Vergismoorden in een zwijgwijk waar je niet met politie praat

Bijna twee jaar geleden werd in een buurthuis in Amsterdam de onschuldige stagiair Mohamed Bouchikhi doodgeschoten. Over een onopgeloste moord in een wijk waar je niet praat met de politie. ‘Dit was altijd al een buurt waar mensen problemen liever zelf oplossen.’
Stille tocht in Amsterdam na de ‘vergismoord’ op stagiair Mohamed Bouchikhi (17), begin 2018.
Stille tocht in Amsterdam na de ‘vergismoord’ op stagiair Mohamed Bouchikhi (17), begin 2018. Foto Evert Elzinga/ANP

Een donkere gestalte – dat is het eerste wat Cynthia ziet. Ze speelt jenga met jongens uit de buurt. Een spelletje dat nogal wat aandacht vergt: je moet blokjes uit een houten toren trekken zonder dat hij omvalt. Vandaar dat Cynthia niet meteen begrijpt wat ze ziet.

Het is vrijdagavond 26 januari 2018. In het speeltuingebouw aan de Kleine Wittenburgerstraat in Amsterdam is het gezellig druk. Er zijn ongeveer dertig mensen binnen. Jonge kinderen, sommigen niet ouder dan tien. Jongeren die kickboksles krijgen. Een groep tieners die bezig is een maaltijd te bereiden, zoals iedere vrijdag. Buiten is het al donker.

Cynthia kijkt nog eens goed. De gestalte is een man met een bivakmuts. Hij draagt zwarte kleren en heeft een automatisch geweer in zijn hand, de loop naar beneden gericht. Hij kijkt rustig rond, alsof hij iemand zoekt. In de ruimte is het opeens muisstil. „Is dit een grap?” hoort Cynthia een jongerenwerker zeggen.

Ze draait zich om naar de klok aan de muur. Het is 19.10 uur.

Dan klinkt er een knal. Er is geschoten. Op Gianni, een jongen uit de buurt. Hij raakt gewond. Intuïtief duikt Cynthia onder tafel. Dekking zoeken. Nog steeds heerst er een doodse stilte – iedereen is verlamd van schrik. Er klinken opnieuw schoten, de man met het geweer moet zijn doorgelopen naar het kantoor. „Waar is die kankerneger”, schreeuwt hij. Van onder de tafel ziet Cynthia hoe verderop een tweede man in het zwart staat. Ook hij heeft een bivakmuts op, en een pistool in zijn hand.

Ze trekt de mouwen van haar trui omlaag om haar armen te bedekken. Haar hoofd drukt ze tegen de onderkant van de tafel. Ze is bang dat de schutter haar donkere huidskleur ziet en zal denken dat zij de persoon is die hij zoekt. Maar even onverwacht als de schutter en zijn kompaan zijn binnengekomen, wandelen ze aan de achterkant van het speeltuingebouw weer naar buiten.

Dan breekt paniek uit. Mensen komen tevoorschijn uit hun schuilplek – sommigen hebben zich in een kast in de keuken verstopt. Jonge kinderen huilen en schreeuwen. Cynthia ziet de kickboksleraar, zijn ogen zijn zo groot als schotels. Een jongerenwerker is zo in shock dat hij niet meer kan praten.

In het kantoor ligt het lichaam van Mohamed Bouchikhi. Hij bloedt hevig. Mohamed is een jonge stagiair die in de buurt woont: het stagecontract was die dag getekend. Zijn dienst zat erop, maar hij was die avond langer gebleven om het clubje jongeren te helpen bij het koken. Terwijl hij dekking zocht voor de schutters, is hij in zijn rug geschoten.

Nog diezelfde avond overlijdt Mohamed aan zijn verwondingen. Hij was zeventien jaar.

Voor Cynthia, die niet met haar achternaam in de krant wil, en andere buurtbewoners, is Mohameds dood een onvoorstelbare klap. Mohamed was onschuldig. Hij woonde in de buurt, had niets met de onderwereld te maken. Als klein jongetje kwam hij al in de speeltuin op Wittenburg. Mohamed was een lieve, vrolijke knaap. Op zijn vijftiende ging hij naar een Grieks eiland om vluchtelingen te helpen. Hij wist wat hij wilde met zijn leven. En nu is hij dood, van het leven beroofd voor de ogen van jonge kinderen.

De volgende ochtend komen buurtbewoners samen bij de Oosterkerk. Iedereen is boos en bang. Wie is de volgende? Mohamed is de zesde buurtgenoot in vijf jaar tijd die met geweld om het leven is gebracht – en de tweede die slachtoffer is van een vergismoord.

Als ze je op straat met de politie zien praten, maken ze het klassieke snijgebaar met de hand langs de keel

De moordenaar van Mohamed is bijna twee jaar later nog steeds niet gepakt, tot ontzetting van de familie en de buurt. Iedereen vermoedt dat er een verband bestaat tussen de moorden en de gewelddadige drugscriminaliteit in Amsterdam. Maar wie was het eigenlijke doelwit van de schutters? De politie meent tot op de dag van vandaag dat ze het op Gianni voorzien hadden, een Surinaams-Nederlandse jongen van negentien die regelmatig in het speeltuingebouw te vinden was. Buurtbewoners en getuigen zoals Cynthia betwijfelen dat ten zeerste. Gianni is geen criminele jongen met een dik horloge en een dure auto, zeggen ze. Eerder een meeloper met verkeerde vrienden. Waarom hebben ze hem anders niet doodgeschoten die avond?

