Rotterdam Opzoomert nu al 25 jaar

Opzoomeren Van de kerstboom in de straat, conversatieclub om Nederlands te leren, iftar met de buren tot de aanleg van geveltuintjes. Een derde van alle Rotterdame straten doet aan ‘Opzoomeren’. Opzoomer Mee, dat bewoners stimuleert om met elkaar aan hun straat te werken, bestaat 25 jaar.

Deze zomer treden de kinderen van de Hofdijk voor het eerst op, bij Studio de Bakkerij. Daar kwamen ze terecht via het Opzoomernetwerk.
Deze zomer treden de kinderen van de Hofdijk voor het eerst op, bij Studio de Bakkerij. Daar kwamen ze terecht via het Opzoomernetwerk. Foto David van Dam

Op de eerste verdieping van een galerijflat in de Molièrebuurt in Lombardijen belt Sander Nieuwenhuis aan. „Hoi! We zijn van Opzoomer Mee, ken je dat?” De jongedame in de voordeur is in eerste instantie verlegen, maar als hij vraagt of ze zou willen helpen om iets te organiseren voor haar buren zegt ze meteen ‘ja’. „Dat lijkt me heel leuk. Ik woon hier pas een paar maanden en heb nog niet zoveel contacten hier in de flat.” In Hoogvliet, waar ze vandaan komt, was ze actief in het buurthuis. „De buurvrouw wil misschien ook wel helpen, die is nu niet thuis.”

Een verdieping lager is het ook raak, bij een oudere man waarvan de deur openstaat. „Ja, ja, ik ken Opzoomeren wel. Als er iets wordt georganiseerd kom ik zeker langs. Ik wil ook wel koffiezetten, als ik maar niet hoef te sjouwen, ik ben al bijna 80!” Hij heeft enkele contacten in de flat, zo doet hij boodschappen voor de buurman die slecht ter been is.

In deze straat werd vroeger actief ‘Opgezoomerd’, legt Nieuwenhuis uit. „Maar de laatste jaren is het stil geworden. Door huis-aan-huis bij mensen aan te bellen proberen we nieuwe ‘gangmakers’ te vinden en een netwerk van buren te maken die samen iets willen organiseren.”

Zo is het ‘Opzoomeren’ ooit begonnen, vertelt directeur van de stichting die het Opzoomeren regelt, Johan Janssens: „Het verhaal doet een beetje denken aan het dorpje van Asterix en Obelix. Eind jaren ’80 had je de Opzoomerstraat, waar ze – net als andere straten in het Nieuwe Westen – last hadden van onveiligheid, vervuiling, slechte verlichting, weinig groen en anonimiteit. Bewoners waren het wachten op de overheid om de boel te regelen zat en kwamen zelf in actie om de straat er weer bovenop te helpen.” De straat werd regelmatig geveegd, er kwamen lichtbollen, geveltuintjes werden aangelegd, er kwamen plantenbakken aan de muur, en er werden straatfeesten georganiseerd. „Dat werd gezien door het opbouwwerk in de buurt, waarna ze andere straten hebben gestimuleerd om hetzelfde te doen. Zo hebben zij het woord ‘Opzoomeren’ uitgevonden, dat inmiddels in de Dikke van Dale staat.”

De gemeente Rotterdam was ondertussen bezig met een project ‘Sociale Vernieuwing’. „Dat draaide (onder andere) om een andere relatie tussen burgers onderling en burger en overheid. Het doe-het-zelfvoorbeeld van de Opzoomerstraat paste daar perfect in.” Zo begon het grootschalige Opzoomeren. „Het was het mooie voorbeeld op het juiste moment. Als die straat de Zwartjanstraat was geweest, hadden we niet nu nog steeds met elkaar ‘gezwartjand’. Dat woord Opzoomeren heeft van alles in zich: optimisme, zon, kleur, geel, perspectief, dynamiek en energie.”

