Vrij zijn is...koi houden

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

‘Elke vis is een schilderijtje”, zegt Maik Roeleveld (30) uit het Twentse dorpje Lattrop. „Ik kan wel een uur naar ze kijken.” Hij staat naast zijn zelfgemaakte koivijver, een bakstenen bak gevuld met 75.000 liter water en 35 karpers. Zijn vijver is „echt psychisch”, wordt er gejubeld op karperwereld.nl. „Hij heeft een soort IJsselmeer in zijn achtertuin gebouwd.” Maar belangrijker dan de grootte van je vijver is de manier waarop je ‘vijvert’, zegt Roeleveld. „Het is niet een kwestie van een gat in de grond graven, water en vissen erin gooien, en klaar.”

Je hebt ze natuurlijk wel: „rijke types” die een koivijver laten aanleggen en vissen van tienduizend euro kopen om ze vervolgens aan hun lot over te laten. Het andere uiterste zijn „de gekken die met hun vissen praten”. Zelf zit hij er een beetje tussenin. Van oorsprong is hij karpervisser, zegt hij. Maar de wilde karpers die hij vangt, vindt hij niet zo knap als de koi, kweekkarpers met een kleurtje. Hij wijst naar zijn nieuwste aanwinst, ‘de Sanke’, zijn mooiste schilderijtje. „Het rood is rood, het wit is wit en het zwart is zwart.” Met deze vis gaat hij aan shows meedoen, zegt hij.

Het zijn net onderwatervarkens. Ze eten alles op

Maik Roeleveld

Roeleveld volgde een cursus watermanagement om de „leefomstandigheden” van zijn karpers te optimaliseren. Hij zorgt ervoor dat het ammoniakgehalte beperkt blijft, dat het water zuurstofrijk is, en dat er niet te veel feromonen in zitten zodat de vissen lekker kunnen groeien. „Hoe groter de vis, hoe mooier.” Als de karpers laag liggen en nauwelijks zwemmen, schraapt hij slijm weg achter de kieuwen of bij de anus, en bekijkt hij onder de microscoop welke parasieten op hun huid leven.

Hij gooit een handje visvoer en stukjes witbrood in het water. Ook zijn voer is van „topkwaliteit”, zegt hij. In de schuur van zijn ouders staat zelfs een machine waarmee hij zelf visvoer maakt van maismeel en eipoeder. Niet dat het de vissen uitmaakt. „Het zijn net onderwatervarkens. Ze eten alles op.” Hij voert zijn koi nooit uit de hand omdat ze anders tam kunnen worden en gemakkelijker te stelen zijn. Als mensen aan hem vragen hoeveel zijn duurste vis waard is, zegt hij: „Ik vraag toch ook niet aan jou hoeveel je auto heeft gekost?”

Het is dat de fotograaf nog een foto van zijn karpers moet maken, maar het liefst zou hij zijn vijver nu afdekken met platen. Het is koud en winderig, en dat levert risico’s op. In het voorjaar zijn elf van zijn karpers gestorven door een vleesetende bacterie, vertelt hij. Waarschijnlijk was er vogelpoep in het water gewaaid, had zijn koidokter gezegd. Hij moest er bijna om huilen maar hij heeft ze niet begraven. „Ze gingen gewoon in een plastic zak in de kliko.”