Al ruim voor die noodlottige avond in januari 2018 waren er op de Oostelijke Eilanden zorgen over de jeugd en drugscriminaliteit. Al decennia gelden zij als een ‘moeilijk’ deel van de Amsterdamse binnenstad. De ‘overlastgevende’ jongeren in de buurt hadden al de aandacht van bestuurders. Die wisten ook dat er veel werkloosheid, gebroken gezinnen en (drugs)criminaliteit was. Maar dit brute, zinloze geweld? Nee, dat zagen ze niet aankomen. Ook de politie niet.

NRC maakte op basis van gesprekken met een groot aantal betrokkenen – buurtbewoners, bestuurders, politieagenten, welzijnswerkers – een reconstructie van de gebeurtenissen rond de dood van Mohamed. Over zwijgen, wegkijken, bezuinigen, overlast en de angst voor de georganiseerde misdaad. „Het gebeurde onder onze ogen en tóch zagen we het niet.”

1 Een arbeidersbuurt

Het speeltuingebouw staat op Wittenburg, een eiland met veel jaren-tachtignieuwbouw, opgetrokken uit beton en gele stenen. Het gebouwtje dankt zijn naam aan de grote speeltuin ernaast, met een kabelbaantje als belangrijkste attractie. Op dit terrein hebben een paar generaties uit de buurt de stenen uit de stoep gespeeld. Net als de basisschool, een paar honderd meter verderop, is de speeltuin ook een voorziening voor de aanpalende eilanden: Kattenburg en Oostenburg. Ook de nabij gelegen Czaar Peterbuurt, de Kadijken en het Marineterrein horen bij de Oostelijke Eilanden.

Er wonen zo’n 13.000 mensen in dit stukje Amsterdamse binnenstad, ingeklemd tussen het spoor naar Amsterdam Centraal, het Scheepvaartmuseum en dierentuin Artis. Het gemiddelde inkomen ligt er net boven de 30.000 euro. Voor veel Amsterdammers zijn de Eilanden onbekend terrein: het ligt buiten alle doorgaande routes, je fietst er zo voorbij.

Ooit woonden op deze plek de arbeiders van de VOC, die er werven en pakhuizen had. Later kwamen de fabrieken van machinebouwer Stork. Halverwege de negentiende eeuw werd hier de eerste sociale woningbouw van Amsterdam neergezet.

De Oostelijke Eilanden zijn tot op de dag van vandaag een arbeidersbuurt, met de bijbehorende, uitgesproken Amsterdamse volksaard: eigengereid, recht voor zijn raap en wantrouwend tegenover de overheid. Verzet is nooit ver weg: huurverhogingen en verkoop van corporatiewoningen roepen weerstand op. De komst van groepen migranten uit met name Suriname en Marokko in de jaren zeventig en tachtig heeft daar niets aan veranderd.

Rond de eeuwwisseling komen de Oostelijke Eilanden op de radar van het stadsdeel als probleemwijk, samen met de Wallen en de Leidsepleinbuurt. Er wordt geïnvesteerd – maar vooral in infrastructuur en woningbouw.

Lees ook: De gewelddadigheid in Wittenburg heeft een nieuwe dimensie door de toevloed van (drugs)toeristen. Gevolg van ‘roekeloos liberalisme’ in Amsterdam.

In de zomer van 2014 wordt de buurt opgeschrikt door een moordaanslag. Vlakbij de Czaar Peterstraat wordt Stefan Eggermont doodgeschoten, net nadat hij zijn Fiat Punto heeft geparkeerd. Al snel blijkt dat er sprake is van een persoonsverwisseling: de schutter had het gemunt op een buurtgenoot die ook in een Fiat Punto rijdt. Het echte doelwit was Omar L., geboren en getogen op Kattenburg. Omar is een bekende van de politie. Op zijn strafblad staan inbraak, diefstal, heling en wapenhandel.

Zijn oudere broer Youssef was eind 2012 een van de slachtoffers van een dubbele liquidatie in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Die wilde schietpartij markeert het begin van een gewelddadige oorlog in het Amsterdamse drugsmilieu, die inmiddels bekend staat als de Mocro Maffia. Na die schietpartij komt de politie erachter dat criminele kopstukken, die grof geld verdienen in de cocaïnehandel, een groot netwerk van jonge jongens hebben geworven, ‘straatsoldaten’ van soms nog maar vijftien of zestien jaar die voor hen het vuile werk opknappen: van drugs dealen tot het uitvoeren van liquidaties. In die nieuwe wereld groeien hangjongeren soms in een paar jaar uit tot zware criminelen.

Met de vergismoord op Stefan Eggermont heeft dit fenomeen de Oostelijke Eilanden bereikt. Doelwit Omar L. was een van de vaste bezoekers van jongerencentrum De Clutch, gelegen in een zijstraat van de Czaar Peterstraat, zo schrijven Wouter Laumans en Marijn Schrijver in Wraak, een boek over de nieuwe generatie Amsterdamse criminelen. Omar, zijn broer Youssef en een groep jongens uit de buurt leren kickboksen in De Clutch.