Het gemeenteproject Sociale Vernieuwing eindigde in ’94 met een groot feest, dat de eerste grote Opzoomermanifestatie werd. Janssens werd als opbouwwerker gevraagd om mee te helpen de dag voor te bereiden. „Daar hebben we een jaar aan gewerkt. Tijdens het feest kleurde de stad geel. In duizend straten waren Rotterdammers bezig de boel op te knappen. Na afloop waren er op zo’n veertig plekken wijkdiners, klaargemaakt door bewoners zelf.” De dag was zo’n succes dat er, mede door Janssens, een stichting werd opgericht om het Opzoomeren te verspreiden en levend te houden.

Een kwart eeuw later wordt in een derde van de (bewoonde) Rotterdamse straten actief Opgezoomerd. Zo ook op de Hofdijk, vlakbij het Noordplein. Daar zijn Wil van Vugt (59) en Hamid Atchabi (55) als gangmakers actief. Van Vugt raakte achttien jaar geleden betrokken, toen ze samen met andere ouders activiteiten voor hun kinderen organiseerden. „Ik ben er nooit vanaf gekomen. De kinderen bleven vragen: ‘Wil, wat gaan we doen?’”

Ouderen

Vijf jaar geleden kreeg ze versterking van haar buurman Hamid. Atchabi: „Wil had mijn hulp nodig. We zijn een tweede vader en moeder geworden voor de kinderen die hier komen. Of ze nu problemen hebben op school, thuis of met andere kinderen, wij luisteren naar ze.” In de zomer organiseren ze uitstapjes zoals naar de Efteling of midgetgolf. „Als hun ouders niet op vakantie gaan willen we niet dat de kinderen daar het slachtoffer van zijn en de hele zomer op het balkon zitten.” Elke zaterdag spelen de kinderen samen theater. Van Vugt: „Dat is ooit begonnen met geld vanuit een potje van Opzoomer Mee. En via het Opzoomer-netwerk zijn we bij Studio de Bakkerij gekomen, waar de theaterclub deze zomer voor het eerst zal optreden.”

Als hun ouders niet op vakantie gaan willen we niet dat de kinderen daar het slachtoffer van zijn.

Hamid Atchabi

Foto David van Dam
Bij begrafenissen zorg ik voor een bloemetje. Voor de kinderen die geslaagd zijn haal ik een bioscoopbon.

Wil van Vugt

Foto David van Dam

Verder organiseren ze met behulp van andere bewoners: een conversatieclub, schoonmaakacties en knutsel- en filmmiddagen voor ouderen. In december gingen ze langs alle ouderen in de wijk om een boterstaaf langs te brengen. Atchabi: „Dan zie ik mensen met tranen in de ogen de deur opendoen. Zo gevoelig zijn ze voor een beetje aandacht.” Opzoomer Mee is volgens hen cruciaal voor de buurt. Van Vugt: „Omdat we dingen onder de noemer van Opzoomer organiseren is het meteen laagdrempelig en stap je zo ergens naar binnen.” Zo worden de boterstaven gedeeltelijk vanuit het ‘Lief & Leedpotje’ betaald. Van Vugt: „Bij begrafenissen zorg ik voor een bloemetje. Voor de kinderen die geslaagd zijn haal ik een bioscoopbon, en binnenkort wordt er een baby geboren, dan ga ik ook even langs met een cadeautje. Zonder hulp van Opzoomer Mee kom je niet ver.”

Het ‘Lief & Leed-potje’ is bedoeld om eenzaamheid tegen te gaan. In 725 Rotterdamse Opzoomerstraten maken buren gebruik van de kleine budgetten om iets voor elkaar te betekenen. Opzoomer-directeur Janssens: „Niet volgens een formule maar met eigen ideeën. Zo voelen ze zich eigenaar van hun eigen initiatief.” Lief & Leed is inmiddels overgewaaid naar Amsterdam, Den Haag en Maastricht. „Zoetermeer en Amstelveen beginnen volgend jaar. Veenendaal was hier vanochtend nog en Haarlem vorige week.”

