Wessel te Gussinklo en Sjeng Scheijen winnaars BookSpot Literatuurprijs 2019

Het is de eerste keer dat de BookSpot Literatuurprijs uit twee prijzen bestaat: voorheen dongen fictie en non-fictie samen mee naar dezelfde prijs.
Foto Keke Keukelaar/Bob Bronshoff

Schrijvers Wessel te Gussinklo en Sjeng Scheijen zijn de winnaars van de BookSpot Literatuurprijs 2019 en ontvangen daarvoor ieder 50.000 euro. Dat is donderdagavond bekendgemaakt tijdens een prijsuitreiking in de Centrale Bibliotheek in Den Haag. Te Gussinklo won de fictieprijs voor zijn roman De hoogstapelaar, Scheijen ontving voor zijn boek De avant-gardisten de non-fictieprijs.

De jury, bestaande uit critici en boekhandelaren, liet de boeken die al enig verkoopsucces genieten daarmee links liggen en maakte de keuze voor relatief onbekende winnaars. Te Gussinklo en Scheijen versloegen onder meer Manon Uphoff en Peter Buwalda, die genomineerd waren met hun hooggeprezen en succesvolle romans Vallen is als vliegen en Otmars zonen, evenals de recent bekroonde boeken Foon van Marente de Moor (Bordewijkprijs) en Laura H. van Thomas Rueb (Brusseprijs). Buwalda ontving vorige week al de BookSpot Lezersprijs, ter waarde van 10.000 euro.

De 78-jarige Wessel te Gussinklo ontving voor zijn vijfde roman eerder al maximale waardering van recensenten: de roman over een 17-jarige leugenachtige opschepper was volgens Trouw “weergaloos” en volgens de Volkskrant “onweerstaanbaar” – en ook NRC kende vijf ballen toe. De slavist Sjeng Scheijen (1972) was voor zijn historische studie naar de pionierende kunstenaars ten tijde van de Russische Revolutie eerder al genomineerd voor de Libris Geschiedenisprijs.

Het is de eerste keer dat de BookSpot Literatuurprijs uit twee prijzen bestaat: voorheen dongen fictie en non-fictie samen mee naar dezelfde prijs. De non-fictieprijs is ingevoerd als waardering voor de hoge kwaliteit van verhalende non-fictie die in het Nederlandse taalgebied geschreven wordt. Afgelopen jaar won De heilige Rita van Tommy Wieringa de BookSpot Literatuurprijs, die tot 2014 de AKO Literatuurprijs heette. Sindsdien wordt de prijs gesponsord door de online boekwinkel BookSpot.

Wessel te Gussinklo

Foto Keke Keukelaar

De BookSpot Literatuurprijs voor De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo (1941) is de onverwachte, maar welverdiende kroon op een excentriek literair oeuvre dat al ruim een halve eeuw in aanbouw is. Al sinds hij een vroege twintiger was publiceert Te Gussinklo, nu achterin de zeventig, eigengereid proza en essayistiek – hij laat van zich horen met grote intervallen, maar ook met aanhoudende waardering door critici. Zijn eerste boek De verboden tuin (1986) kreeg de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en een decennium later ontving hij voor zijn tweede roman De opdracht (1995) de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, de F. Bordewijkprijs én de ECI-prijs.

De kritische waardering voor De hoogstapelaar was bij verschijning dit voorjaar al hoog, met vijfsterrenrecensies in meerdere kranten. Toch kwam de bekroning van Te Gussinklo donderdagavond als een verrassing, door de concurrentie van de lyrisch ontvangen romans van Manon Uphoff (Vallen is als vliegen), Peter Buwalda (Otmars zonen) en Marente de Moor (Foon). Maar de keuze van de jury viel op de roman die ze beoordeelde als „een apodictisch, waarlijk soeverein baken in een tijd waarin het besef van wat literatuur ten beste te bieden kan hebben marginaal is geworden”.