Omar L. wordt een belangrijke speler in de drugsoorlog, uit wraak voor de dood van zijn broer en de mislukte aanslag op zijn leven. Hij trekt een fors aantal jongens uit de buurt mee. Twee van hen overleven het niet: Mitchell Jansen en Nabil Amzieb, ook uit Kattenburg. Jansen wordt doodgeschoten in Colombia, vermoedelijk in relatie tot drugshandel. Amzieb wordt in maart 2016 vermoord in Amsterdam. Zijn afgehakte hoofd wordt neergelegd op de stoep voor een waterpijpcafé.

Foto Bart Maat/ANP
Voor waterpijpcafe Fayrouz Lounge aan de Amstelveenseweg liggen bloemen. Bij het cafe werd eerder het hoofd van 23-jarige Nabil Amzieb aangetroffen. Zijn lichaam werd gevonden in een uitgebrande auto in Amsterdam-Zuidoost.
Foto Remko de Waal/ANP
De plek in Amsterdam waar in 2016 het hoofd van de geliquideerde Nabil Amzieb werd aangetroffen voor een waterpijpcafé.
Foto Remko de Waal/ANP
Voor waterpijpcafé Fayrouz Lounge aan de Amstelveenseweg liggen bloemen. Bij het café werd eerder het hoofd van 23-jarige Nabil Amzieb aangetroffen. Zijn lichaam werd gevonden in een uitgebrande auto in Amsterdam-Zuidoost.
Foto’s Remko de Waal en Bart Maat/ANP

De dood van Amzieb is ontegenzeggelijk een signaal van de onderwereld, maar de politie kent hem dan nog niet als crimineel. Het werk in de buurt wordt er na dit signaal voor de politie niet gemakkelijker op. „Dit is altijd al een buurt geweest met bewoners die problemen liever zelf oplossen”, zegt Sander van der Hulle, chef van het district Centrum-Noord. „Door het grove geweld trokken mensen zich nog meer terug.”

Meerdere buurtbewoners vertellen over de intimidatie door jongeren. Als ze je op straat met de politie zien praten, maken ze het klassieke snijgebaar met de hand langs de keel. Dan weet je: ik moet m’n mond houden.

Angst voor gewelddadige jongeren en een traditionele afkeer van gezag: deze mix maakt de Oostelijke Eilanden tot wat onderzoekers Pieter Tops en Jan Tromp een ‘zwijgwijk’ noemen. In hun rapport De achterkant van Amsterdam, over de gevolgen van de drugscriminaliteit voor de hoofdstad, beschrijven ze de moeilijk te doorbreken spiraal van wantrouwen, angst en schaamte. Bewoners weten van alles over elkaar, maar zeggen niets tegen de politie. De wijkagent kent iedereen maar weet weinig. Ook zorgverleners en welzijnswerkers houden hun mond. Cruciale informatie – en persoonlijk verdriet – blijven verborgen achter de voordeur.

2 Welzijnswerkers genoeg

Al meer dan vijfentwintig jaar is De Clutch een begrip in de buurt. Je kunt in het jongerencentrum chillen en computerspelletjes doen. Er worden kickbokslessen gegeven. Er is een veelgebruikte muziekstudio waar je eigen hiphoptracks kunt opnemen. Voor veel hangjongeren van de Oostelijke Eilanden – de meesten zijn van Marokkaanse, Turkse en Surinaamse komaf – is De Clutch hun thuishonk. Ook Gianni, de jongen die later in het speeltuingebouw beschoten wordt, is een vaste bezoeker.

Toch sluit het jongerencentrum in april 2017 zijn deuren. Reden is een forse bezuiniging van stadsdeel Centrum. Zes jaar lang hebben de lokale bestuurders het jeugdwerk kunnen ontzien, maar nu is er geen ontkomen meer aan. De ingrijpende crisisbezuinigingen van de eerste twee kabinetten-Rutte vinden hun weg naar de gemeenten, die ook nog eens een trits nieuwe verantwoordelijkheden op hun bordje krijgen door decentralisaties.

Het stadsbestuur van Amsterdam berekent de kortingen door aan de stadsdelen. „We moesten kiezen tussen snijden in reiniging, handhaving of jeugdwerk”, zegt Roeland Rengelink (PvdA), tot vorig jaar bestuurder in Amsterdam-Centrum. „Het verhaal is altijd dat bezuinigen kan zonder dat het pijn doet, maar dat is onzin. De mensen die dat zeggen, zijn vaak niet verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid.”

Buurtbewoners reageren met ongeloof op de sluiting van De Clutch. Zij voelen zich onveilig en zitten met heel veel vragen over de gewelddadige dood van hun buurtgenoten. In plaats van antwoorden krijgen ze bezuinigingen.

Ook vrijwilligers bij De Clutch zijn woedend. Dit is de enige plek waar ze nog een oogje kunnen houden op de problematische groep jongeren. De kickboksleraar weet wat ze uitvreten, brengt ze discipline en zelfbeheersing bij. Hij is zo gedreven dat hij een deel van de spullen zelf betaalt. Als je De Clutch dichtgooit, voorspellen de buurtbewoners, haken de jongens af.