Niet bij alle Rotterdammers is de schaal van het Opzoomeren bekend. Janssens: „Het lot van alles dat lang bestaat is dat je onderdeel wordt van de inventaris. Toch zijn de 1.900 straten waar wordt Opgezoomerd redelijk egaal verspreid over de stad. Het is zeker niet zo dat het een achterstandspredicaat is, in de ‘betere wijken’ wordt net zo hard Opgezoomerd. Wel is het zo dat de ondersteuning van de stichting zich focust op buurten waar mensen het moeilijk hebben.”

Of Opzoomer Mee eigenlijk voorsorteerde op de huidige ‘participatiemaatschappij’? Janssens lacht. „Wat we qua modes van maatschappelijke beleidsdecors al niet gehad hebben. Het begon met sociale vernieuwing, daarna kregen we: grotestedenbeleid, krachtwijken, veiligheid, sociale integratie, actief burgerschap en dan nu de participatiesamenleving. Allemaal draaien ze om hetzelfde: hoe krijgen ze burgers zover dat ze zelf initiatief nemen.” Het voordeel van de huidige ‘participatie-mode’ is volgens hem de grotere waardering voor het werk van Opzoomer Mee. „Het opbouwwerk is in 2010 wegbezuinigd en ook wij kregen te horen dat het college meer resultaten wilde zien. Maar inmiddels staat onze rol niet meer ter discussie, we krijgen juist de vraag of we bewoners kunnen stimuleren om nog meer kunnen doen.”

Ingewikkelder

Zo vroegen ze Opzoomeraars of ze bereid waren hun buren te helpen met taalachterstanden. „Binnen een paar maanden hadden we twintig conversatieclubs, inmiddels is dat het dubbele. In tweehonderd straten worden kinderen nu regelmatig voorgelezen.” Ondanks de uitbreiding van Opzoomeractiviteiten is de missie in vijfentwintig jaar niet veranderd. „Ons doel is nog steeds om mensen de ruimte geven om in hun eigen straat te werken aan het worden van goede buren. Dat vergroot het gevoel van veiligheid en vertrouwdheid. De stad is echter wél veranderd, waardoor onze doelstelling urgenter en ingewikkelder wordt.” Een van die veranderingen is de toegenomen diversiteit. „In sommige straten komen mensen uit alle hoeken van de wereld. Dan kan het moeilijker zijn om elkaar te leren kennen en samen te werken, dan als je in een straat woont waar iedereen dezelfde cultuur heeft. Het vraagt meer van mensen die een initiatief nemen als hun buren bijvoorbeeld de taal niet spreken. Toch lukt het ons om de moeilijkere wijken te bereiken, waar het anderen niet lukt.”

Dat kan Opzoomer-medewerker Sander Nieuwenhuis beamen. De aanpak waarbij eerst met professionals uit de wijk werd gepraat om een netwerk in beeld te krijgen sneuvelde al snel. „Die dachten bijvoorbeeld in Carnisse dat er niet genoeg draagkracht zou zijn om ook maar iets van de grond te krijgen. Terwijl we die wijk inliepen, in het park een willekeurig iemand aanspraken en een paar weken later was de eerste straatactiviteit een feit.” Zo organiseerden vier bewoners begin augustus een pannenkoekenfeest in de speeltuin van de Texelsestraat.

„Het leukste is dat ze echt hebben doorgezet. Gisteren liepen we daar langs en bleken ze inmiddels ook een voorleesclub te zijn begonnen. Dat is ons doel, dat we het kunnen loslaten en er iets nieuws ontstaat. En zo zie je: er zit veel meer kracht in wijken dan professionals weten. In alle straten zitten wel mensen die wat leuks willen organiseren, dat is onze overtuiging.”