Van waterput tot burgemeesterschap met integratie als rode draad

Biografie Deze week verschijnt een biografie door twee journalisten van burgemeester Ahmed Aboutaleb. Hij werkte zelf niet mee aan het boek.

„Kennen, kennen; ik vraag me af wie hem echt goed kent”, zegt historica Nadia Bouras over burgemeester Ahmed Aboutaleb. Ze zegt dat in Arminius, waar ze een inleiding houdt over migratie in Nederland. De aanleiding van de bijeenkomst is de publicatie deze week van een biografie over Aboutaleb: Ahmed Aboutaleb. Overal de eerste. Het is een „onafhankelijke” biografie, zeggen auteurs Ruben Koops en Elisa Hermanides. Aboutaleb wilde niet meewerken aan het boek. „Hij wil het zelf nog eens doen, liet hij weten”, zegt Koops.

De man zelf wilde niet, maar de auteurs hebben zo’n zeventig mensen uit de omgeving van Aboutaleb gesproken, vertellen ze zondag. Uit de Molenwijk in Den Haag waar hij vanaf zijn 15de opgroeide, met collega-journalisten van Radio Thuisland en RTL Nieuws, mensen rond multicultureel instituut Forum waar hij directeur was, uit Amsterdam waar hij na ambtenaar wethouder werd, uit de PvdA waarvan hij prominent maar soms omstreden lid is, en ten slotte uit Rotterdam. Daar dient hij nu ruim tien jaar als burgemeester en is de vraag of hij een derde termijn wil en mag aanvangen. Het boek bespreekt in detail hoe hij in Rotterdam de rechtse stemmers voor zich heeft gewonnen.

Het boek is meer ingedeeld in onderwerpen dan in tijd, hoewel de chronologie niet helemaal is losgelaten. Het geeft de schrijvers de mogelijkheid aspecten als het privéleven en de geloofsbeleving van Aboutaleb apart te behandelen, in plaats van een moment in de levensloop te kiezen om de onderwerpen aan op te hangen.

Het boek behandelt integratie van migranten als rode draad in het leven en de loopbaan van Aboutaleb. Allereerst omdat hij het levend voorbeeld is van een belangrijk sociaal-democratisch ideaal: gelijke kansen voor iedereen. Meritocratie werkt, zie Ahmed Aboutaleb: een jongen die in Marokko met de ezel naar de waterput moest en ternauwernood naar school kon, kan hier groot maatschappelijk succes behalen.

Het boek beschrijft hoe Aboutaleb zichzelf vaak als voorbeeld neemt dat hij voorhoudt aan anderen die minder succesvol zijn. Uitgebreid beschrijven de auteurs de sleutelmomenten waarop Aboutaleb de migrantengemeenschap publiekelijk de maat nam en gebrekkige integratie verweet: daags na de moord op Theo van Gogh, kort na het spraakmakende essay van Paul Scheffer over het „multiculturele drama” en na de aanslagen op tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs, met het inmiddels beroemde „Rot toch op” over moslims die in Nederland wonen, maar de normen van dat land niet kunnen accepteren.

De auteurs stellen de vraag, zondag in Arminius, hoe realistisch het is dat Aboutaleb zichzelf als maatstaf neemt. „Hij bekleedt een toppositie, niet alleen voor een migrant, maar ook in absolute zin. Het is helemaal niet gezegd dat iedereen die zijn best doet datzelfde kan bereiken”, zegt Ruben Koops.

Het boek gaat ook in op de ingewikkelde verhouding die ‘Mr. Allochtoon’, zoals hij in de Forum-tijd wel werd genoemd, inmiddels heeft met Nederlanders met een migrantenachtergrond. Als Aboutaleb wel eens bij zijn leerlingen in de klas kwam, zegt voormalig Hogeschooldocent Halil Karaaslan in Arminius, gebruikte hij de metafoor van de snelweg. Nederland is de snelweg, zei Aboutaleb dan, en mensen met een migratie-achtergrond bevinden zich op de invoegstrook. Het is aan hén om hard te werken aan hun taal en kennis van de Nederlandse samenleving, zodat ze kunnen invoegen. Maar die boodschap gaat niet op voor mensen die hier geboren zijn, zegt Karaaslan. „Wij zitten al op de snelweg, en die opvatting is niet meer van deze tijd.”