Toch houden het stadsdeel en welzijnsorganisatie Dock voet bij stuk. Dock-manager Frank van den Hoff wil de jongerenactiviteiten onderbrengen op een andere plek: het speeltuingebouw aan de Korte Wittenburgerstraat, waar al voorzieningen voor kinderen zijn. De jongeren, zo schrijft hij in een brief aan bezorgde buurtbewoners, worden actief betrokken bij de verhuizing. Zo leren ze „zich te ontwikkelen als actieve burgers”.

Jonge kinderen en tieners in één ruimte: dat past in de filosofie van Dock, dat nieuw is in het jeugd- en jongerenwerk op de Oostelijke Eilanden. De sleutelwoorden van de organisatie zijn ‘integratie’ en ‘outreach’ naar de buurt. Daarbij hoort geen apart, donker hol voor die toch al lastige pubers. Bovendien hopen de jongerenwerkers via jongere broertjes en zusjes gemakkelijker contact krijgen met de ouders van probleemjongeren uit de buurt.

Niet alleen Dock bekommert zich om de lastige groep jongeren op de Oostelijke Eilanden. Er staan talloze andere organisaties voor ze klaar. Voor hulp op school, stage of werk: Streetcornerwork. Voor specialistische hulpverlening: Spirit. Voor gezinsbegeleiding: het Ouder- en Kindteam (OKT). Heb je een licht verstandelijke beperking? Stichting MEE. Sportactiviteiten: Sciandri. En dan zijn er ook nog de straatcoaches van Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA).

Welzijnswerkers te over dus – maar toch kan niemand zich écht een beeld vormen van de problemen met de jongeren. Al die instanties communiceren slecht met elkaar. Zo is er geen enkel contact tussen de jeugdhulp en de jongerenwerkers. En ook de basisschool en buurthuis de Witte Boei, waar de meeste welzijnsinstanties kantoor houden, voeren eigenlijk nooit een gesprek – al zitten ze schuin tegenover elkaar.

De Oostelijke eilanden in het centrum van Amsterdam waar Mohamed Bouchikhi werd doodgeschoten.Foto Joris van Gennip

Het gevolg is dat van de beschikbare informatie nooit een volledig beeld wordt gevormd. Ja, de jongeren zorgen voor overlast, er zijn onderlinge spanningen, buurtbewoners uiten hun zorgen. Maar doen de jongens ook aan criminele activiteiten? Hebben ze wapens?

Tegen het eind van 2017 lopen de onderhuidse spanningen in de buurt weer op. Op 20 november ontstaat ruzie tussen zeven jongens uit de buurt en een veertigjarige verslaafde die in een kelderbox op Kattenburg woont. Hij heeft de scooter van Gianni gestolen, die met draaiende motor op de stoep stond.

Gianni doet geen aangifte bij de politie, hij haalt zijn scooter zelf terug. Alleen: het beenkleed ontbreekt. Een paar dagen later komt hij het met een paar vrienden opeisen. Er ontstaat ruzie, de buurtbewoner pakt zijn wapen begint op de jongens te schieten. De zeventienjarige Ayman, stagiair in het speeltuingebouw, overlijdt ter plekke. Twee andere jongens, onder wie Gianni, worden zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht.

De dood van Ayman is het gevolg van een tragisch uit de hand gelopen ruzie, niet te vergelijken met de gerichte liquidaties in de jaren ervoor. Maar de impact op de buurt is enorm: wéér een moord. Bewoners beginnen zich grote zorgen te maken over hun veiligheid. Moeders, vooral van Marokkaanse komaf, vragen het stadsdeelbestuur om hulp. Hoe kunnen ze voorkomen dat hun kinderen ook betrokken raken bij dit geweld – als slachtoffer of als dader?

3 Je pikt ze er zo uit

„Er wordt op dit moment geschoten in het speeltuingebouw.” Wijkagente Saieda Kajouaa is net thuisgekomen van haar vrijdagdienst als ze gebeld wordt door een collega. Ze stapt meteen weer in de auto, terug naar Amsterdam.

Al meer dan zeven jaar is Kajouaa wijkagent voor Kattenburg en Wittenburg. Een stoere Marokkaanse Nederlandse, voor de duvel niet bang. Maar zelfs voor haar is 26 januari 2018 een dag die ze nooit meer zal vergeten. De rest van de avond pendelt ze tussen het speeltuingebouw en het politiebureau bij de IJtunnel. Ze troost buurtbewoners en verzamelt zo veel mogelijk informatie.

Als na een paar uur eindelijk is bevestigd dat de doodgeschoten jongen Mohamed Bouchikhi is, gaat ze naar het huis van de familie. De woonkamer zit vol met familie en buurtgenoten. Ze weten het al.

De wijkagent, zeggen bestuurders graag, is de ‘ogen en oren’ van de politie in een buurt. Op de Oostelijke Eilanden is dat een illusie. Kajouaa kent ieder hoekje en gaatje van Kattenburg en Wittenburg, en iedereen kent haar. Maar ze werkt negen uur per dag, vier dagen in de week: buiten die uren is er geen vast gezicht in de buurt.

