Zonder kunstsneeuw is skiën bijna onmogelijk geworden

Duurzaamheid Door klimaatverandering zijn skipistes niet langer zeker van sneeuw. Maar kunstsneeuw heeft grote gevolgen voor het milieu.

Een piste in Mittersill bij het Oostenrijkse Kitzbühel, in oktober van dit jaar gemaakt met sneeuw van vorig jaar.
Een piste in Mittersill bij het Oostenrijkse Kitzbühel, in oktober van dit jaar gemaakt met sneeuw van vorig jaar. Foto Andreas Gebert/Reuters

De kou bekruipt je kleding, het bloed trekt langzaam weg uit je ledematen. Met een beetje fantasie waan je je op de wedstrijdpiste van SnowWorld in een skigebied. Alweer zestien jaar geleden werd deze kunstmatige piste in Landgraaf aangelegd. Een impuls voor de toekomst van het skiën in Nederland, de plek waar je als jong talent de eerste meters maakt.

In een restaurant met uitzicht op die kunstmatige piste zit Falco Teitsma (36), bondscoach paraskiën. Zijn sporters hebben zojuist de Europacup geskied, de enige thuiswedstrijd van het seizoen. De coach is tevreden, de resultaten waren naar behoren.

Op de piste in Zuid-Limburg wordt altijd op kunstsneeuw geskied, in grote delen van de wereld geldt dat tegenwoordig ook voor pistes in de bergen. Volgens Teitsma ligt tegenwoordig op bijna elke natuurlijke piste kunstsneeuw. „De wedstrijden die puur op natuurlijke sneeuw worden geskied, zijn op één hand te tellen.” Dat heeft gevolgen voor de manier waarop wordt geskied, maar nog meer impact op het milieu.

De eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen werd in oktober gehouden in het Oostenrijkse Sölden, op ruim 3.000 meter hoogte. De beste Nederlandse alpineskiër, Maarten Meiners (27), was erbij, maar werd na de eerste ronde uitgeschakeld. Aan de sneeuw had het niet gelegen, „die was goed”.

Hoewel de temperatuur in Sölden een paar graden boven nul lag, de zon scheen en het die maand slechts drie dagen had gesneeuwd, was de piste wit. De sneeuwkanonnen hadden overuren gedraaid. Dat maakt de sport eerlijker, zegt Meiners. „Door kunstsneeuw zijn de pistes beter geprepareerd en skiet iedereen min of meer onder gelijke omstandigheden. Het komt de sport ten goede.”

Twee miljard liter water

Ruim driekwart van het skigebied in Sölden wordt bedekt met kunstsneeuw. Per jaar kost dat twee miljard liter water, waarmee de drieduizend inwoners van het Oostenrijkse skidorp ook ruim 8.500 keer zouden kunnen douchen. Een probleem, want hoe komt er zoveel water op een paar duizend meter hoogte?

Sneeuwkanonnen draaien op volle toeren op een piste bij El Colorado, in het Chileense deel van het Andes Gebergte. Foto Martin Bernetti/AFP

De Duitse Carmen de Jong, hoogleraar hydrologie aan de Universiteit van Straatsburg, doet onderzoek naar het toenemende gebruik van kunstsneeuw. Ze maakt zich „ernstig zorgen” om de productie van kunstsneeuw. „Er worden enorme bassins aangelegd waar dat water vandaan moet komen. Maar bergen zijn kwetsbaar. Als je zo’n bassin aanlegt, kan dat zelfs leiden tot aardverschuivingen.”

Daarnaast moeten die bassins nog worden gevuld met water. „Op de bergen wordt het klimaat steeds droger, dus moet water worden afgetapt van rivieren in de lager gelegen valleien.” Volgens de onderzoeker heeft dat twee nadelen: dorpen onderaan de bergen hebben steeds minder drinkwater, en er vindt meer erosie plaats, waardoor de kans op aardverschuivingen ook toeneemt.

En dan is er nog het energieverbruik van de sneeuwkanonnen. In de Alpen wordt volgens De Jong een gebied van meer dan 70.000 hectare bedekt met kunstsneeuw, gelijk aan ongeveer 140.000 voetbalvelden. „Om alle sneeuwkanonnen draaiende te houden is 2.100 GWh elektriciteit per jaar nodig, genoeg om 500.000 vierpersoonshuishoudens een jaar van stroom te voorzien.”

Afgelast

Soms valt er zo weinig sneeuw dat wedstrijden niet door kunnen gaan. Bijvoorbeeld in het Finse skioord Levi, waar in 2011 en 2015 World Cup wedstrijden moesten worden afgelast. Zet de sneeuwkanonnen aan, zou je zeggen. Maar dat kan alleen bij temperaturen net onder het vriespunt.

Daar had het Amerikaanse bedrijf Snomax een oplossing voor. Door het toevoegen van een bacterie aan de sneeuwmachines kan ook op het vriespunt nog sneeuw worden gemaakt. Het middel is omstreden omdat de bacterie mensen ziek zou kunnen maken en het biologisch evenwicht kan worden verstoord. Daarom werd Snomax in Duitsland en Oostenrijk verboden, in andere Alpenlanden wordt het nog wel gebruikt.

Plaatsen die aan het begin van het wintersportseizoen nog te warm zijn om de sneeuwmachines aan te zetten, hebben een alternatief: bewaren. Door sneeuw aan het einde van een skiseizoen bij elkaar te vegen en op te slaan, kan het onder isolatiemateriaal de zomer weerstaan. Als de temperatuur net boven het vriespunt ligt, wordt de sneeuw over een piste verspreid en kunnen de eerste wedstrijden worden gehouden.

Toeristen lokken

Elk skigebied wil als eerste open zijn, Sölden is het al jaren. „Want wie het eerst komt, verdient het meest”, zegt De Jong. „Het draait om prestige. Ongeveer een kwart van Oostenrijk is werkzaam in de toeristenindustrie, waarvan de meesten in wintersportgebieden. Het economisch belang is daarmee groot.”

Slecht voor het milieu of niet, alpineskiër Meiners ziet vooral de positieve kant van het gebruik van kunstsneeuw. „Zo kunnen we onze sport blijven beoefenen.”

Een piste van kunstsneeuw wordt aangelegd in het Zwitserse Lenzerheide. Foto Gian Ehrenzeller/AP

Volgens hem zijn wedstrijdskiërs niet bezig met de impact op het milieu. „Lewis Hamilton heeft het over vegan eten en vliegt de wereld rond om zijn races te doen. Dat is bij ons ook het geval. We genieten van de bergen, dat is een van de redenen dat ik ski, maar wij vliegen ook de wereld over om de sneeuw achterna te gaan.”

Andere techniek op kunstsneeuw

Ook al is het niet echt. Niet alleen de sneeuw verandert van vorm, maar daarmee ook de sport. Kunstsneeuw dwingt de skiërs tot andere technieken, zegt Meiners. „Je kunt het vergelijken met het verschil tussen kunstgras en natuurgras in voetbal. Kunstsneeuw is droger, waardoor je ski’s heel direct reageren. Als je ze dwars zet voor een bocht, vlieg je die bijna uit.” Daarom traint hij in aanloop naar wedstrijden op kunstsneeuw op andere pistes, waar in verhouding meer kunst- dan natuursneeuw ligt.

Ook bondscoach Teitsma traint zijn paraskiërs sinds de toename van kunstsneeuw op de pistes anders. „Ze moeten anders timen, omdat de ski anders reageert. Je hebt minder reactietijd. We zeggen ook wel dat kunstsneeuw agressiever is dan natuursneeuw.”