Als enige in de vier grote steden is de Haagse Piet nog zwart

Intocht Sinterklaas Den Haag is het epicentrum van de strijd om Zwarte Piet. Waarom is de discussie juist daar zo hevig dit jaar?

Sinterklaasfeest op de Frederik Hendriklaan in Den Haag, in 2018.
Sinterklaasfeest op de Frederik Hendriklaan in Den Haag, in 2018. Foto Laurens van Putten/Hollandse Hoogte

De strijd om Zwarte Piet begon in Den Haag al vorig jaar december, drie weken ná het vertrek van Sinterklaas. Op de vuurstapel op Scheveningen, die een paar dagen later voor een enorme vonkenregen zou zorgen, hing een grote vlag: „Zwarte Piet. In 2019 ben je in de haven ‘gewoon’ welkom.”

Deze zaterdag komt Sinterklaas in die haven aan, met roetveegpieten en zwarte pieten. Zijn tocht naar het Binnenhof wordt beveiligd, een theaterschool heeft om veiligheidsredenen de kinderpieten teruggetrokken, sponsoren zijn afgehaakt omdat ze het gevoel hadden geïntimideerd te worden, en de organisator heeft doodsbedreigingen gekregen.

Vijf Hagenaars, onder wie een 13-jarige jongen, werden opgepakt voor openlijke geweldpleging en poging tot brandstichting nadat ze vorige week een bijeenkomst van anti-Zwarte Piet-organisaties aanvielen. Eén Hagenaar werd aangehouden omdat hij op Facebook dreigde zichzelf op te blazen. Daarmee is Den Haag dit jaar het epicentrum van de verbeten strijd om Zwarte Piet.

Lees ook over de aanval van vorige week vrijdag: Vrees voor radicalisering pro-Pieten

Dat is niet opmerkelijk. Als enige in de vier grote steden is de Haagse Piet nog zwart. Op de boot vorig jaar varieerde zijn kleur van lichtbruin tot pikzwart, de meest zichtbare roetveegpiet was de piet die de staf van de Sint droeg. Toen al demonstreerden Kick Out Zwarte Piet en andere organisaties tegen wat zij een racistische karikatuur noemen. Toen al probeerde de harde kern van voetbalclub ADO de anti-Zwarte Pieters weg te jagen.

Den Haag is „een andere stad dan Amsterdam”, zegt Peter Boelhouwer, organisator van de intocht. „Daar hebben ze een rigoureuze keuze gemaakt voor roetveegpieten.” In Den Haag is van de „figuranten”, zoals Boelhouwer de 400 vrijwilligers in de intocht liever noemt, „de een zwart, de ander licht”. En sommigen zijn Piet, maar vorig jaar liepen bijvoorbeeld ook Elsa en Anna uit de populaire Disney-film Frozen mee.

Van vader op zoon

Boelhouwer is al twintig jaar betrokken bij de Haagse intocht. Sinterklaas is sinds 1983 dezelfde, oud-politieman Ruub Petow. En één van de pieten, vertelt Boelhouwer, is 85 en loopt al 74 jaar mee. „Het gaat hier van vader op zoon”, zegt hij. Dat zijn ook tradities, en die „moet je de tijd geven om te veranderen. Nu hebben sommigen het gevoel dat hun iets wordt ontnomen.”

Dat was het sentiment vorige week woensdag bij de Scheveningse haven, waar zo’n honderd pro-Zwarte Pieters demonstreerden. Henk Bres, bekende Hagenees en PVV-fractiemedewerker, reed er rond in zijn scootmobiel. Hannie Descendre was er, het gele hesje dat in mei al bellend het Torentje binnenliep. Er hing een vlag van Midden-Noord, het vak met de meest fanatieke ADO-aanhang. Er liepen vreugdevuurbouwers rond.

Ab en Jaap uit Duindorp waren er in vol zwartepiettenue, met zwart geschminkte gezichten. Hun achternamen wilden ze niet geven. Tijdens de intocht zijn zij de sleepdienst voor de stoomboot. „Ik doe al zestien jaar mee”, zei Ab. Jaap zei: „Er wordt ons steeds meer afgepakt.” Achter hen hing een spandoek: „Vreugdevuur. Kerst. Pasen. Zwarte Piet… Aan onze tradities zit je niet.”

Zo denkt niet héél Den Haag. De intocht – de langste van heel Nederland – zal deze zaterdag ook door wijken gaan waar de bewoners Zwarte Piet graag minder zwart zien. Zoals het welgestelde Statenkwartier, waar veel hoogopgeleide expats wonen die bij internationale instellingen als het Strafhof werken, of het Zeeheldenkwartier, de bakfietswijk van de hofstad. De intocht gaat niet door de multiculturele wijken als de Schilderswijk of Transvaal; die liggen niet op de route van haven naar binnenstad. Het is een intocht over zand, zullen Hagenaars zien. Al maakt de Sint wel een slinger door Fahrenheitstraat in de wijk ReVA, die deels op veen ligt.