De Oostelijke eilanden in het centrum van Amsterdam waar Mohamed Bouchikhi werd doodgeschoten.
Foto Joris van Gennip
De Oostelijke eilanden in het centrum van Amsterdam waar Mohamed Bouchikhi werd doodgeschoten.
Foto Joris van Gennip
De Oostelijke eilanden in het centrum van Amsterdam waar Mohamed Bouchikhi werd doodgeschoten.
Foto’s Joris van Gennip

Eigenlijk moet de politie van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in de wijk zijn, zegt districtschef Sander van der Hulle. Maar dat gaat niet, vanwege het enorme tekort aan agenten in Amsterdam. „Feitelijk rijden we met de auto van de ene 112-melding naar de andere. Op uitgaansavonden en in het weekend zijn we nodig op het Leidseplein en het Rembrandtplein. Daarmee is de capaciteit op, zo simpel is het.”

Ook voor Saieda Kajouaa blijft verholen wat er écht speelt in de buurt. Zelfs van de mensen met wie ze goed contact heeft, en dat zijn er veel, weet ze lang niet altijd wat zich achter hun voordeur afspeelt. Bewoners klagen over onveiligheid in de buurt, maar als ze om namen en details vraagt, vallen ze stil. Dat zwijgen wordt van generatie op generatie overgedragen. „Wij snitchen niet”, zeggen ouders tegen hun kinderen, soms gewoon waar Kajouaa bij staat.

Met ieder geweldsincident ziet Kajouaa de zwijgcultuur op de eilanden sterker worden. Een kantelpunt, vertelt ze, is de onthoofding van Nabil Amzieb. „De buurtbewoners zeiden al niet veel. Maar toen dat gebeurde, wist ik: nu kan ik het wel vergeten.”

Kajouaa en haar collega’s geven het niet op. In de periode tussen de moorden op Nabil Amzieb en Mohamed Bouchikhi wordt er veel extra politie ingezet. Er lopen onderzoeken, agenten proberen buurtbewoners aan de praat te krijgen.

Het stadsdeel organiseert een uitgebreide campagne over Meld Misdaad Anoniem. Doel is het aantal meldingen van overlast en intimidatie omhoog te krijgen. In de hele wijk worden huis-aan-huis folders verspreid, er wordt een voorlichtingsavond gehouden om uit te leggen dat een telefoontje aan de tiplijn nooit te traceren is naar de beller. Het resultaat is praktisch nihil: in zes maanden tijd krijgt de politie één anonieme melding, over een hennepkwekerij.

Ook binnen de Amsterdamse politie zelf wordt de informatie over probleemjongeren spaarzaam gedeeld. Als een jongen in de speciale ‘groepsaanpak’ van de gemeente zit, krijgt de wijkagent een naam te horen – anders niet. Over lopende onderzoeken vertelt de recherche heel weinig aan de wijkteams, vanwege de privacy. Dat leidt voor Kajouaa tot frustrerende situaties: buurtbewoners willen weten of er al daders gevonden zijn van een schietpartij, de wijkagent kan niets zeggen.

En dan is er nog de stroeve samenwerking tussen jeugdwerk en politie. Kajouaa en andere politiemensen willen dat de welzijnswerkers meer informatie geven over jongeren uit de buurt, om vroeg te kunnen zien wie er afglijdt. Ze vinden dat de loyaliteit van die welzijnswerkers te veel bij de jongens ligt. „Jullie leveren niet”, is een verwijt dat tijdens overleggen regelmatig valt.

De jongerenwerkers wijzen op hun beroepsgeheim. Jeugdige crimineeltjes in de gaten houden is niet hun verantwoordelijkheid. En als ze kletsen, kunnen ze zelf in gevaar komen. Bovendien vinden ze dat de politie te achteloos met hun informatie omgaat. Zo belandde een jongerenwerker met zijn naam in een proces-verbaal.

Ervaren wijkagenten als Kajouaa hebben al heel vroeg door wie de potentiële crimineeltjes zijn. Je pikt ze er zo uit: gastjes van een jaar of tien die brutale dingen roepen in het Arabisch. Later, als ze op de middelbare school zitten, gaan ze op straat hangen. Het begint met voorbijgangers uitschelden, een prullenbak in de fik steken, een fiets jatten.

Speeltuin Wittenburg waar de 17-jarige Mohammed Bouchikhi is doodgeschoten.Foto Freek van den Bergh/ ANP

Een sleutelmoment is als ze een scooter krijgen, vaak al op hun veertiende of vijftiende. Dat is het moment dat de wijkagent ze uit het oog verliest: ze zijn wendbaarder geworden, kunnen sneller ontsnappen. Ineens komen ze in de hele stad. Ze gaan nepdope verkopen, en later echte drugs. En dan kan het razendsnel gaan. Sommige jongens plegen op hun twintigste al hun eerste liquidatie, voor een paar duizend euro.

Een groepje op een straathoek in de gaten houden is al lang niet meer genoeg. De jongens staan voortdurend in contact via WhatsApp en sociale media. Het lukt ze veel beter dan vroeger om ‘onder de radar’ te blijven. Daarom is het contact met ouders cruciaal, zegt Kajouaa. „Ik zeg altijd tegen die jonge jongens: ik weet waar je woont en de volgende keer kom ik langs. Dat doe ik ook echt, en het helpt. Ik zie die ogen als zo’n joch me op de bank ziet zitten. Maar wat er daarna gebeurt, is aan de ouders. Zij moeten opvoeden.”