Lees ook onze recensie van De Hoogstapeler

Wat De hoogstapelaar dan zo soeverein doet: je meevoeren in de verraderlijke gedachten van een geplaagd individu. De 17-jarige Ewout Meyster is een snoever, een manipulator, die genadeloos alles en iedereen bekritiseert: behalve hijzelf deugt vrijwel niemand. „De dramatische ironie draait weer weldadige overuren”, merkte de BookSpot-jury op, want de lezer krijgt slechts Ewouts visie mee en moet zelf ontdekken hoezeer zijn ideeën en analyses, die o zo zelfbewust en doordacht lijken, strijdig zijn met de feiten.

Te Gussinklo schrijft als de seismograaf van een getroebleerd gevoelsleven, zijn zinnen geven de malende, voortwoekerende gedachtestromen van zijn hoofdpersoon weer: ‘Ze wilden het niet begrijpen met hun praatjes over het weer en de buren of winkels en dingen. Je daarbij neerleggen, daaraan meedoen, net zo worden als zij…? De verschrikking die dat zou zijn. [...] De val. De val. Benauwdheid. Te klein was zijn lichaam, te nauw om het te verdragen. Meppen, slaan, met een mitrailleur de straat op en ze allemaal afschieten met die weerzinwekkende kapperspraat; dat gejengel, dat gezanik. Er een eind aan maken waar hij ze maar zag.’

Wessel te Gussinklo, die in Zeeland aan een doodlopende weg woont, ontvangt een prijzengeld van 50.000 euro.

Sjeng Scheijen

Foto: Bob Bronshoff

Sjeng Scheijen schrijft in zijn boek De avant-gardisten over een groep voorhoedekunstenaars die wensten ‘het extatische moment van creativiteit uit te breiden naar alle aspecten van het leven’. Kunst moest niet alleen over kunst gaan, maar over álles – een standpunt dat naadloos aansluit bij de nieuwe prijs voor een non-fictieboek, die donderdagavond is uitgereikt. Artistieke kwaliteit bevindt zich óók in het domein van de non-fictie. De slavist Scheijen (1972) is de eerste winnaar van die BookSpot Literatuurprijs voor non-fictie. Hij ontvangt een bedrag van 50.000 euro.

De literaire BookSpot-jury kreeg er dit jaar een opdracht bij: een aparte bekroning van „boeken die uitblinken in het genre verhalende non-fictie en die op een intelligente en toegankelijke manier de kennis van lezers vergroten en verdiepen”. Voorheen deed de non-fictie met de fictie mee – meestal won een roman. Maar de genomineerden van dit jaar laten zich goed literair noemen: de jury selecteerde de even grondige als eigenzinnige biografieën van F. Harmsen van Beek en Remco Campert, en de waargebeurde geschiedenissen van Lieve Joris (Terug naar Neerpelt) en Thomas Rueb (Laura H.), die met literaire middelen geschreven zijn, intiem en thrillerachtig.

Lees ook: Malevitsj was een griezelige, charismatische sekteleider

De avant-gardisten is in de eerste plaats wel degelijk een doorwrochte historische studie naar de Russische avant-gardisten, hun kunst en de verbanden met de Russische Revolutie. Maar wie die geschiedenis tot leven wil wekken ‘kan niet volstaan met de controleerbare feiten, maar moet onvermijdelijk zijn toevlucht nemen tot de verhalen’, kondigt Scheijen in zijn inleiding al aan. Eerder schreef hij de geroemde en internationaal succesvolle biografie Diaghilev. Een leven voor de kunst (2009), over de Rus Sergej Diaghilev, de grote aanjager van het moderne ballet.

De verhalen van kunstenaars als Malevitsj en Chagall wekt Scheijen tot leven met zijn gevoel voor detail en een sprankelende stijl. Zwart vierkant, het roemruchte provocatieve schilderij van Malevitsj, beschrijft hij met sjeu als een ‘denkbeeldige slagroomtaart in het gezicht van het intellectuele en religieuze establishment’ en de avant-gardisten zijn ‘getalenteerde, schitterende weirdo’s, schuinsmarcheerders en hardwerkende flierefluiters’. Dat resulteerde volgens de jury in „onweerstaanbare, met vaart en onverholen hartstocht geschreven non-fictie”.