Zand (rijk) en veen (arm) zijn de bekende geografische lijnen die de stad al eeuwen verdelen. Die oude sociaal-economische metafoor is achterhaald. Er zijn tegenstellingen bijgekomen: de randen van de stad zijn behoudender dan het progressieve centrum, zowel in sociaal-cultureel als in politiek opzicht, en bepaalde wijken bestaan grotendeels uit inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond. Ook die verdeeldheid, die bijna nergens in Nederland zo pregnant is, verklaart de hevigheid van het Haagse Zwarte Piet-debat.

„Er is nauwelijks interactie”, zegt stedenbouwkundige Kris Oosting. „Ik woon in Duinoord, een kilometer verder ligt de Schilderswijk; een compleet andere wereld. Zuidwest is weer ver van de binnenstad. Als je geen reden hebt, kom je er niet.” De stad is, zegt hij „een verzameling wereldjes” met „ecosystemen waarin meningen worden versterkt”.

Den Haag is bovendien behoudender dan Amsterdam, is zijn indruk. Al waagt hij zich niet aan een verklaring. Hij signaleert wel dat het verzet tegen Zwarte Piet in wijken met hoogopgeleide Hagenaars minder breed gedragen lijkt dan in de hoofdstad.

Socioloog Shervin Nekuee, die eveneens in Den Haag woont, ziet iets anders: „In het Haagse dna zit opstand: af en toe komt het volkse deel in verzet tegen de elite. Die wordt nu geassocieerd met ‘etnolovers’.” Hij zegt: „In Den Haag blijft het lang stil en dan ontploft het.” Waar volgens hem ten tijde van Pim Fortuyn Rotterdam stond voor de rest van het land, is dat in deze discussie Den Haag.

Het anti-Zwarte Piet-verzet komt, net als in andere steden, van „een mondige tweede en derde generatie middenklassers die iets terugzegt”, zegt Nekuee. „Maar hier valt het samen met segregatie. Het wij-zij-gevoel is hier heel sterk”. Hij noemt de verdeeldheid „extremer” dan in Rotterdam, waar hij werkt. „Onderling is er in wijken gemeenschapszin. Maar er is niet één plein waar Den Haag samenkomt. Er zijn bepaalde wijken waar de Hollandse Hagenees nooit komt.”

Lees ook: Zwarte pieten willen niet meer

Hij noemt de Zwarte Piet-discussie in Den Haag „een symptoom” en wijst op allerlei kwesties die in de stad spelen, zoals de ernstige discriminatie op politiebureau Hoefkade in de Schilderswijk, waar agenten zich „Marokkanenverdelgers” noemden, of de Surinaamse vrouw in Duindorp bij wie er ruiten werden ingegooid. Het stadsbestuur onderzoekt of er in die wijk sprake is van structurele discriminatie.

Nekuee verbaast zich erover dat stadsbestuurders de segregatie als vanzelfsprekend beschouwen. „Den Haag mist leiderschap dat de stad kan verbinden.”

Verdeelde politiek

Maar de bestuurders zijn ook verdeeld, helemaal bij een thema als Zwarte Piet. Dat was bij een raadsdebat over de intocht woensdag, en al eerder over de kleur van de pieten, merkbaar. De Haagse Stadspartij, GroenLinks en Nida zijn de pleitbezorgers van het afschaffen van Zwarte Piet. Arjen Dubbelaar van Groep de Mos /Hart voor Den Haag, de grootste partij in de gemeenteraad, eindigde zijn betoog woensdag met: „Voorts ben ik van mening dat Zwarte Piet zwart moet blijven.”

Ondernemer John van Zweden, een van de sponsors van Groep de Mos en van de intocht, pleitte de afgelopen dagen op tv ook voor Zwarte Piet. Hij tweette vorige week het – nog toen onbekende – adres van de bijeenkomst van Kick Out Zwarte Piet (KOZP), die vervolgens werd verstoord, waarbij de actievoerders werden aangevallen.

Lees ook de column van Carolina Trujillo over de tweet die ervoor zorgde dat de bijeenkomst van Kick Out Zwarte Piet werd verstoord: Een club verpesten doe je zo

Fractiemedewerker van de Haagse Stadspartij Mariam El Maslouhi is betrokken bij KOZP en tweette een week eerder – ten onrechte – dat op Scheveningen pro-Zwarte Piet-demonstranten de Hitlergroet hadden gedaan. „Vinden we dit niet bedreigend? Een groet [die] symbool staat voor genocide? Black facing en nazigroet, Nederlandse traditie op één plaatje. Well done Den Haag.”

Daniëlle Koster van het CDA zei woensdag dat de politiek „zich lekker had ingegraven”. De gemeenteraad heeft wel een PvdA-motie aangenomen waarin zij het stadsbestuur oproept „met een concreet plan te komen voor de intocht van 2020 die in lijn is met het Sinterklaasjournaal”.

De vraag is of burgemeester en wethouders de kleur van Zwarte Piet kunnen afdwingen. Wethouder Bert van Alphen (Emancipatie, GroenLinks) verwijst naar een advies van de Raad van State: gemeenten moeten zorgen voor de openbare orde en veiligheid en dienen zich niet te bemoeien met de inhoud van evenementen. Die valt onder vrijheid van meningsuiting.