En hier stuit de politie op haar grenzen. In de Marokkaanse gemeenschap op de Eilanden is het niet gebruikelijk over de opvoeding van kinderen te praten met buitenstaanders – zelfs niet met een agente van Marokkaanse komaf als Kajouaa. „Uit schaamte en onmacht trekken ze zich terug.”

4 De buitenstaander

Als Boudewijn Oranje bij de speeltuin arriveert, is het gebied afgezet met rode linten. De D66-stadsdeelvoorzitter is meteen op de fiets gestapt toen hij hoorde over een schietpartij. Hij hoeft niet alle details te kennen om te weten dat de emoties hoog op zullen lopen. En dan moet je er als bestuurder zijn, weet Oranje: voor de bewoners, de hulpverleners, de jeugdwerkers en de slachtoffers.

Hij ziet dat de hele buurt is uitgelopen. Mensen zijn bang en paniekerig. Jongeren reageren grimmig op toegesnelde buitenstaanders en journalisten. Oranje ziet Cynthia lopen. De Surinaamse realiseert zich nog nauwelijks wat zich voor haar ogen heeft voltrokken.

Die avond nog besluit Oranje dat buurthuis de Witte Boei het hele weekend open zal gaan voor bewoners. Frank van den Hoff van Dock staat klaar, net als slachtofferhulp, de politie en stadsbestuurders. De dagen daarna blijkt hoe diep de wond is die de moord op Mohamed heeft geslagen. Ook hoogopgeleide bewoners, die de eerdere moorden in de buurt nog konden afdoen als onderling gedoe tussen criminelen, voelen zich plots onveilig.

Buurtbewoners willen weten of er al daders gevonden zijn, de wijkagent kan niets zeggen

Op zaterdagochtend demonstreren buurtbewoners tegen de bezuinigingen op het jongerenwerk. Stadsdeelbestuurder Roeland Rengelink, die dat weekend terugkomt van vakantie, is het mikpunt: onder zijn verantwoordelijkheid is jongerencentrum De Clutch dicht gegaan. „Op zo’n moment krijg jij als bestuurder de schuld, en dat begrijp ik”, zegt hij nu. „Maar onze fout was niet dat we De Clutch sloten. Onze fout was dat we geen link konden leggen tussen de jeugdproblematiek en de georganiseerde drugshandel. Waarom ontspoort de ene jongen wel en de andere niet? Die vraag had ons meer dwars moeten zitten.”

Op woensdag 31 januari 2018, vijf dagen na de moord op Mohamed, bezoekt Jozias van Aartsen het speeltuingebouw. De waarnemend burgemeester van Amsterdam praat met buurtbewoners en na afloop staat hij in een hagelbui de pers te woord. Hij spreekt van een „walgelijke, afschuwelijke daad van downright criminelen”. Van Aartsen hoopt dat er „snel duidelijkheid” komt over de toedracht van de moord. De politie heeft er „een hele berg rechercheurs” op gezet.

Later, bij zijn afscheid, zal Van Aartsen zeggen dat de moord op Mohamed hem in die zeven maanden als waarnemend burgemeester van alles het meest bij de keel heeft gegrepen. Hij geeft de gemeenteraad een indringende boodschap mee: sluit niet langer de ogen voor het verwoestende effect van de drugseconomie op Amsterdam. „Dit kan niet zo doorgaan, het vreet aan de stad.”

Want dat is wat Van Aartsen tot zijn verbazing heeft moeten constateren: Amsterdamse politici en ambtenaren hebben een lakse houding ten aanzien van drugs. „In mijn eerste gesprekken met de politietop, in november 2017, kreeg ik te horen dat praten over de gevolgen van drugscriminaliteit in Amsterdam taboe was”, zegt Van Aartsen nu. Drugs, zo luidt de doctrine in het liberale Amsterdam, zijn geen kwestie van veiligheid maar van volksgezondheid. „Dat ging al jaren uitstekend, vonden bestuurders en ambtenaren. De heroïnejunks waren toch uit het straatbeeld verdwenen?”

Er is een buitenstaander als Van Aartsen nodig om de blinde vlek van het stadsbestuur bloot te leggen. In de dagen na de moord op Mohamed stelt hij een ‘gemachtigde’ aan voor de Oostelijke Eilanden: Nelleke Hilhorst, een adviseur die voor de stad al vaker in probleemwijken heeft gewerkt. Ze krijgt van hem de opdracht om de hele keten van veiligheid en zorg op de eilanden door te lichten. Ze zijn het snel eens: drugshandel is hét grote probleem van Amsterdam.

Burgemeester Halsema bij een plaquette ter nagedachtenis aan Mohamed Bouchikhi in het speeltuingebouw. Foto Remko de Waal/ANP

Van Aartsen bekijkt de Amsterdamse aanpak van jonge criminelen, de zogeheten Top 600. In deze ‘integrale persoonsgerichte aanpak’, geesteskind van de overleden burgemeester Eberhard van der Laan, werken politie, justitie, GGD en jeugdzorg samen om jeugdige boefjes op het rechte pad te krijgen. Het heeft geleid tot een spectaculaire daling in het aantal high impact crimes, zoals woninginbraken, straatroven en gewapende overvallen. Daarom geniet het programma in de hoofdstad een onaantastbare status.

