kantooruren andere dingen te doen. Zoals ’s middags samen een stuk fietsen.

Met hun pensioen zijn ze nog niet bezig. Misschien werken ze wel gewoon door, zegt Anneke. „Ik zie mezelf wel tot mijn tachtigste achter de tekentafel staan.”

Kevin Maes (40) en Chantal van Gent (34)

Foto Merlin Daleman

Kevin Maes (40) is sinds 2014 freelance marketeer in de reisbranche en hij geeft lezingen over een groener leven. Chantal van Gent (34) is sinds vier maanden zelfstandig opruimcoach. Hun gezamenlijk uitgekeerd inkomen is minder dan één keer modaal.

„Wij merken dat je niet veel nodig hebt – geen groot huis, geen dure auto. We wonen in een appartement in Hilversum en leven heel duurzaam. Geen onzinapparaten, geen tv en een tweedehands bank van twintig euro”, vertelt Kevin Maes.

Toen zijn vriendin Chantal van Gent onlangs haar baan bij een reisorganisatie opzegde en begon als zelfstandig opruimcoach, maakte hij zich dan ook geen zorgen over de financiën. „De kunst is om de uitgaven beperkt te houden. Financiële zekerheid is toch een illusie, kijk maar naar al die medewerkers van reisorganisatie Thomas Cook die nu zonder baan zitten.”

Ze werken drie à vier dagen per week. „Als je ervoor kiest uit de ratrace te stappen, geeft dat zo’n rust”, vindt Chantal. „Economisch gezien is dit natuurlijk ook een goede periode. Als je wilt werken, dan kan dat.”

Maar wat als het moeilijk wordt, als de economie terugvalt of als één van de twee voor langere tijd uitgeschakeld raakt? Kevin: „Dan besparen we, daar zijn we in getraind. We hebben trouwens ook wat geld achter de hand, al zou ik niet weten hoe lang we daarmee toe kunnen.”

Voor een pensioen sparen heeft voor hen geen prioriteit. Kevin: „We leven nu. Stel dat je met pensioen gaat en je krijgt binnen een week een hartstilstand. Dan heb je voor niets zo hard gespaard.” Chantal heeft dat vaak gezien in de reiswereld. „Ik heb meerdere keren meegemaakt dat mensen heel hard hadden gewerkt, net waren gestopt en tijdens een reis een infarct kregen. Dat heb je toch niet onder controle.”

Hun eerste kind is op komst, tijdens het verlof krijgt Chantal een zwangerschapsuitkering van het UWV – zestien weken minimumloon. Verandert er daarna iets aan hun levensstijl? Nee, zegt Chantal. „We willen ons kind de zekerheid geven van warmte en tijd, dat is voor ons luxe.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.