Er is alleen één omissie: drugs waren nog geen groot probleem in 2010, toen de aanpak werd bedacht. Ze zijn daarom ook geen criterium voor de Top 600. Jonge jongens die dealen en drugs vervoeren, blijven buiten het blikveld van de instanties. Amsterdamse bestuurders zijn zó druk bezig met de strijd tegen inbraken en roofovervallen, dat ze niet doorhebben dat de meeste jonge jongens hun werkterrein inmiddels hebben verlegd: naar de gewelddadige drugscriminaliteit.

Zo kan het gebeuren dat vóór de moord op Mohamed slechts twee jongens op de Oostelijke Eilanden een notering hebben in de Top 600. Er zitten weliswaar zestien probleemjongeren in een ‘persoonsgerichte aanpak’ van het stadsdeel, maar eigenlijk levert dat weinig op: er komen te weinig meldingen van overlast binnen om ze echt aan te pakken.

‘Gemachtigde’ Hilhorst zet alle betrokken instanties bij elkaar, en dan blijkt er ineens veel meer informatie over de jongens beschikbaar. Veel jongens blijken thuis grote problemen te hebben, zoals huiselijk geweld. Een aantal blijkt licht verstandelijk beperkt. En sommigen lijken inmiddels te zijn afgegleden naar de drugscriminaliteit.

Met vereende krachten nemen de instanties de groep ter hand. Sommige jongens krijgen EMDR-therapie voor traumaverwerking, anderen een buddy om mee te gaan vissen. Gianni, die tijdens de schietpartij in het speeltuingebouw opnieuw zwaargewond is geraakt, wordt hard aangepakt. Hij krijgt van Van Aartsen per direct een gebiedsverbod voor de wijk waar hij woont. Veel buurtbewoners zijn daar blij mee, anderen vinden dat hij ten onrechte gestraft wordt.

De nieuwe burgemeester, Femke Halsema, deelt Van Aartsens visie op de tekortkomingen van de Top 600. In oktober van dit jaar, bijna twee jaar na de schietpartij, breidt ze het programma officieel uit met het criterium drugscriminaliteit.

De moord op Mohamed levert nóg iets op. Van Aartsen laat uitzoeken in welke Amsterdamse buurten een vergelijkbare cocktail van criminele jongeren, zwijgcultuur en sociale problematiek heerst. Waar zou zich een nieuw ‘Wittenburg’ kunnen voltrekken? Het resultaat is een lijst van vijftien buurten, voornamelijk in Nieuw-West en Zuidoost. De inventarisatie vormt de basis voor een nieuwe aanpak van ‘kwetsbare wijken’ in de stad.

5 Het zwijgen blijft

Wijkagente Saieda Kajouaa kijkt de kring rond. „Begrijpen jullie dat er mensen in deze buurt zijn die vuurwerk associëren met schieten? Die schrikken iedere keer weer.”

Een regenachtige avond, eind oktober 2019. Op de bewonersbijeenkomst op Wittenburg zijn zo’n vijftig mensen afgekomen. Cynthia is er ook. Sinds de moord op Mohamed organiseert het stadsdeel iedere twee maanden zo’n sessie, om het vertrouwen in de buurt te herstellen. Deze keer in het tijdelijke jongerencentrum, tegenover buurthuis De Witte Boei.

De problemen in de wijk bespreekbaar maken, en houden – dat wilde het stadsdeel na de moord op Mohamed. Het stadhuis maakte 625.000 euro vrij om de leefbaarheid en veiligheid op de Oostelijke Eilanden te verbeteren.

Kleine, maar voor buurtbewoners belangrijke zaken werden voortvarend ter hand genomen. De kapotte voordeur van de basisschool kan eindelijk weer op slot. De troep voor de deur van de supermarkt verdween. De jongeren kregen weer een eigen plek, buiten het speeltuingebouw: anders wilden ouders met jonge kinderen niet meer naar de speeltuin komen.

Sommige jongens plegen op hun twintigste al hun eerste liquidatie, voor een paar duizend euro

Er is geld voor geveltuintjes, groenvoorzieningen en een heus ‘plukbos’ waar je zelf kruiden kunt plukken. Bewoners organiseren een jaarlijkse burendag, en ‘klaptafel-momenten’ waarop ze koffie drinken met elkaar. Achter ramen hangen posters met de tekst: „Hier groeten wij elkaar.” Er is een buurtvoetbaltoernooi en een jaarlijkse touwtrekwedstrijd. Afgelopen zomer waren er ‘waterspelen’, voor jong en oud, op het nabijlegen Marineterrein.

Het heeft effect, zo lijkt het. De angst en boosheid van vlak na de moord hebben plaatsgemaakt voor een voorzichtige gemeenschapszin. „Bewoners praten weer met elkaar in plaats van over elkaar”, zegt Mascha ten Bruggencate (D66), de nieuwe stadsdeelvoorzitter.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: De vergismoord op Mohamed die Amsterdam wakker schudde

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Op een muur van het speeltuingebouw hangt een plaquette ter nagedachtenis van Mohamed. De onthulling ervan, een jaar na zijn dood, was voor veel aanwezigen een therapeutisch moment, vertellen ze.

Toch is het allemaal fragiel. Op de speeltuin zijn spanningen tussen vrijwilligers, die onlangs zijn uitgelopen op bedreigingen. Bewonersclubs ruziën over wie de buurt het best kan vertegenwoordigen. Jongeren zorgen nog steeds voor overlast.

En de dood van Mohamed is nog steeds niet opgelost. Op de bewonersavond krijgt wijkagente Kajouaa er weer talloze vragen over. Wie was de moordenaar? En wie het eigenlijke doelwit? Ze moet het antwoord schuldig blijven. Geen mededelingen over lopend onderzoek.

Daarna gaat het over vuurwerk. Een Marokkaans-Nederlandse jongen van vijftien vertelt hoe hij andere jongens aanspreekt op vuurwerkoverlast.

„Waarom doe je dat?” vraagt een aanwezige.

„Omdat mijn naam ook heel vaak genoemd wordt.” Gelach.

Maar een andere buurtbewoner zegt: „Vinden jullie het niet frustrerend dat we hier over vuurwerk zitten te praten, in plaats van over het zware werk? Mensen willen gewoon een uitkomst van dat onderzoek!”

Instemmend gebrom uit de zaal. „Justitie kan toch gewoon een datum geven waarop ze de resultaten mededelen?”

Lees ook: Waarom criminele jongeren soms bereid zijn voor duizenden euro’s een moord te plegen

Vijf minuten later verlaat een vrouw met hoofddoek de ruimte. Ze schudt wat handen. Cynthia geeft haar een knuffel. Het is de moeder van Mohamed. Ze wil niet met journalisten praten, heeft ze al eerder aangegeven.

Achter veel voordeuren op de Oostelijke Eilanden gaat nog altijd groot verdriet schuil. De ouders van Mohamed en Ayman, doodgeschoten bij de scooterruzie, wonen tegenover elkaar. Maar als ze elkaar op straat tegenkomen, weten buurtbewoners, spreken ze niet over wat er met hun zonen is gebeurd.

Hetzelfde geldt voor de families van Nabil Amzieb en Omar en Youssef L.. Ze doen hun boodschappen in dezelfde supermarkt en sturen hun kinderen naar dezelfde school. Die kinderen hadden ook onbedoeld slachtoffer kunnen worden van het geweld in het speeltuingebouw. De grenzen tussen daders en slachtoffers zijn op de Oostelijke Eilanden niet altijd makkelijk te trekken. Sommige families hebben daders én slachtoffers in hun midden.

Een tekst op een muur ter nagedachtenis aan de vermoorde 23-jarige Nabil Amzieb bij de inmiddels gesloten shishalounge Fayrouz op de Amstelveenseweg. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De drugscriminaliteit, zeggen betrokkenen, is nog lang niet verdwenen uit de buurt. Ouders leven iedere dag met de vrees dat hun kind wordt geronseld als straatsoldaat, vertellen hulpverleners. Hoe voorkom je dat? Wanneer moet je corrigeren? Als een zoon met een nieuwe iPhone of scooter thuiskomt? En wat als hij iedere maand cash de huur op tafel legt?

De veroordeling tot levenslang van Omar L. voor verschillende liquidaties, dit voorjaar, was voor de recherche een succes. Maar het wijkteam is nog net zo onderbezet als vóór de moord op Mohamed. „Zichtbaar ingrijpen is belangrijk, maar ik moet mijn mensen ook weer op de Wallen en het Leidseplein inzetten”, zegt districtschef Sander van der Hulle. Behalve voor andere kwetsbare buurten is er ook politie-inzet nodig voor terreurbestrijding, beveiliging van advocaten en het in goede banen leiden van de immer groeiende toeristenstroom in Amsterdam.

En het belangrijkste: de politie hoort nog steeds te weinig. Het zwijgen is niet doorbroken. Zelfs de moord op Mohamed heeft de onwil van buurtbewoners om met agenten te praten niet weggenomen.

„Ik zeg het maar gewoon even heel eerlijk”, zegt wijkagente Kajouaa als op de bewonersavond geklaagd wordt over de onzichtbaarheid van de politie. „Jullie bereidheid om problemen te melden, is gewoon heel laag. Als je wilt dat de politie komt, moet je bellen. Als je niets meldt, dan komen we niet.”

Locatie van de buurten en de moorden

Overzicht van de Oostelijke eilanden met het speeltuingebouw en jongerencentrum De Clutch.

29 december 2012 Moord op Youssef L. (komt uit Oostelijke eilanden)

12 juli 2014 Vergismoord op Stefan Eggermont in de Conradstraat

9 maart 2016 Moord op Nabil Anzieb (komt uit Kattenburg)

10 december 2016 Moord op Mitchell Jansen (komt uit Kattenburg)

23 november 2017 Moord op Ayman in Kattenburg

26 januari 2018 Vergismoord op Mohamed Bouckikhi in het Speeltuingebouw